Basisboek opvoeding
Inleiding
De pedagogiek is lang verbonden geweest met de levensbeschouwelijke stromingen.
En voor zover dat niet het geval was, is er toch een zeer duidelijk verband met
filosofische en politieke bewegingen. Ook was de pedagogiek lang het domein van
uitgesproken practici, meestal onderwijzers, die over hun werk nadachten en ervoer
publiceerden. De psychologie daarentegen heeft zich al heel vroeg afgezet tegen de
filosofie en levensbeschouwing. Hier worden de vier belangrijkste pedagogische
stromingen beschreven: personalistische of geesteswetenschappelijke pedagogiek,
empirisch analytische pedagogiek, kritisch-emancipatorische pedagogiek en de
ecologische pedagogiek.
De vier stromingen in de pedagogiek
Na de tweede wereldoorlog, ontstond in wezen geseculariseerde pedagogiek, die
aan de objectieve, wetenschappelijke criteria probeerde te voldoen. Maar al gauw
doet dan ook de maatschappelijke of politieke oriëntatie haar intrede in de kritisch-
emancipatorische pedagogiek. De discussie vormt zich over het object van de
pedagogiek en de toegankelijkheid daarvan voor echt wetenschappelijk onderzoek
en theorievorming. Waar het in de psychologie om het menselijk gedrag gaat neemt
de pedagogiek ook nog eens de beïnvloeding daarvan mee.
Omdat het in de pedagogiek over een wetenschap van handelen gaat, is de grens
tussen theorie en praktijk gelijk. Zo wordt er binnen verschillende stromingen ook
verschillend over gedacht.
Personalistische of geesteswetenschappelijke pedagogiek
Een van de belangrijke denkers is de Duiste filosoof Wihelm Dilthey. Hij maakte
onderscheid tussen de natuurwetenschappen die de objectieve natuur bestuderen
met behulp van feitelijke, objectief waarneembare gegevens en de
geesteswetenschappen die de mens zelf onderzoeken en op een heel andere manier
te werk moeten gaan. De geest van de mens onderzoekt zichzelf en behalve de rede
of rationaliteit gaat het dan ook over emotie en invoelingsvermogens. Door
Langeveld, hoogleraar pedagogiek en psychologie is de stroming ontwikkeld en werd
uitgebouwd tot een geseculariseerde personalistische pedagogiek. Kenmerkend voor
deze, vrij pluriforme, stroming is de nadruk die wordt gelegd op de uniciteit van het
kind, op het centraal stellen van de opvoedingspraktijk en de pedagogische relatie
tussen opvoeder en kind. Pedagogiek is een ervaringswetenschap en geen
natuurkunde, waardoor men zich gaat verzetten tegen het natuurwetenschappelijk
denken.