Werkcollege sociaal recht
Inzichts- en herhalingsvragen (algemene inleiding)
1. Noem drie basiswetten van het stelsel van sociale zekerheid voor werknemers. Bedoeld zijn
wetten die het toepassingsgebied en de algemene beginselen van dit stelsel bepalen. Geef
telkens een beetje uitleg.
De Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid
der arbeiders: oprichting van het stelsel van de werknemers, centrale inning van de
sociale bijdragen via de RMZ, verplichte ziekte- en werkloosheidsverzekering
De wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944
omschrijft het toepassingsgebied van het stelsel van de werknemers en geeft aan de
Koning de bevoegdheid om dit te wijzigen via Koninklijk Besluit
De wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid
voor werknemers (Wet D’hoore) regelt o.a. de financiering van het stelsel van de
werknemers.
2. Wat betekenen de volgende begrippen
Pijler van sociale zekerheid: een niveau van sociale bescherming.
o De eerste pijler: wettelijk verplichte sociale verzekeringen
o De tweede pijler: extra-legale collectieve verzekeringen
o De derde pijler: individuele verzekeringen en spaarvormen
Stelsel van sociale zekerheid: een geheel van sociale verzekeringen of voorzieningen.
We onderscheiden drie professionele stelsels (werknemers, ambtenaren en
zelfstandigen) en het residuaire stelsel (vangnet).
Sector (tak) en Subsector van sociale zekerheid: een verzekering of voorziening.
→ Voorbeeld: De verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen (VGVU) bevat
twee subsectoren: enerzijds de geneeskundige verzorging die een aanvullend
inkomen verschaft en uitgebreid is tot de ganse bevolking en anderzijds de
uitkeringen die een vervangingsinkomen verschaffen ingeval van
arbeidsongeschiktheid, invaliditeit, moederschap, geboorteverlof en adoptieverlof.
3. Wat is het verschil tussen toelaatbaarheidsvoorwaarden en toekennings- of
vergoedbaarheidsvoorwaarden?
Toelaatbaarheidsvoorwaarden betreffen de vraag of iemand al dan niet een sociale
verzekering heeft. In principe verwerft men deze door voldoende te werken en
bijdragen te betalen.
Toekennings- of vergoedbaarheidsvoorwaarden betreffen de vraag of aan alle
voorwaarden van het sociaal risico voldaan is (bv onvrijwillige werkloosheid, …)
4. Wat is het verschil tussen een sociaal en een professioneel risico?
Een sociaal risico is een risico dat de bestaanszekerheid of levensstandaard van
burgers in de maatschappij bedreigt (onvrijwillige werkloosheid, ziektekosten, 66%
arbeidsongeschiktheid, kinderen ten laste, ouderdom, ...).
Een professioneel risico is een risico dat zich kan voordoen tijdens de uitvoering van
de arbeid (arbeidsongeval, beroepsziekte).
5. Welke "klassieke" periodes onderscheidt men in de geschiedenis van de sociale zekerheid?
Openbare en private liefdadigheid
Vrijwillige verzekering
Gesubsidieerde vrijheid
Inzichts- en herhalingsvragen (algemene inleiding)
1. Noem drie basiswetten van het stelsel van sociale zekerheid voor werknemers. Bedoeld zijn
wetten die het toepassingsgebied en de algemene beginselen van dit stelsel bepalen. Geef
telkens een beetje uitleg.
De Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid
der arbeiders: oprichting van het stelsel van de werknemers, centrale inning van de
sociale bijdragen via de RMZ, verplichte ziekte- en werkloosheidsverzekering
De wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944
omschrijft het toepassingsgebied van het stelsel van de werknemers en geeft aan de
Koning de bevoegdheid om dit te wijzigen via Koninklijk Besluit
De wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid
voor werknemers (Wet D’hoore) regelt o.a. de financiering van het stelsel van de
werknemers.
2. Wat betekenen de volgende begrippen
Pijler van sociale zekerheid: een niveau van sociale bescherming.
o De eerste pijler: wettelijk verplichte sociale verzekeringen
o De tweede pijler: extra-legale collectieve verzekeringen
o De derde pijler: individuele verzekeringen en spaarvormen
Stelsel van sociale zekerheid: een geheel van sociale verzekeringen of voorzieningen.
We onderscheiden drie professionele stelsels (werknemers, ambtenaren en
zelfstandigen) en het residuaire stelsel (vangnet).
Sector (tak) en Subsector van sociale zekerheid: een verzekering of voorziening.
→ Voorbeeld: De verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen (VGVU) bevat
twee subsectoren: enerzijds de geneeskundige verzorging die een aanvullend
inkomen verschaft en uitgebreid is tot de ganse bevolking en anderzijds de
uitkeringen die een vervangingsinkomen verschaffen ingeval van
arbeidsongeschiktheid, invaliditeit, moederschap, geboorteverlof en adoptieverlof.
3. Wat is het verschil tussen toelaatbaarheidsvoorwaarden en toekennings- of
vergoedbaarheidsvoorwaarden?
Toelaatbaarheidsvoorwaarden betreffen de vraag of iemand al dan niet een sociale
verzekering heeft. In principe verwerft men deze door voldoende te werken en
bijdragen te betalen.
Toekennings- of vergoedbaarheidsvoorwaarden betreffen de vraag of aan alle
voorwaarden van het sociaal risico voldaan is (bv onvrijwillige werkloosheid, …)
4. Wat is het verschil tussen een sociaal en een professioneel risico?
Een sociaal risico is een risico dat de bestaanszekerheid of levensstandaard van
burgers in de maatschappij bedreigt (onvrijwillige werkloosheid, ziektekosten, 66%
arbeidsongeschiktheid, kinderen ten laste, ouderdom, ...).
Een professioneel risico is een risico dat zich kan voordoen tijdens de uitvoering van
de arbeid (arbeidsongeval, beroepsziekte).
5. Welke "klassieke" periodes onderscheidt men in de geschiedenis van de sociale zekerheid?
Openbare en private liefdadigheid
Vrijwillige verzekering
Gesubsidieerde vrijheid