Anatomie & Fysiologie
Week 1
Lesdoelen
Kent de begrippen anatomie en fysiologie en weet wat daaronder verstaan wordt
Kan de anatomische houding beschrijven
Kan aangeven welke drie lichaamsvlakken en -doorsneden worden onderscheiden en
kan deze beschrijven
Kent de belangrijkste plaatsaanduidingen
Kent de richtingaanduidingen die worden gebruikt om plaatsveranderingen van
bewegende lichaamsdelen te beschrijven
Kan in grote lijnen onderzoeksmethoden voor lichamelijk onderzoek en veel voorkomend
aanvullend onderzoek uitleggen
Aantekeningen
Anatomie
De wetenschap van de bouw van het menselijk lichaam
Fysiologie
De wetenschap van het functioneren van het menselijk lichaam
Anatomische houding
Bepaalde, gedefinieerde houding van het lichaam
1. Staat rechtop
2. Gezicht naar voren
3. Armen langs zijkant lichaam
4. Handpalmen naar voren
5. Voeten uit elkaar
6. Benen onder lichaam
Lichaamsvlakken en -doorsneden
1. Sagittaal (links/sinister en rechts/dexter)
- Mediane vlak
Midden sagittaal vlak
Mediaal (dichtbij mediane vlak) en lateraal (verweg mediane vlak)
Proximaal (richting de aanhechting) en distaal (richting uiteinde)
2. Coronaal (voor (ventraal/anterior) en achter (dorsaal/posterior))
3. Transversaal (boven (craniaal/superior) en onder (caudaal/inferior)
Centraal in het midden
Perifeer aan de uiteinden
Internus inwendig
Externus uitwendig
Richtingaanduidingen
- Statica
Plaatsaanduidingen bewegingloze toestand
- Dynamica
Plaatsaanduidingen bewegingstoestand
Flexie buiging
Extensie strekking
Anteflexie buiging naar voren
Retroflexie buiging naar achter
Lateroflexie buiging opzij
Dorsale flexie buiging naar de handrug/voetwreef
,Palmaire flexie buiging naar de voetzool
Supinatie buitenwaartse draaiing van horizontaal gehouden hand/voet waardoor de
handpalm/voetrand naar boven draait
Pronatie tegengesteld aan supinatie
Abductie beweging van de middellijn af
Adductie beweging naar de middellijn toe
Exorotatie buitenwaartse draaiing rond een
lengteas
Endorotatie binnenwaartse draaiing rond een
lenteas
Opponeren plaatsing van de duim tegenover
de andere vingers van dezelfde
hand
Reponeren tegengestelde van opponeren
Onderzoeksmethoden lichamelijk onderzoek
- Eerste aandachtspunten zijn de vitale functies
1. Ademfrequentie
2. Hartfrequentie
3. Bloeddruk
4. Bewustzijn
5. Temperatuur
- ABCDE-methodiek indien acute mogelijke levensbedreigende situatie
- Treat first what kills first (behandel de meest levensbedreigend aandoening eerst)
- Do no further harm (breng tijdens de behandeling geen verdere schade toe)
Verschillende methoden
1. Inspectie
Bekijken buitenkant lichaam
2. Percussie
Bekloppen van lichaamsdelen met vingers op vingers
3. Auscultatie
Beluisteren van organen met een stethoscoop
4. Palpatie
Aftasten lichaamsdelen
Aanvullend onderzoek
1. Laboratoriumonderzoek
- Algemeen laboratoriumonderzoek
- Microbiologisch onderzoek
2. Beeldvormend onderzoek
- Röntgenonderzoek
Röntgenstraling, lucht en bot goed zichtbaar
- Computertomografie (CT)
Röntgenstraling, 3D beeld
- Magnetic resonance imaging (MRI)
Radiogolven
- Positronemissietomografie (PET)
, Radioactieve stoffen, inwendige structuren
- Echografie
Weerkaatsing geluidsgolven, weefsels en structuren
- Endoscopie
Buis of slang met camera, inwendige structuren
3. Functieonderzoek
- Elektrogcardiografie (ecg)
Elektrisch activiteit hart
- Elektro-encefalografie (eeg)
Elektrisch activiteit hersenen
- Spirometrie (longfunctieonderzoek)
Inademings- en uitademingsvolumes en -kracht
4. Pathologisch anatomisch onderzoek
- Cytologie
Microscopisch onderzoek, losse cellen
- Histologie
Microscopisch onderzoek, stukje weefsel
- Biopsie
Wegsnijden, stukje weefsel
- Obductie
Oorzaak overlijden, lichaam geopend
Anatomie & Fysiologie
Week 1
Lesdoelen
Kent de begrippen anatomie en fysiologie en weet wat daaronder verstaan wordt
Kan de anatomische houding beschrijven
Kan aangeven welke drie lichaamsvlakken en -doorsneden worden onderscheiden en
kan deze beschrijven
Kent de belangrijkste plaatsaanduidingen
Kent de richtingaanduidingen die worden gebruikt om plaatsveranderingen van
bewegende lichaamsdelen te beschrijven
Kan in grote lijnen onderzoeksmethoden voor lichamelijk onderzoek en veel voorkomend
aanvullend onderzoek uitleggen
Aantekeningen
Anatomie
De wetenschap van de bouw van het menselijk lichaam
Fysiologie
De wetenschap van het functioneren van het menselijk lichaam
Anatomische houding
Bepaalde, gedefinieerde houding van het lichaam
1. Staat rechtop
2. Gezicht naar voren
3. Armen langs zijkant lichaam
4. Handpalmen naar voren
5. Voeten uit elkaar
6. Benen onder lichaam
Lichaamsvlakken en -doorsneden
1. Sagittaal (links/sinister en rechts/dexter)
- Mediane vlak
Midden sagittaal vlak
Mediaal (dichtbij mediane vlak) en lateraal (verweg mediane vlak)
Proximaal (richting de aanhechting) en distaal (richting uiteinde)
2. Coronaal (voor (ventraal/anterior) en achter (dorsaal/posterior))
3. Transversaal (boven (craniaal/superior) en onder (caudaal/inferior)
Centraal in het midden
Perifeer aan de uiteinden
Internus inwendig
Externus uitwendig
Richtingaanduidingen
- Statica
Plaatsaanduidingen bewegingloze toestand
- Dynamica
Plaatsaanduidingen bewegingstoestand
Flexie buiging
Extensie strekking
Anteflexie buiging naar voren
Retroflexie buiging naar achter
Lateroflexie buiging opzij
Dorsale flexie buiging naar de handrug/voetwreef
,Palmaire flexie buiging naar de voetzool
Supinatie buitenwaartse draaiing van horizontaal gehouden hand/voet waardoor de
handpalm/voetrand naar boven draait
Pronatie tegengesteld aan supinatie
Abductie beweging van de middellijn af
Adductie beweging naar de middellijn toe
Exorotatie buitenwaartse draaiing rond een
lengteas
Endorotatie binnenwaartse draaiing rond een
lenteas
Opponeren plaatsing van de duim tegenover
de andere vingers van dezelfde
hand
Reponeren tegengestelde van opponeren
Onderzoeksmethoden lichamelijk onderzoek
- Eerste aandachtspunten zijn de vitale functies
1. Ademfrequentie
2. Hartfrequentie
3. Bloeddruk
4. Bewustzijn
5. Temperatuur
- ABCDE-methodiek indien acute mogelijke levensbedreigende situatie
- Treat first what kills first (behandel de meest levensbedreigend aandoening eerst)
- Do no further harm (breng tijdens de behandeling geen verdere schade toe)
Verschillende methoden
1. Inspectie
Bekijken buitenkant lichaam
2. Percussie
Bekloppen van lichaamsdelen met vingers op vingers
3. Auscultatie
Beluisteren van organen met een stethoscoop
4. Palpatie
Aftasten lichaamsdelen
Aanvullend onderzoek
1. Laboratoriumonderzoek
- Algemeen laboratoriumonderzoek
- Microbiologisch onderzoek
2. Beeldvormend onderzoek
- Röntgenonderzoek
Röntgenstraling, lucht en bot goed zichtbaar
- Computertomografie (CT)
Röntgenstraling, 3D beeld
- Magnetic resonance imaging (MRI)
Radiogolven
- Positronemissietomografie (PET)
, Radioactieve stoffen, inwendige structuren
- Echografie
Weerkaatsing geluidsgolven, weefsels en structuren
- Endoscopie
Buis of slang met camera, inwendige structuren
3. Functieonderzoek
- Elektrogcardiografie (ecg)
Elektrisch activiteit hart
- Elektro-encefalografie (eeg)
Elektrisch activiteit hersenen
- Spirometrie (longfunctieonderzoek)
Inademings- en uitademingsvolumes en -kracht
4. Pathologisch anatomisch onderzoek
- Cytologie
Microscopisch onderzoek, losse cellen
- Histologie
Microscopisch onderzoek, stukje weefsel
- Biopsie
Wegsnijden, stukje weefsel
- Obductie
Oorzaak overlijden, lichaam geopend
Anatomie & Fysiologie