Practicum aantekeningen bijzondere weefselleer
Practicum 3: Mondholte
E1/5: Lip – Humaan, zuigeling – Van Gieson
Preparaat van de lip van een humane zuigeling.
Centraal in het preparaat (bij de muis) kun je een spier terugvinden, deze spier is
dwarsgestreept en krijgt de naam musculus orbicularis oris. De spier wordt omgeven en
doorweven door fibro-elastisch bindweefsel (felroze aangekleurd)
Wanneer we inzoomen zie je dat er tussen de spierbundels bindweefsel is gelegen maar ook
rondom onze spier, dit is het fibro-elastische bindweefsel. In dat bindweefsel kun je
bloedvaatjes terugvinden (linker afbeelding) maar ook zenuwbundels van verschillende
grootten (rechter afbeelding, bij de muis)
,Als we de lip op overzicht
bekijken kunnen we twee zijdes
gaan onderscheiden: de
huidzijde en de mondvlieszijde.
De huidzijde vind je op de
afbeelding aan de rechterzijde
terug, dit noemen we de pars
cutana.
De mondslijmvlieszijde vind je
op de afbeelding aan de
linkerkant terug, deze noemen
we de pars mucosa
We beginnen met het bekijken van de pars cutana.
We hebben aan onze cutana zoals overal aan onze huid een verhoornd meerlagig
plaveiselepitheel. Bij de muis is de hoornlaag te zien, bij de blauwe pijl de epidermis.
,We zoomen verder in op de epidermis om de verschillende laagjes terug te kunnen vinden.
We beginnen bij onze basale membraan (bij de muis) met ons stratum basale. Op het
stratum basale vinden we dan het stratum spinosum terug (gele <->), dan hebben we het
stratum granulosum maar dat is redelijk afwezig in dit preparaat, vervolgens hebben we ons
stratum corneum, dit is onze hoornlaag (felgekleurd oranje), dan heb je het stratum
disjunctivum en dit is wanneer je het ziet afschilferen (oranje pijl).
Het onderliggende bindweefsel (felroze gekleurd) bestaat voornamelijk uit collagene vezels,
hierin kunnen we verschillende structuren terugvinden.
In het onderliggende bindweefsel vinden we
de structuurtjes bij de muis terug, dit zijn
onze haarfollikels, we hebben hier dus te
maken met de behaarde huid.
In de buurt van onze haarfollikels vinden we
ook nog kliertjes terug (blauwe pijl), en deze
kliertjes zijn de talgklieren, dat zijn holocriene
klieren die langs de buitenkant bestaan uit
cellen met een kern, maar naarmate je mee
naar binnen toe gaat gaan ze als maar meer
talg in het cytoplasma gaan opslaan
waardoor de cellen zullen doodgaan en
samen met het talg zullen worden afgegeven
in het lumen. De cellen zullen meer naar
binnen dus geen kernen meer bevatten.
, Ter hoogte van de dermis kunnen we ook nog andere structuurtjes terugvinden. De
structuur bij de muis zijn onze zweetkliertjes. Zweetklieren zijn muceuze klieren die zeer
sterk gewonden zijn. Wanneer je daardoorheen een doorsnede maakt, krijg je allemaal
verschillende kleine doorsneden.
In de dermis onderliggend aan onze epidermis kunnen we dus drie structuren gaan
terugvinden, namelijk doorsneden door onze haartjes/haarfollikels (blauwe pijl), talgklieren
(gele pijl) en onze zweetkliertjes (muis)
Als we dan onze pars cutana volgen
naar de pars mucosa dan komen we in
een zone terecht, die de overgang zal
vormen tussen de huid (blauwe pijl) en
ons mondslijmvlies dat we aan de
andere kant vinden (gele pijl). Deze
zone noemen we de pars marginalis of
de lippenrand.
Practicum 3: Mondholte
E1/5: Lip – Humaan, zuigeling – Van Gieson
Preparaat van de lip van een humane zuigeling.
Centraal in het preparaat (bij de muis) kun je een spier terugvinden, deze spier is
dwarsgestreept en krijgt de naam musculus orbicularis oris. De spier wordt omgeven en
doorweven door fibro-elastisch bindweefsel (felroze aangekleurd)
Wanneer we inzoomen zie je dat er tussen de spierbundels bindweefsel is gelegen maar ook
rondom onze spier, dit is het fibro-elastische bindweefsel. In dat bindweefsel kun je
bloedvaatjes terugvinden (linker afbeelding) maar ook zenuwbundels van verschillende
grootten (rechter afbeelding, bij de muis)
,Als we de lip op overzicht
bekijken kunnen we twee zijdes
gaan onderscheiden: de
huidzijde en de mondvlieszijde.
De huidzijde vind je op de
afbeelding aan de rechterzijde
terug, dit noemen we de pars
cutana.
De mondslijmvlieszijde vind je
op de afbeelding aan de
linkerkant terug, deze noemen
we de pars mucosa
We beginnen met het bekijken van de pars cutana.
We hebben aan onze cutana zoals overal aan onze huid een verhoornd meerlagig
plaveiselepitheel. Bij de muis is de hoornlaag te zien, bij de blauwe pijl de epidermis.
,We zoomen verder in op de epidermis om de verschillende laagjes terug te kunnen vinden.
We beginnen bij onze basale membraan (bij de muis) met ons stratum basale. Op het
stratum basale vinden we dan het stratum spinosum terug (gele <->), dan hebben we het
stratum granulosum maar dat is redelijk afwezig in dit preparaat, vervolgens hebben we ons
stratum corneum, dit is onze hoornlaag (felgekleurd oranje), dan heb je het stratum
disjunctivum en dit is wanneer je het ziet afschilferen (oranje pijl).
Het onderliggende bindweefsel (felroze gekleurd) bestaat voornamelijk uit collagene vezels,
hierin kunnen we verschillende structuren terugvinden.
In het onderliggende bindweefsel vinden we
de structuurtjes bij de muis terug, dit zijn
onze haarfollikels, we hebben hier dus te
maken met de behaarde huid.
In de buurt van onze haarfollikels vinden we
ook nog kliertjes terug (blauwe pijl), en deze
kliertjes zijn de talgklieren, dat zijn holocriene
klieren die langs de buitenkant bestaan uit
cellen met een kern, maar naarmate je mee
naar binnen toe gaat gaan ze als maar meer
talg in het cytoplasma gaan opslaan
waardoor de cellen zullen doodgaan en
samen met het talg zullen worden afgegeven
in het lumen. De cellen zullen meer naar
binnen dus geen kernen meer bevatten.
, Ter hoogte van de dermis kunnen we ook nog andere structuurtjes terugvinden. De
structuur bij de muis zijn onze zweetkliertjes. Zweetklieren zijn muceuze klieren die zeer
sterk gewonden zijn. Wanneer je daardoorheen een doorsnede maakt, krijg je allemaal
verschillende kleine doorsneden.
In de dermis onderliggend aan onze epidermis kunnen we dus drie structuren gaan
terugvinden, namelijk doorsneden door onze haartjes/haarfollikels (blauwe pijl), talgklieren
(gele pijl) en onze zweetkliertjes (muis)
Als we dan onze pars cutana volgen
naar de pars mucosa dan komen we in
een zone terecht, die de overgang zal
vormen tussen de huid (blauwe pijl) en
ons mondslijmvlies dat we aan de
andere kant vinden (gele pijl). Deze
zone noemen we de pars marginalis of
de lippenrand.