Hoofdstuk 1 – De mens als persoon
Wat bedoelt Kroon met het begrip opvoeden?
Alle handelingen die kinderen helpen groot te worden met als doel volwassenheid.
Welke verwante begrippen noemt Kroon nog meer?
Socialiseren: Alle processen die het kind helpen zich vertrouwd te maken met de
menselijke bestaanswijze.
Vormen: Het systematisch verwerven van een beter inzicht in de eigen grenzen en
mogelijkheden en soms ook op een beter zelf verstaan.
Integreren: Leerprocessen die mensen die niet in onze cultuur zijn grootgebracht,
moeten doorlopen zodat zij vertrouwd raken met onze gewoonten, gebruiken en hun
plichten en rechten als burger.
Ontwikkelen: Uitgroeien, ontvouwen wat de natuur als mogelijkheid geeft.
Wat is het verschil tussen eerste en tweede orde verlangens?
Verlangens die dagelijks worden ervaren zijn eerste orde verlangens (vb: ik wil de taart
opeten). Verlangens over verlangens, verlangens dus om mijn handelen door bepaalde
verlangens te laten bepalen, zijn tweede orde verlangens (vb: ik eet de taart niet omdat ik wil
afvallen).
In welke twee categorieën kun je tweede orde verlangens opdelen? Betrek hier ook het
verschil tussen moreel en non-moreel bij.
1. Ik-gerichte verlangens: gericht op het ik en waarborgen een succesvol en comfortabel
bestaan, noodzakelijk voor een vitaal en dynamisch leven komen voort uit de drang
van de mens om te overleven.
Non-moreel van aard (vb: overlevingsdrang, eten, drinken), moraal komt
alleen in het spel als die verlangens zodanig zijn dat de belangen van anderen
worden geschaad (vb: een te groot verlangen naar macht).
2. Jij-gerichte verlangens: houden rekening met de belangen van anderen en toont respect
voor hen, gericht op het verantwoord en respectvol leven komen voort uit het besef
niet alleen voor jezelf te leven.
Moraal van aard (vb: andere niet schaden, respect hebben).
Wanneer is handelen immoreel?
Als het welzijn van de ander bewust schade toebrengt. Ik-gerichte verlangens zijn dus niet per
se immoreel.
Zijn ik/jij gerichte verlangens per se moreel of non-moreel?
Ik-gerichte verlangens zijn in principe non-moreel, maar kunnen immoreel worden.
Jij-gerichte verlangens zijn in principe moreel, maar kunnen immorele gevolgen hebben
(gelovige vrouwen onderwijs verbieden).
1