Neurologie oefententamen
Vraag 1
Wat wordt er bedoeld met efferente prikkeloverdracht?
A. De prikkel wordt vanuit de celkern via de axon weggevoerd.
B. De prikkel wordt vanuit de axon naar de celkern vervoerd.
C. De prikkel wordt vanuit de dendrieten naar de celkern vervoerd.
Vraag 2
Wat is een andere term voor maligne?
A. Hersenvlies.
B. Hersentumor.
C. Middenhersenen.
Vraag 3
Er is sprake van een verlamming van de gehele rechterkant van het aangezicht. Wat
betekent dit?
A. Perifere faciale parese.
B. Centrale faciale parese.
C. Centrale faciale parese en perifere faciale parese.
Vraag 4
Wat is plexus?
A. Het vlechtwerk van ruggenmergzenuwen.
B. De motorische voorhoorncellen.
C. Gebied van de huid dat door bepaalde zenuw wordt voorzien.
Vraag 5
Hoe verplaatst de informatiestroom zich van sensorische/ sensibele neuronen?
A. Van centraal naar perifeer zenuwstelsel.
B. Binnen het centrale zenuwstelsel.
C. Van perifeer naar centraal zenuwstelsel.
Vraag 6
Uit welk hersenblaasje ontstaat de neurale buis tijdens de embryonale ontwikkeling?
A. Mesoderm.
B. Entoderm.
C. Ectoderm.
Vraag 7
Welke zenuw zorgt voor motoriek van de tong?
A. N. hypoglossus (XII).
B. N. facialis (VII)
C. N. glossopharyngeus (IX).
Vraag 8
Wat bevindt er zich in de diencephalon?
A. Thalamus, epithalamus en hypothalamus.
Vraag 1
Wat wordt er bedoeld met efferente prikkeloverdracht?
A. De prikkel wordt vanuit de celkern via de axon weggevoerd.
B. De prikkel wordt vanuit de axon naar de celkern vervoerd.
C. De prikkel wordt vanuit de dendrieten naar de celkern vervoerd.
Vraag 2
Wat is een andere term voor maligne?
A. Hersenvlies.
B. Hersentumor.
C. Middenhersenen.
Vraag 3
Er is sprake van een verlamming van de gehele rechterkant van het aangezicht. Wat
betekent dit?
A. Perifere faciale parese.
B. Centrale faciale parese.
C. Centrale faciale parese en perifere faciale parese.
Vraag 4
Wat is plexus?
A. Het vlechtwerk van ruggenmergzenuwen.
B. De motorische voorhoorncellen.
C. Gebied van de huid dat door bepaalde zenuw wordt voorzien.
Vraag 5
Hoe verplaatst de informatiestroom zich van sensorische/ sensibele neuronen?
A. Van centraal naar perifeer zenuwstelsel.
B. Binnen het centrale zenuwstelsel.
C. Van perifeer naar centraal zenuwstelsel.
Vraag 6
Uit welk hersenblaasje ontstaat de neurale buis tijdens de embryonale ontwikkeling?
A. Mesoderm.
B. Entoderm.
C. Ectoderm.
Vraag 7
Welke zenuw zorgt voor motoriek van de tong?
A. N. hypoglossus (XII).
B. N. facialis (VII)
C. N. glossopharyngeus (IX).
Vraag 8
Wat bevindt er zich in de diencephalon?
A. Thalamus, epithalamus en hypothalamus.