Probleem 2. To Become A Reader
Leerdoelen:
- Hoe leert een kind lezen (factoren, fases etc.)?
- Wat is dyslexie en wat doe je er tegen (DSM-5 checken)?
- Hoe ontstaat dyslexie en hoe en wanneer kun je het opsporen?
The problem of reading a word
Het lijkt alsof er bij het lezen van woorden, niet veel cognitieve verwerking plaatsvindt. Toch
is dit wel zo. Bij het lezen van woorden bewegen je ogen niet in één vloeiende beweging. Ze
springen van vast punt naar vast punt (ook wel fixatie: focussen van de ogen op één vast
punt). Verschillende aspecten van oogbeweging tijdens lezen:
- Fixation duration: de ogen van een lezer blijven gemiddeld zo’n 200-250 milliseconden
gefocust op één punt van de tekst.
- Fixation span: de lezer focust zich op 6 tot 8 letterposities tijdens elke fixatie.
- Saccade duration: het duurt zo’n 15-30 milliseconde voordat de lezer zijn ogen naar een
ander punt in de tekst springen. Dat is zo snel, dat je je er niet van bewust bent.
Cognitieve processen en lezen
Mensen die goed zijn in lezen zijn beter in het herkennen van losstaande fonemen die deel
uitmaken van woorden als losstaande klankeenheden dan minder goede lezers. Zo kunnen
goede lezers bijv. vaker correct aangeven welk woord er niet in het rijtje van: song, long,
pain, wrong past. Het herkennen van fonemen is dus een belangrijk cognitief proces bij lezen.
Een ander cognitief proces dat bij lezen is betrokken, is decoding. Dit is het proces van het
vertalen van geprinte symbolen naar geluiden. Decoding fluency is een volgend cognitief
proces. Dit is hardop en snel lezen waarbij ook expressie en ritme worden overgebracht (zoals
bijv. nieuwslezers). Het laatste cognitieve proces dat betrokken is bij lezen, is meaning
accessing: in het lange termijn geheugen zoeken naar de betekenis van ween woord. In de
volgende kopjes worden de verschillende processen verder uitgelegd.
Herkennen van fonemen
Fonologisch bewustzijn verwijst naar de kennis over de geluidseenheden (fonemen) die in
een taal worden gebruikt, inclusief de bekwaamheid om losstaande fonemen te horen en te
produceren. Het omvat weten dat woorden zijn opgebouwd uit verschillende geluidseenheden
en dat deze geluidseenheden gecombineerd kunnen worden om zo woorden te vormen.
(Weten dat het woord kip, bestaat uit de fonemen k, i en p en deze losse fonemen samen
kunnen voegen tot het woord kip.)
Fonologisch bewustzijn kun je meten door studenten te vragen het aantal geluiden in
een gesproken woord uit te tikken (drie tikjes voor kat), foneem isolatie (wat is de eerste
klank in pasta), foneem identiteit (welke geluid is hetzelfde in bike, boy en bell), foneem
categorisatie (welk woord is fout in de rij van bus, bun, rug) en foneem vervanging (verander
bij het woord kat de k in d).
1