Samenvatting hoorcolleges straf(proces)recht II
Opzet
Een strafbaar feit is:
- Een (menselijke) gedraging:
o In Nederland kennen wij een daadsstrafrecht er moet een naar buiten toe
kenbare gedraging (een daad) zijn gesteld om een vervolging in te kunnen stellen.
o Strafrechtelijk zijn alleen gedragingen relevant die veranderingen in de buitenwereld
teweegbrengen. Maar ook stilzitten kan een gedraging zijn.
o De fysieke gedraging staat centraal gedachten zijn dus niet strafbaar.
- Die valt binnen de grenzen van een (wettelijke) delictsomschrijving legaliteitsbeginsel.
- Die wederrechtelijk is
- En die verwijtbaar is geen straf zonder schuld (nulla poena sine lege).
Verwijtbaarheid en wederrechtelijkheid kunnen onderdeel uitmaken van de
delictsomschrijvingen. Dan zijn het bestanddelen en juist dan zorgt een beroep op een
strafuitsluitingsgrond voor vrijspraak en geen bewezenverklaring. Als het elementen zijn
volgt er OVAR.
Objectieve en subjectieve componenten van een strafbaar feit:
- Aan de objectieve zijde (hfd III)
a. De gedraging
b. De plaats en de tijd van de gedraging
c. Het causaal verband tussen de gedraging en het gevolg
d. De wederrechtelijkheid (meestal element)
- Aan de subjectieve zijde (hfd IV) zeggen veel meer over de persoon van de verdachte:
a. Opzet of schuld als bestanddeel
b. Schuld in de zin van verwijtbaarheid als element
- NB: Opzet is iets anders dan voorbedachte rade!
o Opzet speelt zich af ten tijde van het plegen van een strafbaar feit.
o Voorbedachte rade speelt zich af voorafgaand aan het plegen van een strafbaar feit.
- NB: Opzet is wat anders dan een motief van een verdachte een motief is voor de
strafrechtelijke aansprakelijkheid volstrekt irrelevant. Het kan wel een verschil maken als het
gaat om de strafmaat.
De relevantie van opzet:
- Doleuze misdrijven misdrijven die alleen begaan kunnen worden als er opzet in het spel is.
Bij overtredingen spelen opzet en schuld geen rol. Men zegt ook wel: overtredingen zijn
geobjectiveerde delicten, voor overtredingen geldt de leer van het materiële feit.
Geobjectiveerde delicten zijn onttrokken aan het te bewijzen schuldverband maar niet aan
schuld als element. Het merendeel van de opzettelijke misdrijven kent geen culpoze
tegenhanger, maar sommige wel.
- Poging en voorbereiding van misdrijven:
o Poging (art. 45 Sr): de verdachte moet het voornemen hebben gehad om een
strafbaar feit te plegen en moet dit geuit hebben. Dit duidt op opzet, het voornemen
om het feit te plegen.
o Ook bij voorbereiding (art. 46 Sr): het opzettelijk voorhanden hebben van …
- Deelneming aan strafbare feiten medeplegen, medeplichtigheid, uitlokken. Verdachte
moet dubbel opzet hebben gehad:
o Opzet op het plegen van het strafbare feit
o Opzet op het medeplegen, medeplichtigheid en uitlokken
Opzet
Een strafbaar feit is:
- Een (menselijke) gedraging:
o In Nederland kennen wij een daadsstrafrecht er moet een naar buiten toe
kenbare gedraging (een daad) zijn gesteld om een vervolging in te kunnen stellen.
o Strafrechtelijk zijn alleen gedragingen relevant die veranderingen in de buitenwereld
teweegbrengen. Maar ook stilzitten kan een gedraging zijn.
o De fysieke gedraging staat centraal gedachten zijn dus niet strafbaar.
- Die valt binnen de grenzen van een (wettelijke) delictsomschrijving legaliteitsbeginsel.
- Die wederrechtelijk is
- En die verwijtbaar is geen straf zonder schuld (nulla poena sine lege).
Verwijtbaarheid en wederrechtelijkheid kunnen onderdeel uitmaken van de
delictsomschrijvingen. Dan zijn het bestanddelen en juist dan zorgt een beroep op een
strafuitsluitingsgrond voor vrijspraak en geen bewezenverklaring. Als het elementen zijn
volgt er OVAR.
Objectieve en subjectieve componenten van een strafbaar feit:
- Aan de objectieve zijde (hfd III)
a. De gedraging
b. De plaats en de tijd van de gedraging
c. Het causaal verband tussen de gedraging en het gevolg
d. De wederrechtelijkheid (meestal element)
- Aan de subjectieve zijde (hfd IV) zeggen veel meer over de persoon van de verdachte:
a. Opzet of schuld als bestanddeel
b. Schuld in de zin van verwijtbaarheid als element
- NB: Opzet is iets anders dan voorbedachte rade!
o Opzet speelt zich af ten tijde van het plegen van een strafbaar feit.
o Voorbedachte rade speelt zich af voorafgaand aan het plegen van een strafbaar feit.
- NB: Opzet is wat anders dan een motief van een verdachte een motief is voor de
strafrechtelijke aansprakelijkheid volstrekt irrelevant. Het kan wel een verschil maken als het
gaat om de strafmaat.
De relevantie van opzet:
- Doleuze misdrijven misdrijven die alleen begaan kunnen worden als er opzet in het spel is.
Bij overtredingen spelen opzet en schuld geen rol. Men zegt ook wel: overtredingen zijn
geobjectiveerde delicten, voor overtredingen geldt de leer van het materiële feit.
Geobjectiveerde delicten zijn onttrokken aan het te bewijzen schuldverband maar niet aan
schuld als element. Het merendeel van de opzettelijke misdrijven kent geen culpoze
tegenhanger, maar sommige wel.
- Poging en voorbereiding van misdrijven:
o Poging (art. 45 Sr): de verdachte moet het voornemen hebben gehad om een
strafbaar feit te plegen en moet dit geuit hebben. Dit duidt op opzet, het voornemen
om het feit te plegen.
o Ook bij voorbereiding (art. 46 Sr): het opzettelijk voorhanden hebben van …
- Deelneming aan strafbare feiten medeplegen, medeplichtigheid, uitlokken. Verdachte
moet dubbel opzet hebben gehad:
o Opzet op het plegen van het strafbare feit
o Opzet op het medeplegen, medeplichtigheid en uitlokken