100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Literatuur Regionale Planning

Rating
-
Sold
-
Pages
26
Uploaded on
08-09-2023
Written in
2022/2023

Samenvatting van de literatuur voor het vak Regionale Planning uit blok 1 jaar 2. Bevat de niet de literatuur voor het onderdeel omgevingsrecht.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 3, 5(paragraaf 4), 6, 7, 8, 9 (paragraaf 6), 10 (paragraaf 4, 5 en 6)
Uploaded on
September 8, 2023
Number of pages
26
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

Literatuur Regionale Planning
Basisboek Ruimtelijke Ordening en Planologie
Hoofdstuk 3
Paragraaf 1; de binnenstad en de openbare ruimte

Binnenstad: het hart van de stad en het brandpunt van de streek daaromheen.
- verschillende mensen ontmoeten elkaar hier en veel bezoekers komen speciaal voor de binnenstad.
- een belangrijk kenmerk van de binnenstad is de functiemix.

Edge city: een stad waarbij alle functies, wonen, werken en voorzieningen, naar de goed bereikbare
randen getrokken worden en het hart van de stad als een leeg, nietszeggend gebied achter blijft. De
inwoners gebruikten de functies van de stad nog wel, maar betaalde er geen belasting meer voor.

Negatieve spiraal: hierdoor was er geen geld om de openbare ruimten te onderhouden
• verloedering leidt tot daling van waarde van de aangrenzende panden
• verwaarlozing en waardevermindering.

Wonen is geen dominante functie in de binnenstad, omdat de huurprijzen hoog zijn en veel winkels
niet bereid zijn de ruimte boven hun zaak te verhuren.
- de belangrijkste reden om wonen in de binnenstad te stimuleren is een betere sociale veiligheid en
het wordt als een aantrekkelijke woonplek gezien

• 19e eeuw: vooral rijke notabelen > binnenstad gewilde locatie.
• Begin 20e eeuw: Mogelijkheid tot buiten wonen en forenzen.
• Jaren 60: Suburbanisatie door opkomst van auto. Mensen trokken massaal naar de suburbs.
• Jaren 50 en 60: Cityvorming, waardoor de binnenstad zijn woonfunctie grotendeels verloor.

Cityvorming: Gemeenten proberen te zorgen voor een meer zakelijke inrichting van de binnenstad,
zodat deze meer geschikt was voor economische functies onder andere met verkeersdoorbraken en
grootschalige kantoren.

Gentrification: een buurt wordt opgewaardeerd waardoor lagere inkomensgroepen weggedrukt
worden, omdat het wonen onbetaalbaar wordt.

Binnenstad was ooit het economisch centrum. Eerst verplaatsten de grote fabrieken zich maar later
ook steeds meer bedrijven, universiteiten en ziekenhuizen. Toch blijven de kleine hogescholen en
kleine bedrijfjes met goed geschoold personeel in de binnenstad zitten. Zij kiezen voor een A-locatie:
een locatie die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer.

A-locatie: een locatie die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer

Pop-upwinkels: tijdelijke winkels die opgestart worden uit marketingoverwegingen of als
probeerwinkel van een creatieveling.

Openbare ruimte: ruimte die voor iedereen toegankelijk is en die in bezit is van de overheid.
Semi-openbare ruimte: plekken zoals stations en winkelcentra die net zo toegankelijk zijn maar in
particulier eigendom.
Publieke ruimte: de openbare en de semi-openbare ruimte samen. Geeft aan dat de ruimte een
bepaalde functie heeft. Van het volk.

,De openbare ruimte wordt enerzijds gebruikt om er (aangenaam) te verblijven; anderzijds om te
verplaatsen.

Er zijn verschillende eisen die aan de binnenstad wordt gesteld: (herinnering is belangrijk)

 Levendigheid: evenementen en activiteiten
 Veiligheid: goed beheer en regie van de gebeurtenissen; verkeers- en sociale veiligheid
 Aantrekkelijkheid: voldoende openheid, uitnodigend en oriëntatie

De binnenstad is niet op ons huidig vervoerssysteem gebouwd.

Vervoerssysteem: alle infrastructuur en alle vervoermiddelen die ingezet kunnen worden voor
verplaatsingen, zowel van mensen als van goederen.

De stedelijke distributie van goederen vereist ook nieuwe oplossingen; veel goederen worden in de
binnenstad verhandeld, deze moeten er wel kunnen komen

Ketenmobiliteit: deur-tot-deurverplaatsing waarbij voor elk deel van de verplaatsing de juiste
vervoerswijze wordt gekozen.
Ketenverplaatsingen: het gebruik van verschillende vervoerswijzen binnen één verplaatsing.
Transferia: overstappunten waar mensen de auto kunnen parkeren en verder kunnen reizen met
hoogwaardig openbaar vervoer.

Openbare ruimte beheerd door: overheid, private eigenaar of de burger

Placemaking: burgers krijgen een stem bij de inrichting van de openbare ruimte



Paragraaf 2; recreatie of vrije tijd en toerisme

Waarom wordt vrije tijd & toerisme recreatie genoemd?
1. Vrije tijd & toerisme is te divers om op een kaart aan te duiden
2. Er is sprake van een gescheiden wereld. Mensen die spreken van recreatie zijn verbonden aan de
overheid, de mensen die spreken van vrije tijd en toerisme werken meestal bij bedrijven.

Toeristische recreatieve netwerken: een op het gebied afgestemd samenstel van toeristische
diensten.

Citymarketing: het beleid dat gericht is op het aantrekken en behouden van specifieke doelgroepen
voor een stad. De belangrijkste instrumenten:
1. Slogans (citybranding)
2. Beroemde personen
3. Evenementen
4. Architectuur en design (Guggenheim-effect: met nieuwe architectuur aandacht trekken)

Manieren hoe een citymarketeer het toerisme in de binnenstad kan verbeteren:
1. Toeristische poorten verbeteren: de plaatsen waar de bezoekers het gebied binnenkomen
2. Het regisseren van stromen: overlast verminderen, bepaalde richting op sturen, rekening houden
met inhoud, doelgroep en route
3. Grootte van het attractiegebied: binnensteden te klein voor hoeveelheid bezoekers,
attractiegebieden goed met elkaar verbinden
4. Beperken of verspreiden van de overnachtingsmogelijkheden: woon- en werkfunctie kunnen

, behouden in binnensteden.
5. Creëren van rustgebieden: voor bewoners van steden zelf



Paragraaf 3; behoud cultureel erfgoed

Cultureel erfgoed: omvat alles wat wij vanuit het verleden hebben gekregen en waar we zorg aan
besteden > roerende zaken, immateriële zaken en onroerende zaken

Er zijn vier verschillende waarden die je kan hechten aan erfgoed:
1. Esthetische waarde: de stad als kunstwerk
2. Educatieve waarde: opdat we niet vergeten, kennis opdoen
3. Persoonlijke waarde: verbonden voelen, zorgt ervoor dat mensen hun tijd en kennis willen
inzetten voor cultureel erfgoed
4. Maatschappelijke waarde: overheid is verantwoordelijk voor instandhouding van erfgoed
- Monumentenwet 1988: rijksmonumenten worden aangewezen voor bescherming
- Beschermde stads- en dorpsgezichten: groepen gebouwen aangewezen voor bescherming vanwege
hun belang; hiervoor stellen gemeenten een beschermend omgevingsplan voor op
- Cultuurhistorische waardekaarten: kaarten waarop een gemeente of provincie aangeeft waar
waardevolle objecten en elementen bevinden
- Unesco Werelderfgoedlijst: universele waarde en belangen
5. Economische waarde: toeristische sector, bezienswaardigheden, historische plekken



Paragraaf 4; visies en concepten

Visie: in het vakgebied van de fysieke leefomgeving betekent het een gewenst toekomstbeeld
- strategisch plan; een weloverwogen plan of hoofdlijnen voor de toekomst en verschillende
doelstellingen

Concept: eerste versie
Kenmerken van een concept
1. Vertaalstap van een abstracte doelstelling naar een concreet uitvoerbaar plan
2. Eenvoudig te begrijpen en moet wervend zijn
3. Het schept duidelijkheid rond de wijze waarop gehandeld moet worden

Planconcepten: concepten met een ruimtelijke betekenis. Ze zeggen iets over hoe de ruimte gebruikt
zou moeten worden en worden voor de volgende drie doelen gebruikt:
1. Ze vergroten de aantrekkelijkheid van een gebied
- 5 B’s aantrekken: bewoners, bezoekers, bedrijven, bollebozen en bestuurlijke aandacht
2. Worden gebruikt door actoren die de inrichting van een gebied willen beïnvloeden
3. Concepten kunnen gebruikt worden om verschillende belangen toch in een gebied te verenigen

De belangrijkste inrichtingsconcepten:
1. Spreiden: sommige functies moeten in elk gebied aanwezig zijn; de minimale nabijheid van een
bepaalde functie (winkels, drinkwater voorziening)
- sprawl: ongecontroleerde en steeds verdergaande stedelijke uitspreiding over het landschap
- verlies identiteit

2. Bundeling en concentratie: het bij elkaar zetten van functies.
- hoge concentratie bij steden kan grote voordelen opleveren: agglomeratievoordelen
$8.39
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
NoortjedeDeugd Hogeschool InHolland
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
17
Member since
4 year
Number of followers
6
Documents
25
Last sold
6 months ago

4.0

2 reviews

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions