Research & Analytics – januari
Deel 1: Basisstatistiek voor marktonderzoek
Ruwe data en meetniveau
Ruwe data: niet geanalyseerd of bewerkt
▪ Primaire ruwe data: zelf verzameld
▪ Secundaire ruwe data: via kanaal verwerft, niet zelf verzameld
Meetniveaus & schaaltypes
Twee soorten: kwalitatief en kwantitatief
▪ Kwalitatief: non-metrisch en categorisch
▪ Nominaal: wel onderscheid, geen rangschiking (vb. geslacht)
▪ Ordinaal: wel onderscheid, wel rangschikking (vb. rangen leger)
▪ Kwantitatief: metrisch en numerisch
▪ Interval: geen gelijke verhouding (vb. temperatuur heeft 0 als nulpunt, maar dat wil hier
niet zeggen dat er geen temperatuur is), wel gelijke verschillen
▪ Ratio: wel gelijke verhoudingen, wel gelijke verschillen
Frequentietabellen
Onderverdeling op basis van 2 criteria: groepering en frequentie
▪ Groepering: gegroepeerd (=ordinaal, interval of ratio) of ongegroepeerd (=nominaal)
▪ Gegroepeerd bestaat uit vier onderdelen: aantal klassen, klassenbreedte,
klassenmidden, klassendichtheid
▪ Frequenties: absoluut of relatief
▪ Absoluut (in getallen) bestaat uit cumulatief (opgeteld) of niet cumulatief
▪ Relatief (in percentage) bestaat ook uit cumulatief (opgeteld) of niet cumulatief
! belangrijk: haakje dicht naast cijfer = cijfer zit mee in de klasse, haakje open naast cijfer in
frequentietabel = cijfer zit niet mee in de klasse
Hoe kies je aantal klassen bij opstellen van een frequentietabel?
- Formule: (hoogste-laatste meetuitslag/ (integer √n)
Hoe bereken je klassenmidden?
- bovengrens – ondergrens /2
, Hoe bereken je frequentiedichtheid?
- Relatieve frequentie / klassenbreedte
Kruistabellen
- Kolompercentages = getallen in kolom tellen op tot 100%
- Rijpercentages = getallen in rij tellen op tot 100%
Voorbeeld van een kruistabel:
Kwantielen
Soorten kwantielen: kwartielen, decielen en percentielen (voor ordinale, interval of ratio- gegevens)
- Kwartielen: deelt in 4 delen, dus 3 kwartielen (bevat Q1,Q2,Q3 en Q4)
- Decielen: deelt in 10 delen, dus 9 decielen
- Percentielen: deelt in 100 delen, dus 99 percentielen
Kwartielscore Q berekenen = (1-f)*Xi + (f)*Xi+1
Visualisatie en dichtheidsgrafiek
Soorten visualisatie:
- Taartdiagram (nominale of ordinale gegevens die sommeren tot 100%)
- Staafdiagram of kolomdiagram (nominale of ordinale gegevens)
- NPS (Net Promotor Score) met detractors en promotors
- Creatieve voorstellingen, criteria: juiste informatie, verhaal moet erin zitten, aantrekkelijke
visuele voorstelling, doelstellingen moeten bereikt worden (wat wil je weergeven, welke
acties ondersteunen
- Histogram (interval of ratio-gegevens) !gevoelig voor aantal klassen! = je zou ander beeld
kunnen krijgen als je meer/minder klassen neemt (vb. marsmannetjes lengte: als je
grote/ruime klassen neemt zie je minder verschil)
Deel 1: Basisstatistiek voor marktonderzoek
Ruwe data en meetniveau
Ruwe data: niet geanalyseerd of bewerkt
▪ Primaire ruwe data: zelf verzameld
▪ Secundaire ruwe data: via kanaal verwerft, niet zelf verzameld
Meetniveaus & schaaltypes
Twee soorten: kwalitatief en kwantitatief
▪ Kwalitatief: non-metrisch en categorisch
▪ Nominaal: wel onderscheid, geen rangschiking (vb. geslacht)
▪ Ordinaal: wel onderscheid, wel rangschikking (vb. rangen leger)
▪ Kwantitatief: metrisch en numerisch
▪ Interval: geen gelijke verhouding (vb. temperatuur heeft 0 als nulpunt, maar dat wil hier
niet zeggen dat er geen temperatuur is), wel gelijke verschillen
▪ Ratio: wel gelijke verhoudingen, wel gelijke verschillen
Frequentietabellen
Onderverdeling op basis van 2 criteria: groepering en frequentie
▪ Groepering: gegroepeerd (=ordinaal, interval of ratio) of ongegroepeerd (=nominaal)
▪ Gegroepeerd bestaat uit vier onderdelen: aantal klassen, klassenbreedte,
klassenmidden, klassendichtheid
▪ Frequenties: absoluut of relatief
▪ Absoluut (in getallen) bestaat uit cumulatief (opgeteld) of niet cumulatief
▪ Relatief (in percentage) bestaat ook uit cumulatief (opgeteld) of niet cumulatief
! belangrijk: haakje dicht naast cijfer = cijfer zit mee in de klasse, haakje open naast cijfer in
frequentietabel = cijfer zit niet mee in de klasse
Hoe kies je aantal klassen bij opstellen van een frequentietabel?
- Formule: (hoogste-laatste meetuitslag/ (integer √n)
Hoe bereken je klassenmidden?
- bovengrens – ondergrens /2
, Hoe bereken je frequentiedichtheid?
- Relatieve frequentie / klassenbreedte
Kruistabellen
- Kolompercentages = getallen in kolom tellen op tot 100%
- Rijpercentages = getallen in rij tellen op tot 100%
Voorbeeld van een kruistabel:
Kwantielen
Soorten kwantielen: kwartielen, decielen en percentielen (voor ordinale, interval of ratio- gegevens)
- Kwartielen: deelt in 4 delen, dus 3 kwartielen (bevat Q1,Q2,Q3 en Q4)
- Decielen: deelt in 10 delen, dus 9 decielen
- Percentielen: deelt in 100 delen, dus 99 percentielen
Kwartielscore Q berekenen = (1-f)*Xi + (f)*Xi+1
Visualisatie en dichtheidsgrafiek
Soorten visualisatie:
- Taartdiagram (nominale of ordinale gegevens die sommeren tot 100%)
- Staafdiagram of kolomdiagram (nominale of ordinale gegevens)
- NPS (Net Promotor Score) met detractors en promotors
- Creatieve voorstellingen, criteria: juiste informatie, verhaal moet erin zitten, aantrekkelijke
visuele voorstelling, doelstellingen moeten bereikt worden (wat wil je weergeven, welke
acties ondersteunen
- Histogram (interval of ratio-gegevens) !gevoelig voor aantal klassen! = je zou ander beeld
kunnen krijgen als je meer/minder klassen neemt (vb. marsmannetjes lengte: als je
grote/ruime klassen neemt zie je minder verschil)