DEEL III: DE INSTELLINGEN VAN DE UNIE
Art. 13 VEU (1e en 2e lid)
Zeven formele instellingen Twee adviserende organen
- Europees Parlement - Comite van de Regio’s
- Europese Commissie - Economisch en Sociaal Comite
- Europese Raad (daarbij aantal ondersteunende instanties bv
- Raad van Europa Europese Investeringsbank en Ombudsman)
- Hof van Justitie
- Europese Centrale Bank
- Rekenkamer
Beginsel van Institutioneel evenwicht: “Iedere instelling beschikt over de nodige autonomie om haar
bevoegdheden uit te oefenen, deze bevoegdheden mogen niet zomaar worden overgedragen aan andere
instellingen of organen en de bevoegdheden van andere instellingen moeten worden gerespecteerd”
Europese Raad = hoogste politieke instelling van de unie → alle hoogste politieke leiders komen daar samen
en leggen de algemene beleidslijnen van de Unie vast MAAR ze nemen geen wetgevende beslissingen (wel
strategische politieke beslissingen) bv. wat zal de klimaatambissie zijn van de EU → daar besproken
- niet vatbaar voor juridische controle van het hof van justitie aangezien deze niet bindend zijn
- die beleidsdoelstellingen moeten worden vertaald in wetgeving
Institutionele driehoek : commissie + raad + Europees parlement → basis voor het aannemen van
bindende wetgeving van de EU waarbij in de regel de commissie het wetgevende recht heeft (stelt
voor) en het aangenomen wordt door de raad en het parlement samen (uitzonderingen voor bv.
gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – de Europese raad en de raad nemen hiervoor de
beslissingen en geen controle door het hof)
1
, HOOFDSTUK 1: HET EUROPEES PARLEMENT
Art. 13-14 VEU en 223-234 VWEU
SAMENSTELLING
Art. 14 VEU: samengesteld uit vertegenwoordigers van de burgers van de Unie (maandelijkse plenaire
vergadering)
- Worden rechtstreeks verkozen voor een periode van 5 jaar door middel van rechtstreekse, vrij en
algemene verkiezingen (art. 14, 3e lid VEU)
- Maximaal 751 leden in het parlement (per lidstaat min 6 en max 96)
- Vertegenwoordigers zetelen per ‘fractie’ (volgens de politieke en ideologische doelstellingen die ze
vertegenwoordigen, niet volgens nationaliteit) → BE heeft 21 zetels
o Niet verwarren met Europese politieke partijen! (art. 224 VWEU)
▪ = Formeel samenwerkingsverband tussen verwante politieke partijen uit
verschillende lidstaten
BESLUITVORMING
Art. 231 VWEU: besluit met meerderheid van de uitgebrachte stemmen
- Uitzondering: meerderheid van de leden (bv verwerping van het standpunt van de Raad)
- Uitzondering: 2/3e meerderheid van de uitgebrachte stemmen die een meerderheid van de leden
vertegenwoordigt (bv een motie van wantrouwen t.a.v. Commissie)
BEVOEGDHEDEN
Het Europees Parlement en de Raad zijn bevoegd voor het aannemen van EU-wetgeving en de begroting
Wetgevende en budgettaire bevoegdheden
- Gewone wetgevingsprocedure
o Europees Parlement beslist samen met de Raad over de aanname van de EU wetgeving
- Bijzondere wetgevingsprocedure
o Europees Parlement geeft adviezen op voorstellen van wetgeving (kan een voorstel
goedkeuren of afkeuren door instemmingsprocedure; vetorecht)
o De Raad neemt de beslissing
- De begroting van de EU wordt goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement
2
Art. 13 VEU (1e en 2e lid)
Zeven formele instellingen Twee adviserende organen
- Europees Parlement - Comite van de Regio’s
- Europese Commissie - Economisch en Sociaal Comite
- Europese Raad (daarbij aantal ondersteunende instanties bv
- Raad van Europa Europese Investeringsbank en Ombudsman)
- Hof van Justitie
- Europese Centrale Bank
- Rekenkamer
Beginsel van Institutioneel evenwicht: “Iedere instelling beschikt over de nodige autonomie om haar
bevoegdheden uit te oefenen, deze bevoegdheden mogen niet zomaar worden overgedragen aan andere
instellingen of organen en de bevoegdheden van andere instellingen moeten worden gerespecteerd”
Europese Raad = hoogste politieke instelling van de unie → alle hoogste politieke leiders komen daar samen
en leggen de algemene beleidslijnen van de Unie vast MAAR ze nemen geen wetgevende beslissingen (wel
strategische politieke beslissingen) bv. wat zal de klimaatambissie zijn van de EU → daar besproken
- niet vatbaar voor juridische controle van het hof van justitie aangezien deze niet bindend zijn
- die beleidsdoelstellingen moeten worden vertaald in wetgeving
Institutionele driehoek : commissie + raad + Europees parlement → basis voor het aannemen van
bindende wetgeving van de EU waarbij in de regel de commissie het wetgevende recht heeft (stelt
voor) en het aangenomen wordt door de raad en het parlement samen (uitzonderingen voor bv.
gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – de Europese raad en de raad nemen hiervoor de
beslissingen en geen controle door het hof)
1
, HOOFDSTUK 1: HET EUROPEES PARLEMENT
Art. 13-14 VEU en 223-234 VWEU
SAMENSTELLING
Art. 14 VEU: samengesteld uit vertegenwoordigers van de burgers van de Unie (maandelijkse plenaire
vergadering)
- Worden rechtstreeks verkozen voor een periode van 5 jaar door middel van rechtstreekse, vrij en
algemene verkiezingen (art. 14, 3e lid VEU)
- Maximaal 751 leden in het parlement (per lidstaat min 6 en max 96)
- Vertegenwoordigers zetelen per ‘fractie’ (volgens de politieke en ideologische doelstellingen die ze
vertegenwoordigen, niet volgens nationaliteit) → BE heeft 21 zetels
o Niet verwarren met Europese politieke partijen! (art. 224 VWEU)
▪ = Formeel samenwerkingsverband tussen verwante politieke partijen uit
verschillende lidstaten
BESLUITVORMING
Art. 231 VWEU: besluit met meerderheid van de uitgebrachte stemmen
- Uitzondering: meerderheid van de leden (bv verwerping van het standpunt van de Raad)
- Uitzondering: 2/3e meerderheid van de uitgebrachte stemmen die een meerderheid van de leden
vertegenwoordigt (bv een motie van wantrouwen t.a.v. Commissie)
BEVOEGDHEDEN
Het Europees Parlement en de Raad zijn bevoegd voor het aannemen van EU-wetgeving en de begroting
Wetgevende en budgettaire bevoegdheden
- Gewone wetgevingsprocedure
o Europees Parlement beslist samen met de Raad over de aanname van de EU wetgeving
- Bijzondere wetgevingsprocedure
o Europees Parlement geeft adviezen op voorstellen van wetgeving (kan een voorstel
goedkeuren of afkeuren door instemmingsprocedure; vetorecht)
o De Raad neemt de beslissing
- De begroting van de EU wordt goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement
2