100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Endogene en exogene processen - aarde - aardrijkskunde (vwo)

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
21-09-2023
Written in
2023/2024

Samenvatting o.b.v. buiteNLand over endogene en exogene processen (aarde). Examenstof voor het vwo aardrijkskunde examen.

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 3
Uploaded on
September 21, 2023
Number of pages
5
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

3.1 De opbouw van de aarde.
Door trillingen van aardbevingen is het scannen van de aarde mogelijk (seismologen) →
snelheid en richting worden beïnvloed door eigenschappen gesteente.
1. aardkern → binnenste deel aarde waar warmte ontstaat (ijzer en radioactieve
elementen). Door de druk is het gesteente vast in de binnenkern. In de buitenkern is
het vloeibaar door afnemende druk.
2. aardmantel → wordt verwarmd door de aardkern en komt daardoor in beweging
(afgifte warmte) = convectiestromen. Bestaat uit vast gesteente op uitzondering van
de asthenosfeer. Hierboven drijft de lithosfeer (aardkorst).
3. aardkorst → oceanische (zware, dunne, diepe basaltlaag) en continentale (lichte,
dikke granietlaag) plaat.

Midoceanische rug = wereldwijd aaneengesloten 'onderwatergebergte'.
Diepzeetroggen = diepste plaatsen in de zeebodem.

3.2 Platentektoniek
De aarde bestaat uit verschillende platen, met verschillende plaatgrenzen:
1. convergente plaatgrenzen → ← platen bewegen naar elkaar toe, ze botsen.
● subductie: zware oceanische plaat botst tegen continentale plaat en duikt
eronder → ontstaan diepzeetroggen.
○ gebeurt ook bij twee oceanische platen, waarbij de oude, volgezogen
plaat onderduikt.
2. divergente plaatgrenzen ←→ platen bewegen uit elkaar, waarbij een breuk ontstaat
die wordt opgevuld met stollend lava → ontstaan nieuwe oceaanbodem. Het groeit
bij de oceaanrug (spreidingszone).
3. transforme plaatgrenzen → → platen bewegen langs elkaar. Tegengestelde richting
of verschillende snelheid.

Het aangroeien van aardplaten bij divergentie wordt gecompenseerd met het verdwijnen bij
subductie → gesteente wordt ‘gerecycled’.
Continentale platen groeien alleen aan bij subductie: basalt wordt omgesmolten (in
intrusies) tot een lichter gesteente dat zich bij de continentale plaat voegt.

Plaattektoniek = het bewegen van aardplaten.
Verschillende krachten hiervoor:
1. basaldrag → convectiestromingen: continenten drijven op gesteente. Warmte stijgt
omhoog, koelt af en zakt (gaat dus als een rondje).
2. ridge push → warm mantelmateriaal wordt omhoog geduwd en tilt de korst op →
scheurt → koelt af → kan niet zakken want niet magma → gaat opzij.
3. slab pull → duikende plaat trekt zichzelf naar beneden.

Actualiteitsprincipe = natuurlijke processen verlopen tegenwoordig hetzelfde als vroeger,
zoals de snelheid van plaattektoniek. Zo kunnen we weten dat 200 miljoen jaar geleden het
supercontinent Pangea was.

3.3 Vulkanisme
Effusieve erupties = vulkaanuitbarsting met rustig verloop

, ● Magma is mafisch zonder sediment (silicaten)
● Bij divergentie waar een spleet in de aardkorst ontstaat.
● In zee stolt het opstijgende magma uit de asthenosfeer.
● Op land kan het een uitgestrekt gebied bedekken door vloeibaar magma (lage
viscositeit). Er ontstaat dan een brede schildvulkaan.
Explosieve erupties = vulkaanuitbarsting met explosief verloop
● Samenstelsel van magma is felsisch en bevat silicaten (door sediment + zeewater +
omgesmolten oceaanbodem bij subductie) -
● Dit mengsel stijgt op en voegt zich in de magmakamer. Het is licht, waardoor het
omhoog wil, maar ook stroperig (hoge viscositeit), waardoor het niet beweeglijk is →
stolt als een prop in de kraterpijp → toenemende druk → uitbarsting.
● Gesteente, gassen en lava komen uit de krater = pyroclastica. Dit hoopt zich op
rondom de krater en er ontstaat een kegelvormige stratovulkaan.
● Caldera = vulkaan waarbij het bovenste stuk krater is weggeblazen door een
explosieve eruptie, of dat door eruptie de magmakamer snel leeg raakt en in zakt.
Deze kan later vollopen met water.
Hotspots = vulkaan zonder plaatgrens.
● Plek op aarde waar in de aardmantel pluimen van zeer heet magma omhoog komen
→ aardkorst breekt open → uitbarsting vloeibaar magma zorgt voor schildvulkaan.
● Door plaattektoniek verschuift de hotspot → eilandengroep.

3.4 Aardbevingen
De zwaarste aardbevingen ontstaan langs transforme en convergente plaatgrenzen door
spanningsopbouw. Deze druk zorgt voor vervorming van het gesteente. Als de spanning
groter is dan de buigbaarheid/elasticiteit breekt het gesteente en verschuiven de
gesteentelagen.
● Met seismograaf meet je magnitude = vrijgekomen energie weergegeven met schaal
van Richter. Schaal van 6 is 10x zo sterk als schaal van 5.
● Met schaal van Mercalli geef je de intensiteit weer = hoeveelheid schade.
→ Afstand van het epicentrum (punt aardoppervlak met meeste voelbaarheid) tot
hypocentrum hebben hierop invloed.

Ook processen die uit aardbevingen komen kunnen schade aanrichten: aardverschuivingen
en tsunami’s: golven die ontstaan door aardbeving op de aardbodem → in het ondiepe
worden ze afgeremd, waardoor de achterkant de voorkant in haald en zo wordt opgestuwd
→ ze klappen op het land en veroorzaken veel schade.
● Ze kunnen ook ontstaan door vulkaanuitbarstingen of massabewegingen = het langs
een helling naar beneden bewegen van gesteente.

Rek of druk leidt ook tot de vervorming van de aardkorst.
● Plooien = gesteente dat door druk in elkaar wordt gedrukt en vervormd → gesteente
ligt als deklagen op elkaar. Gebeurt in de diepte met hoge temperatuur. → ontstaan
plooiingsgebergten (hoog en dun) (continentale convergentie).
● Bij rek (spreidingszone bij continentale divergentie) ontstaan breuken (barsten) die
leiden tot breukgebergten. Magma komt omhoog (mafisch), scheurt de aardkorst en
stolt → basalt: is zwaarder dan graniet en zakt de asthenosfeer in. In lage gebieden
stroomt water daar naar toe → laaggelegen meer / langgerekte parallelle valleien.
$6.57
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
simonevinnevander

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
simonevinnevander
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions