Articles B1 B2 C1
[B1] Determinatoren (determiners) zijn woorden zoals the, this, my, many die voor een zelfstandig
naamwoord (zie nouns) komen. Er zijn twee groepen determinatoren. De eerste groep heeft als
functie om iets of iemand aan te wijzen of te identificeren en de tweede groep geeft aan om wat
voor hoeveelheden het gaat (zie determiners: quantity).
Lidwoorden (articles), het onderwerp van dit hoofdstuk, horen bij de eerste groep determinatoren.
Er zijn twee lidwoorden in het Engels: het bepaald lidwoord (definite article) the en het onbepaald
lidwoord (indefinite article) a(n). Je gebruikt het bepaald lidwoord om over een specifiek persoon of
ding te praten. Je gebruikt het onbepaald lidwoord om over mensen of dingen in het algemeen te
praten.
The airport is closed due to heavy snowfall.
I bought a postcard for my sister's birthday.
He asked an important question.
Je gebruikt a als het woord erachter begint met een medeklinkerklank, anders gebruik je an. Deze
regel geldt ook voor afkortingen.
a door an effect
a university (de eerste letter wordt uitgesproken als
an office
een medeklinker: 'j')
an hour (de uitspraak begint door de stomme 'h'
a hospital
met een klinkerklank: 'ou')
a BA degree (begint met een medeklinkerklank:
an MP (begint met een klinkerklank: 'em')
'bee')
Als je een zelfstandig naamwoord niet kunt tellen (en niet in het meervoud kunt zetten), gebruik je
geen a(n).
a painting (dit is te tellen: one painting, three paintings)
Maar niet: an information (want information kun je niet tellen)
a rain (want rain kun je niet tellen)
Je gebruikt a(n) voor de naam van een beroep, nationaliteit of geloof. Let op: bij beroepen die slechts
door één persoon worden uitgeoefend en bij titels (bijv. Prince, Queen) gebruik je geen a(n). Je mag
dan wel the gebruiken.
[B1] Determinatoren (determiners) zijn woorden zoals the, this, my, many die voor een zelfstandig
naamwoord (zie nouns) komen. Er zijn twee groepen determinatoren. De eerste groep heeft als
functie om iets of iemand aan te wijzen of te identificeren en de tweede groep geeft aan om wat
voor hoeveelheden het gaat (zie determiners: quantity).
Lidwoorden (articles), het onderwerp van dit hoofdstuk, horen bij de eerste groep determinatoren.
Er zijn twee lidwoorden in het Engels: het bepaald lidwoord (definite article) the en het onbepaald
lidwoord (indefinite article) a(n). Je gebruikt het bepaald lidwoord om over een specifiek persoon of
ding te praten. Je gebruikt het onbepaald lidwoord om over mensen of dingen in het algemeen te
praten.
The airport is closed due to heavy snowfall.
I bought a postcard for my sister's birthday.
He asked an important question.
Je gebruikt a als het woord erachter begint met een medeklinkerklank, anders gebruik je an. Deze
regel geldt ook voor afkortingen.
a door an effect
a university (de eerste letter wordt uitgesproken als
an office
een medeklinker: 'j')
an hour (de uitspraak begint door de stomme 'h'
a hospital
met een klinkerklank: 'ou')
a BA degree (begint met een medeklinkerklank:
an MP (begint met een klinkerklank: 'em')
'bee')
Als je een zelfstandig naamwoord niet kunt tellen (en niet in het meervoud kunt zetten), gebruik je
geen a(n).
a painting (dit is te tellen: one painting, three paintings)
Maar niet: an information (want information kun je niet tellen)
a rain (want rain kun je niet tellen)
Je gebruikt a(n) voor de naam van een beroep, nationaliteit of geloof. Let op: bij beroepen die slechts
door één persoon worden uitgeoefend en bij titels (bijv. Prince, Queen) gebruik je geen a(n). Je mag
dan wel the gebruiken.