Maatschappijwetenschappen
Samenvatting boek 2
Actoren
Rationele-actor-paradigma Sociaal-constructivisme-paradigma
Conflict Consensus
Conflict-paradigma Functionalisme-paradigma
Structuren
Hoofdstuk 6 ~ veranderingen in welvaartsvraagstuk
Samenwerking = het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties
vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk
doel. Waarom samenwerken?
- profiteren van sterke punten van een ander
- samen staan we sterker
Wat is er nodig voor samenwerking?
- compromisbereidheid, onderling vertrouwen, wederzijdse acceptatie
Conflict = een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar
tegenwerken om de eigen doelen te bereiken.
Collectieve goederen
Drinkwater, onderwijs, infrastructuur, veiligheid
- Collectieve goederen zijn non-exclusief -> niemand kan er van uitgesloten
worden
Private goederen
Mensen moeten er voor betalen. Zoals eten, abonnement sportschool, vakantie,
een telefoon.
- Private goederen zijn exclusief -> mensen kunnen uitgesloten worden
Collectieve actie = Mensen werken samen om een collectief goed te realiseren.
Dilemma van de collectieve actie = dilemma voor actoren of ze wel of niet
meedoen aan de samenwerking. Zowel niet als wel meedoen heeft voordelen. Je
kan natuurlijk profiteren van het collectief goed zonder er zelf iets aan bij te
dragen, dit zijn free riders.
, Paradigma = referentiekader van een wetenschapper. Bestaat uit een groep aan
elkaar verwante theorieën. We kijken nu naar de paradigma’s over conflict.
Functionalisme-paradigma
Mensen en taken hebben hun eigen functie in de samenleving en dragen op hun
eigen manier bij aan het gehele maatschappelijke systeem. Conflicten zijn een
uitzondering, ze ontstaan omdat relaties tussen actoren niet goed functioneren.
Conflicten kunnen consensus aantasten. Bij een conflict moet de samenleving
weer in evenwicht komen. Binnen de samenleving zijn er allerlei subsystemen.
Conflict-paradigma
Conflicten horen bij de samenleving, actoren strijden om schaarse goederen.
Conflicten zijn niet altijd negatief: ze zorgen voor maatschappelijke
veranderingen.
Sociaal-constructivisme-paradigma
Gericht op gedrag van individuele actoren. Onderzoek naar betekenis die actoren
geven aan handelingen van henzelf en van anderen. Soms hebben mensen
verwachtingen van anderen, als dit niet zo blijkt kunnen er rolconflicten ontstaan.
Rationele-actor-paradigma
Gericht op gedrag van actoren, maar vooral hoe zij omgaan met tegengestelde
doelen of belangen. Heeft een conflict mogelijke voordelen ten opzichte van
samenwerken? -> afweging maken tussen 2 mogelijkheden
Bij samenwerking: sociale cohesie moet in stand gehouden worden.
Samenwerking moet niet eenmalig zijn, maar herhaaldelijk voorkomen.
Bij het proces van jagen-verzamelen naar landbouw is er sprake van
rationalisering. Bestaat uit twee delen:
- Technische rationaliteit = doelgericht inzetten van middelen om zo
efficiënt en effectief mogelijke resultaten te behalen.
- Wetenschappelijke rationaliteit = het ordenen en systematiseren van de
werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te
maken.
Maatschappelijke rationaliteit = mensen ontwikkelen allerlei organisaties,
instellingen en wetten die worden toegepast in de samenleving. Zoals
democratische rechtsstaten en verzorgingsstaten.
Schaarste -> uitvindingen -> landbouwsamenleving -> rationalisering
Samenvatting boek 2
Actoren
Rationele-actor-paradigma Sociaal-constructivisme-paradigma
Conflict Consensus
Conflict-paradigma Functionalisme-paradigma
Structuren
Hoofdstuk 6 ~ veranderingen in welvaartsvraagstuk
Samenwerking = het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties
vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk
doel. Waarom samenwerken?
- profiteren van sterke punten van een ander
- samen staan we sterker
Wat is er nodig voor samenwerking?
- compromisbereidheid, onderling vertrouwen, wederzijdse acceptatie
Conflict = een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar
tegenwerken om de eigen doelen te bereiken.
Collectieve goederen
Drinkwater, onderwijs, infrastructuur, veiligheid
- Collectieve goederen zijn non-exclusief -> niemand kan er van uitgesloten
worden
Private goederen
Mensen moeten er voor betalen. Zoals eten, abonnement sportschool, vakantie,
een telefoon.
- Private goederen zijn exclusief -> mensen kunnen uitgesloten worden
Collectieve actie = Mensen werken samen om een collectief goed te realiseren.
Dilemma van de collectieve actie = dilemma voor actoren of ze wel of niet
meedoen aan de samenwerking. Zowel niet als wel meedoen heeft voordelen. Je
kan natuurlijk profiteren van het collectief goed zonder er zelf iets aan bij te
dragen, dit zijn free riders.
, Paradigma = referentiekader van een wetenschapper. Bestaat uit een groep aan
elkaar verwante theorieën. We kijken nu naar de paradigma’s over conflict.
Functionalisme-paradigma
Mensen en taken hebben hun eigen functie in de samenleving en dragen op hun
eigen manier bij aan het gehele maatschappelijke systeem. Conflicten zijn een
uitzondering, ze ontstaan omdat relaties tussen actoren niet goed functioneren.
Conflicten kunnen consensus aantasten. Bij een conflict moet de samenleving
weer in evenwicht komen. Binnen de samenleving zijn er allerlei subsystemen.
Conflict-paradigma
Conflicten horen bij de samenleving, actoren strijden om schaarse goederen.
Conflicten zijn niet altijd negatief: ze zorgen voor maatschappelijke
veranderingen.
Sociaal-constructivisme-paradigma
Gericht op gedrag van individuele actoren. Onderzoek naar betekenis die actoren
geven aan handelingen van henzelf en van anderen. Soms hebben mensen
verwachtingen van anderen, als dit niet zo blijkt kunnen er rolconflicten ontstaan.
Rationele-actor-paradigma
Gericht op gedrag van actoren, maar vooral hoe zij omgaan met tegengestelde
doelen of belangen. Heeft een conflict mogelijke voordelen ten opzichte van
samenwerken? -> afweging maken tussen 2 mogelijkheden
Bij samenwerking: sociale cohesie moet in stand gehouden worden.
Samenwerking moet niet eenmalig zijn, maar herhaaldelijk voorkomen.
Bij het proces van jagen-verzamelen naar landbouw is er sprake van
rationalisering. Bestaat uit twee delen:
- Technische rationaliteit = doelgericht inzetten van middelen om zo
efficiënt en effectief mogelijke resultaten te behalen.
- Wetenschappelijke rationaliteit = het ordenen en systematiseren van de
werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te
maken.
Maatschappelijke rationaliteit = mensen ontwikkelen allerlei organisaties,
instellingen en wetten die worden toegepast in de samenleving. Zoals
democratische rechtsstaten en verzorgingsstaten.
Schaarste -> uitvindingen -> landbouwsamenleving -> rationalisering