Hoofdstuk 1: Demografische gegevens
Inleiding
Ouderen vormen een groeiend aandeel in de Nederlandse bevolking. Bovendien hebben ouderen een
steeds hogere levensverwachting.
De omvang van de oudere bevolking
Zowel het absolute aantal als het aandeel van ouderen in de Nederlandse bevolking maakt de
laatste decennia een gestage groei door. Dit wordt veroudering of vergrijzing van de bevolking
genoemd. De gestage groei zal omslaan in een versnelde groei. Een belangrijk aspect van de
veroudering van de Nederlandse bevolking is de relatief snelle groei van het aandeel 80-plussers
binnen de groep 65-plussers. In dit verband wordt de term dubbele vergrijzing gebezigd. In
vergelijking met de nog relatief vitale 65-79-jarigen kent de groep van 80-plussers een veel hogere
prevalentie van ziekten en de daarmee gepaard gaande zorgbehoefte.
Oudere vrouwen hebben door hun gemiddeld betere overlevingskans dan mannen een andere
leefsituatie (vaker alleenstaand) en ze zijn tegelijkertijd zowel lichamelijk als psychisch
kwetsbaarder dan mannen. De meerderheid van de 65-plussers bestaat uit vrouwen en onder de 80-
plussers is dit aandeel zelfs nog groter. Dit wordt ook wel feminisering van de ouderdom genoemd,
maar dit aandeel vrouwen loopt gestaag terug.
Het percentage allochtonen onder de 65-plussers in de totale bevolking zal stijgen. Hierbij moet
worden bedacht dat de allochtone bevolking op zich nog relatief ‘jong’ is. Tevens moet worden
aangetekend dat vooral de niet-westerse allochtone bevolking zich concentreert in de grote steden.
Ten opzichte van de rest van Nederland maakten deze aan het eind van de 20 e eeuw dan ook een
relatieve verjonging door.
Demografen onderscheiden 3 factoren die kunnen bijdragen tot veranderingen in de samenstelling
van de bevolking: (1) geboorte, (2) migratie en (3) sterfte.
De rol van geboorte en migratie
Mensen die geboren zijn tijdens de naoorlogse geboortegolf (babyboomers) dragen in sterke mate
bij tot de voorspelde groei van de oudere bevolking in de toekomst. De naoorlogse geboortegolf
heeft redelijk lang geduurd, waardoor de bevolkingsgroep van middelbare leeftijd (jonger dan 65
jaar) nog tot 2030 relatief groot blijft. Hierdoor neemt het percentage ouderen in Nederland niet zo
sterk toe als in de meeste omringende landen. Ook de factor migratie zorgt ervoor dat de
veroudering van de Nederlandse bevolking relatief traag is gegaan. De immigratie van allochtonen
heeft gezorgd voor een toevoer van relatief jonge personen in de bevolking, waardoor het aandeel
ouderen in de bevolking nog relatief laag is gebleven. Een groot deel van de verschillen tussen de
Europese landen kan worden toegeschreven aan de factor geboorte: in katholieke landen is het
aantal kinderen per vrouw hoger dan in niet katholieke landen.
Demografen hanteren het begrip demografische druk om het verband tussen de omvang van de
verschillende leeftijdsgroepen te verduidelijken.
Groene druk: quotiënt van het percentage 0-19-jarigen en het percentage van de bevolking
in de leeftijd waarop men op de arbeidsmarkt actief is (±20 tot 65 jaar)
Grijze druk: quotiënt van het percentage 65-plussers en het percentage 20-64-jarigen
In het begin van de vorige eeuw was de groene druk hoog. Daarna kwam een daling en vanaf 1990
blijft de groene druk constant. De grijze druk is aan een sterke stijging begonnen en zal over enkele
jaren de groene druk evenaren. Door de toename van de grijze druk zullen we terugkeren naar de
demografische druk van vóór 1990. In plaats van in (onderwijs)voorzieningen voor jongen zal er
meer moeten worden geïnvesteerd in (zorg)voorzieningen voor ouderen. Voor deze kwalitatieve
verandering in de demografische druk hebben demografen een nieuwe indicator gecreëerd: de
oudste-ouderen ondersteuningsratio (oldest-old support ratio). Deze ratio is het quotiënt van het
percentage 50-74-jarigen en het percentage 85-plussers in de bevolking. Vooral de oudste ouderen
hebben zorg nodig en deze zorg wordt veelal in eerste instantie verleend door mantelzorgers van
middelbare tot jongoudere leeftijd.