Geneesmiddelenkennis H7
Hartfalen:
Symptomen hartfalen: vermoeidheid, vochtophoping in de weefsels en een versneld hartritme.
Vochtophoping in de longen veroorzaakt benauwdheid.
De behandeling is gericht op vergroting van de hartkracht en op het verlagen van de weerstand van
de bloedvaten.
Vergroten van de hartkracht gebeurt met behulp van hartglycosiden.
Het verlagen van de weerstand van de bloedvaten door het verlagen van de bloeddruk.
Dit laatste kan door de spanning in de wand van de bloedvaten te verlagen, maar ook door de totale
hoeveelheid bloed te verminderen. Medicijnen die daarbij gebruikt worden zijn:
- Diuretica:
Diuretica (plaspillen) worden gebruikt om de weerstand die het hart bij het pompen moet
overwinnen, te verminderen. Door het gebruik zal de urineproductie toenemen, en verlies je
dus vocht. Andere reden om diuretica te gebruiken is hypertensie, vochtretentie (als je
lichaam vocht vasthoudt) en/of oedeem als gevolg van nierfunctiestoornissen of
leverafwijkingen. Lisdiuretica furosemide (Lasix) en bumetanide (Burinex) hebben een
krachtige, snelle werking, overige diuretica hebben een wat gelijkmatigere werking. De
belangrijkste overige diuretica zijn: hydrochloorthiazide en chloortalidon.
Bij bijna alle diuretica wordt niet alleen de uitscheiding van natrium bevorderd, maar ook van
kalium.
Kaliumsparende diuretica: diuretica die geen kaliumuitscheiding veroorzaken. Bv.
Triamtereen en spironolacton. Het word altijd in combinatie met andere diuretica gegeven.
Bijwerking van diuretica: orthostatische hypotensie (duizelig bij overeind komen).
- ACE-remmers en AT1- antagonisten:
Ze hebben invloed op de bloeddruk via een ingewikkeld mechanisme waarbij de nieren
betrokken zijn. Ze worden toegepast als er sprake is van suikerziekte en bij hoge bloeddruk
met gevaar voor hartfalen, vaak in combinatie met diuretica of bèta-blokkers.
Bijwerking van ACE-remmers: prikkelhoest, de patiënt moet in dat geval andere medicijnen.
ACE-remmers eindigen op –pril.
Als de bloeddrukverlagende werking onvoldoende is wordt het gecombineerd met diuretica.
AT1-antagonisten eindigen op –tan. Hierbij komt prikkelhoest nauwelijks voor.
Beide worden ook gebruikt bij hypertensie.
- Bèta-blokkers:
Ze worden veel gebruikt bij angina pectoris, bij hoge bloeddruk en bij hartritmestoornissen.
Ze verlagen de hartfrequentie en de weerstand van het bloedvatstelsel. De zuurstofbehoefte
van de hartspier neemt af.
Ze eindigen op –lol.
Bijwerkingen: koude handen en voeten, orthostatische hypotensie, vermoeidheid en
angstige dromen. Bij mannen kan ook impotentie optreden.
Bij astmapatiënten kan het een aanval uitlokken en bij diabeten kan het een hypoglykemie
(glucosegehalte is te laag) maskeren. Diabeten hebben het dus niet door en nemen geen
maatregelen om iets te gaan eten.
Hartfalen:
Symptomen hartfalen: vermoeidheid, vochtophoping in de weefsels en een versneld hartritme.
Vochtophoping in de longen veroorzaakt benauwdheid.
De behandeling is gericht op vergroting van de hartkracht en op het verlagen van de weerstand van
de bloedvaten.
Vergroten van de hartkracht gebeurt met behulp van hartglycosiden.
Het verlagen van de weerstand van de bloedvaten door het verlagen van de bloeddruk.
Dit laatste kan door de spanning in de wand van de bloedvaten te verlagen, maar ook door de totale
hoeveelheid bloed te verminderen. Medicijnen die daarbij gebruikt worden zijn:
- Diuretica:
Diuretica (plaspillen) worden gebruikt om de weerstand die het hart bij het pompen moet
overwinnen, te verminderen. Door het gebruik zal de urineproductie toenemen, en verlies je
dus vocht. Andere reden om diuretica te gebruiken is hypertensie, vochtretentie (als je
lichaam vocht vasthoudt) en/of oedeem als gevolg van nierfunctiestoornissen of
leverafwijkingen. Lisdiuretica furosemide (Lasix) en bumetanide (Burinex) hebben een
krachtige, snelle werking, overige diuretica hebben een wat gelijkmatigere werking. De
belangrijkste overige diuretica zijn: hydrochloorthiazide en chloortalidon.
Bij bijna alle diuretica wordt niet alleen de uitscheiding van natrium bevorderd, maar ook van
kalium.
Kaliumsparende diuretica: diuretica die geen kaliumuitscheiding veroorzaken. Bv.
Triamtereen en spironolacton. Het word altijd in combinatie met andere diuretica gegeven.
Bijwerking van diuretica: orthostatische hypotensie (duizelig bij overeind komen).
- ACE-remmers en AT1- antagonisten:
Ze hebben invloed op de bloeddruk via een ingewikkeld mechanisme waarbij de nieren
betrokken zijn. Ze worden toegepast als er sprake is van suikerziekte en bij hoge bloeddruk
met gevaar voor hartfalen, vaak in combinatie met diuretica of bèta-blokkers.
Bijwerking van ACE-remmers: prikkelhoest, de patiënt moet in dat geval andere medicijnen.
ACE-remmers eindigen op –pril.
Als de bloeddrukverlagende werking onvoldoende is wordt het gecombineerd met diuretica.
AT1-antagonisten eindigen op –tan. Hierbij komt prikkelhoest nauwelijks voor.
Beide worden ook gebruikt bij hypertensie.
- Bèta-blokkers:
Ze worden veel gebruikt bij angina pectoris, bij hoge bloeddruk en bij hartritmestoornissen.
Ze verlagen de hartfrequentie en de weerstand van het bloedvatstelsel. De zuurstofbehoefte
van de hartspier neemt af.
Ze eindigen op –lol.
Bijwerkingen: koude handen en voeten, orthostatische hypotensie, vermoeidheid en
angstige dromen. Bij mannen kan ook impotentie optreden.
Bij astmapatiënten kan het een aanval uitlokken en bij diabeten kan het een hypoglykemie
(glucosegehalte is te laag) maskeren. Diabeten hebben het dus niet door en nemen geen
maatregelen om iets te gaan eten.