Hoorcollege 1 (16-11-2016)
1. Onderzoek
Correlatie is een maat voor het samengaan van twee variabelen: is er een verhouding?
Loopt van -1 tot 1 en is grafisch weer te geven in een puntenwolk. Als er een perfecte
samenhang is, dan is er een correlatie van 1. Voor correlatie heb je variantie nodig. Want
als bijv iedereen in je steekproef dezelfde lengte heeft, dan zul je nooit de correlatie
tussen lengte en schoenmaat kunnen meten.
Generaliseerbaarheid gaat over in hoeverre je bevindingen kunt veralgemeniseren naar
de populatie waaruit je je steekproef trekt. Hiervoor heb je de significantietest. Hiermee
kun je uitspraken gaan doen over je populatie. Het verschil in je steekproef wordt pas
interessant als dit verschil in zijn algemeenheid bestaat. Hiervoor doe je
significantietest: is de populatie wel of niet berust op je gevonden verschil uit de
steekproef. Je wil dat de kans op je type I of II fout zo klein mogelijk is. Gebruikelijk
P<0.05 of 0.01.
2. Definities en posities
Over wie gaat psychologie nou eigenlijk? Heel veel psychologisch onderzoek is
gebaseerd op steekproeven die je makkelijk kan krijgen. Bijvoorbeeld studenten. Maar
er zit een probleem aan, want dit is niet altijd generaliseerbaar. Psychologie beoogt iets
te zeggen over de mensen in het algemeen, maar door generaliseerbaarheidsproblemen
zegt het vaak maar iets over een klein percentage van de algemene populatie.
Steekproeven zijn vaak WEIRD: western, educated, industrialised, rich, democratic.
Als we het hebben over cross culturele psychologie, wat doet zij nou eigenlijk? Het gaat
over de aspecten van de menselijke aard die fundamenteel en basaal zijn, en welke
aspecten nou juist kneedbaar zijn en op verschillende manieren tot uiting zullen komen,
afhankelijk van de socialisatie van individuen in verschillende landen. In de cross
culturele psychologie ga je op zoek naar verschillen. Hier zit een risico in, want je loopt
de kans verschillen uit te groten. Dat je mensen in hokjes gaat plaatsen. Alle Japanners
zijn bijvoorbeeld niet hetzelfde. De doelen van de cross culturele psychologie bestaan
uit:
- Zijn de bestaande psychologische theorieën en kennis universeel geldig?
- Exploratie van andere culturen om nieuwe psychologische verschijnselen te
ontdekken.
- De combinatie van punt 1 en 2 om een bredere en meer algemene psychologie te
ontwikkelen die geldig is voor meer culturen.
Antropologen (Kroeber & Klickhohn) spreken over cultuur in termen van: expliciete en
impliciete gedragsgerelateerde patronen die mensen zich eigen maken en aan elkaar
overdragen door middel van symbolen, die het unieke product zijn van menselijke
groepen, en die belichaamd worden in artefacten. De essentie van cultuur bestaat uit
(historisch gezien) traditionele ideeën en vooral de waarde die aan die ideeën wordt
toegekend. Culturele systemen kunnen aan de ene kant worden gezien als produceren
van gedrag, maar aan de andere kans als condities voor nieuw gedrag. Dit laat zien hoe
complex het begrip is.
1. Onderzoek
Correlatie is een maat voor het samengaan van twee variabelen: is er een verhouding?
Loopt van -1 tot 1 en is grafisch weer te geven in een puntenwolk. Als er een perfecte
samenhang is, dan is er een correlatie van 1. Voor correlatie heb je variantie nodig. Want
als bijv iedereen in je steekproef dezelfde lengte heeft, dan zul je nooit de correlatie
tussen lengte en schoenmaat kunnen meten.
Generaliseerbaarheid gaat over in hoeverre je bevindingen kunt veralgemeniseren naar
de populatie waaruit je je steekproef trekt. Hiervoor heb je de significantietest. Hiermee
kun je uitspraken gaan doen over je populatie. Het verschil in je steekproef wordt pas
interessant als dit verschil in zijn algemeenheid bestaat. Hiervoor doe je
significantietest: is de populatie wel of niet berust op je gevonden verschil uit de
steekproef. Je wil dat de kans op je type I of II fout zo klein mogelijk is. Gebruikelijk
P<0.05 of 0.01.
2. Definities en posities
Over wie gaat psychologie nou eigenlijk? Heel veel psychologisch onderzoek is
gebaseerd op steekproeven die je makkelijk kan krijgen. Bijvoorbeeld studenten. Maar
er zit een probleem aan, want dit is niet altijd generaliseerbaar. Psychologie beoogt iets
te zeggen over de mensen in het algemeen, maar door generaliseerbaarheidsproblemen
zegt het vaak maar iets over een klein percentage van de algemene populatie.
Steekproeven zijn vaak WEIRD: western, educated, industrialised, rich, democratic.
Als we het hebben over cross culturele psychologie, wat doet zij nou eigenlijk? Het gaat
over de aspecten van de menselijke aard die fundamenteel en basaal zijn, en welke
aspecten nou juist kneedbaar zijn en op verschillende manieren tot uiting zullen komen,
afhankelijk van de socialisatie van individuen in verschillende landen. In de cross
culturele psychologie ga je op zoek naar verschillen. Hier zit een risico in, want je loopt
de kans verschillen uit te groten. Dat je mensen in hokjes gaat plaatsen. Alle Japanners
zijn bijvoorbeeld niet hetzelfde. De doelen van de cross culturele psychologie bestaan
uit:
- Zijn de bestaande psychologische theorieën en kennis universeel geldig?
- Exploratie van andere culturen om nieuwe psychologische verschijnselen te
ontdekken.
- De combinatie van punt 1 en 2 om een bredere en meer algemene psychologie te
ontwikkelen die geldig is voor meer culturen.
Antropologen (Kroeber & Klickhohn) spreken over cultuur in termen van: expliciete en
impliciete gedragsgerelateerde patronen die mensen zich eigen maken en aan elkaar
overdragen door middel van symbolen, die het unieke product zijn van menselijke
groepen, en die belichaamd worden in artefacten. De essentie van cultuur bestaat uit
(historisch gezien) traditionele ideeën en vooral de waarde die aan die ideeën wordt
toegekend. Culturele systemen kunnen aan de ene kant worden gezien als produceren
van gedrag, maar aan de andere kans als condities voor nieuw gedrag. Dit laat zien hoe
complex het begrip is.