College Medical Humanities 1 – Inleiding medische ethiek en ethische reflectie
Bolt et al., 2003 – Stappenplan voor ethische reflectie
Fase I: verkenning
Stap 1: algemene vragen m.b.t. de casus
In deze fase is het nodig om een goed beeld te krijgen van het probleem en de context.
Valkuilen
Het kan zijn dat emotionele reacties en vragen worden opgeroepen. Gevolgen daarvan zijn:
- Dat de deelnemers in hun persoonlijke en emotionele ervaringen blijven steken;
- Dat deelnemers op basis van emoties morele uitspraken gaan doen zonder dat eerst argumenten
zijn geformuleerd en afgewogen.
Fase II: explicitering
Stap 2: morele vraag
Het formuleren van de centrale morele vraag is essentieel voor de ethische reflectie en de uitkomst
ervan; het bepaalt voor een deel hoe en in welke richting het proces verder verloopt. Alle
deelnemers moeten het daarom eens worden over de vraagstelling.
- Morele vraag: onderbouwen van een standpunt met behulp van redenen en argumenten;
- A-morele vraag: achterhalen van feiten
Centrale vraag is afhankelijk van de context, gesteld vanuit de partij die de vraag stelt en
handelingsgericht.
Valkuilen
Centrale morele vraag wordt niet helder geformuleerd en neutraal geformuleerd en verschillende
argumenten zitten al verscholen in de vraagstelling.
1
, Stap 3: handelingsmogelijkheden
Welke mogelijkheden (antwoorden) zijn er mogelijk om de vraag te beantwoorden?
Valkuilen
- Handelingsmogelijkheden benoemen waar al een waardering aan is gegeven. In deze stap is het
van belang alle mogelijkheden te benoemen zonder deze al te oordelen.
- Over het hoofd zien van handelingsmogelijkheden; deze mogen op een later moment alsnog
worden toegevoegd.
Stap 4: ontbrekende informatie
In deze stap is het van belang informatie te verzamelen die relevant is voor de beantwoording van de
morele vraag. Op basis van zulke feitelijke informatie kunnen argumenten geformuleerd worden.
Valkuilen
- Het willen overdrijven in het verkrijgen van informatie; je kunt nooit alle ‘ideale’ informatie
verzamelen.
- Mensen die zich verschuilen achter ontbrekende informatie en dus met de wens voor aanvullende
informatie omdat diegene de casus te lastig vind (en er dus niet aan wil beginnen) door aan te
geven dat er meer informatie verzameld moet worden (wat irrelevant kan zijn).
Fase III: analyse
Stap 5: betrokkenen
Bekijken wie zijn betrokken bij het probleem; ieder heeft zijn eigen specifieke wensen,
verwachtingen, belangen, normen en waarden = eigen perspectief op het probleem. Het probleem
wordt vanuit de verschillende perspectieven bekeken om ervoor te zorgen dat niet één partij minder
of meer waarde krijgt = alpartijdigheid.
Valkuilen
- Het kan zijn dat bepaalde perspectieven worden veronachtzaamd.
- Belangenafweging: in deze fase is het belangrijk om de argumenten van alle betrokken partijen te
benoemen, zonder daar nog te veel waarde aan te geven.
Stap 6: formulering en oriëntatie van relevante argumenten
a. Argumenten verzamelen: bij het verzamelen van de argumenten moet worden onderzocht of ze
relevant zijn (of ze een, voor de vraag, relevante handelingsmogelijkheid ondersteunen).
b. De relevante argumenten categoriseren in pro-argumenten (P) of contra-argumenten (C) t.a.v. de
stelling.
- Orde van argumenten: 1e orde heeft direct betrekking op de stelling (P, C); 2e orde heeft
betrekking op 1e orde (PC, CP, PP, CC).
Hierdoor ontstaat een overzicht van de belangrijkste argumenten.
Valkuilen
- Het buiten beschouwing laten van onaangename argumenten of argumenten die tegen de eigen
mening van (een) deelnemer(s) ingaat. Dit kan worden voorkomen door expliciet uit te dagen om
argumenten te benoemen die tegen de eigen opvatting zijn.
- Het toekennen van ‘gewicht’ aan bepaalde argumenten kan al gebeuren in deze stap. Het is
echter van belang dat alle relevante argumenten worden benoemd en in het overzicht worden
opgenomen, ongeacht hoe zwaar het zal wegen.
Fase IV: afweging
2
Bolt et al., 2003 – Stappenplan voor ethische reflectie
Fase I: verkenning
Stap 1: algemene vragen m.b.t. de casus
In deze fase is het nodig om een goed beeld te krijgen van het probleem en de context.
Valkuilen
Het kan zijn dat emotionele reacties en vragen worden opgeroepen. Gevolgen daarvan zijn:
- Dat de deelnemers in hun persoonlijke en emotionele ervaringen blijven steken;
- Dat deelnemers op basis van emoties morele uitspraken gaan doen zonder dat eerst argumenten
zijn geformuleerd en afgewogen.
Fase II: explicitering
Stap 2: morele vraag
Het formuleren van de centrale morele vraag is essentieel voor de ethische reflectie en de uitkomst
ervan; het bepaalt voor een deel hoe en in welke richting het proces verder verloopt. Alle
deelnemers moeten het daarom eens worden over de vraagstelling.
- Morele vraag: onderbouwen van een standpunt met behulp van redenen en argumenten;
- A-morele vraag: achterhalen van feiten
Centrale vraag is afhankelijk van de context, gesteld vanuit de partij die de vraag stelt en
handelingsgericht.
Valkuilen
Centrale morele vraag wordt niet helder geformuleerd en neutraal geformuleerd en verschillende
argumenten zitten al verscholen in de vraagstelling.
1
, Stap 3: handelingsmogelijkheden
Welke mogelijkheden (antwoorden) zijn er mogelijk om de vraag te beantwoorden?
Valkuilen
- Handelingsmogelijkheden benoemen waar al een waardering aan is gegeven. In deze stap is het
van belang alle mogelijkheden te benoemen zonder deze al te oordelen.
- Over het hoofd zien van handelingsmogelijkheden; deze mogen op een later moment alsnog
worden toegevoegd.
Stap 4: ontbrekende informatie
In deze stap is het van belang informatie te verzamelen die relevant is voor de beantwoording van de
morele vraag. Op basis van zulke feitelijke informatie kunnen argumenten geformuleerd worden.
Valkuilen
- Het willen overdrijven in het verkrijgen van informatie; je kunt nooit alle ‘ideale’ informatie
verzamelen.
- Mensen die zich verschuilen achter ontbrekende informatie en dus met de wens voor aanvullende
informatie omdat diegene de casus te lastig vind (en er dus niet aan wil beginnen) door aan te
geven dat er meer informatie verzameld moet worden (wat irrelevant kan zijn).
Fase III: analyse
Stap 5: betrokkenen
Bekijken wie zijn betrokken bij het probleem; ieder heeft zijn eigen specifieke wensen,
verwachtingen, belangen, normen en waarden = eigen perspectief op het probleem. Het probleem
wordt vanuit de verschillende perspectieven bekeken om ervoor te zorgen dat niet één partij minder
of meer waarde krijgt = alpartijdigheid.
Valkuilen
- Het kan zijn dat bepaalde perspectieven worden veronachtzaamd.
- Belangenafweging: in deze fase is het belangrijk om de argumenten van alle betrokken partijen te
benoemen, zonder daar nog te veel waarde aan te geven.
Stap 6: formulering en oriëntatie van relevante argumenten
a. Argumenten verzamelen: bij het verzamelen van de argumenten moet worden onderzocht of ze
relevant zijn (of ze een, voor de vraag, relevante handelingsmogelijkheid ondersteunen).
b. De relevante argumenten categoriseren in pro-argumenten (P) of contra-argumenten (C) t.a.v. de
stelling.
- Orde van argumenten: 1e orde heeft direct betrekking op de stelling (P, C); 2e orde heeft
betrekking op 1e orde (PC, CP, PP, CC).
Hierdoor ontstaat een overzicht van de belangrijkste argumenten.
Valkuilen
- Het buiten beschouwing laten van onaangename argumenten of argumenten die tegen de eigen
mening van (een) deelnemer(s) ingaat. Dit kan worden voorkomen door expliciet uit te dagen om
argumenten te benoemen die tegen de eigen opvatting zijn.
- Het toekennen van ‘gewicht’ aan bepaalde argumenten kan al gebeuren in deze stap. Het is
echter van belang dat alle relevante argumenten worden benoemd en in het overzicht worden
opgenomen, ongeacht hoe zwaar het zal wegen.
Fase IV: afweging
2