Grens is 16 jaar.
Kindergeneeskunde, wat anders is dan bij volwassenen:
1. Fysiologische onrijpheid en de pathologie daarvan
a. Lichamelijke groei en groeistoornissen (Andere voedingsbehoeftes)
b. Psychomotore ontwikkeling en de pathologie daarvan
Psychische en motorische ontwikkeling zijn niet los van elkaar te zien
Het ontwikkelingsniveau van het kind is bepalend voor het begrip en
de mate van medewerking die van het kind te verwachten zijn
Hulpverleners moeten zich dus aanpassen aan het niveau van het kind
en ouder
c. Psychosociale ontwikkeling
De relatie tussen het kind en zijn ouders is bepaald voor de manier
waarop ouders en kinderen met de ziekte omgaan
Vb. Motiveren om medicatie te slikken
De relatie tussen het kind en de maatschappij (zijn leeftijdgenoten)
Chronische ziekte plaatst een kind in een uitzonderingspositie,
wat kan leiden tot isolatie met ernstige gevolgen voor de
ontwikkeling van het karakter van het kind. Acceptatie van een
ziekte door het kind is een voorwaarde voor acceptatie van het
kind door zijn omgeving: als het kind in staat is open te zijn
over de ziekte en zonodig uitleg te geven aan leeftijdgenoten
(dus: “er normaal over te doen”), vinden leeftijdgenoten het
ook “normaal”; als het kind zich schaamt en er niet over praat,
leidt onbegrip door de omgeving makkelijk tot pesten.
2. Congenitale (= aangeboren) aandoeningen
a. Zoals cystic fibrosis, vele stofwisselingsziekten die op kinderleeftijd worden
ontdekt
3. Op kinderleeftijd nog geen ouderdomsziekten
a. Wel preventie (gezonde voeding!) van dergelijke ziekten
Voor alle contacten geldt, dat je als hulpverlener te maken hebt met
1) de driehoeksverhouding diëtist – kind – ouders;
2) pedagogische/psychologische aspecten passend bij de leeftijd
Groei en ontwikkeling
Een normale zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken (37-42 weken)
- In de eerste 16 weken worden de organen aangelegd (= Embryonale fase)
o Hebben dan nog geen functie
o Vanaf week 16 tot het einde vindt er verdere ontwikkeling en groei van de
organen plaats (= Foetale fase)
o Het kind noem je vanaf week 16 een foetus
1