Oefenopgaven Bedrijfseconomie
Landelijke BE-toets propedeuse FM
1. Door welke oorzaak stijgt het netto werkkapitaal (NWK) ?
a. De aflossing van een kortlopende schuld
b. De aflossing van een obligatielening
c. De ontvangst van een langlopende lening
d. Een inkoop op rekening
2. Een bedrijf rapporteert de inkoopwaarde van de omzet van € 50.000, loonkosten van
€ 35.000 en een brutowinst van € 95.000.
Hoe hoog is het bedrijfsresultaat (EBIT)?
a. € 10.000
b. € 45.000
c. € 60.000
d. € 95.000
3. Door welke oorzaak stijgt het solvabiliteitspercentage (SOLV%)?
a. Het aanschaffen van vaste activa
b. Het aflossen van de bankschuld
c. Het besteden van een deel van de reserve
d. Het inkopen van goederen op rekening
4. Welk van onderstaande posten valt onder vreemd vermogen?
a. Algemene reserve
b. Leverancierskrediet
c. Te ontvangen BTW
d. Vooruitbetaalde huur
Landelijke BE-toets propedeuse FM
1. Door welke oorzaak stijgt het netto werkkapitaal (NWK) ?
a. De aflossing van een kortlopende schuld
b. De aflossing van een obligatielening
c. De ontvangst van een langlopende lening
d. Een inkoop op rekening
2. Een bedrijf rapporteert de inkoopwaarde van de omzet van € 50.000, loonkosten van
€ 35.000 en een brutowinst van € 95.000.
Hoe hoog is het bedrijfsresultaat (EBIT)?
a. € 10.000
b. € 45.000
c. € 60.000
d. € 95.000
3. Door welke oorzaak stijgt het solvabiliteitspercentage (SOLV%)?
a. Het aanschaffen van vaste activa
b. Het aflossen van de bankschuld
c. Het besteden van een deel van de reserve
d. Het inkopen van goederen op rekening
4. Welk van onderstaande posten valt onder vreemd vermogen?
a. Algemene reserve
b. Leverancierskrediet
c. Te ontvangen BTW
d. Vooruitbetaalde huur