Thema 1 Procedure in eerste aanleg
Introductie
Het burgerlijk procesrecht regelt de wijze waarop burgers en rechtspersonen hun civiele
geschillen aan de rechter kunnen voorleggen en laten beslissen. Een belangrijk doel van het
burgerlijk procesrecht is eigenrichting tegen te gaan. Het praktische belang van procesregels
ligt met name in het feit dat vorderingen gebaseerd op het materiële recht vaak slechts
verwezenlijkt kunnen worden via een procedure voor de rechter. Centraal staat deze week de
dagvaarding en het verloop van de dagvaardingsprocedure in eerste aanleg bij de rechtbank
sector civiel en kamer voor kantonzaken.
De procedure begint met een dagvaarding. In deze week wordt onder meer aandacht besteed
aan de wettelijke vereisten waaraan de dagvaarding moet voldoen. De meeste bepalingen over
de dagvaarding zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid. Maar levert een fout in de
dagvaarding altijd nietigheid op? Is het verschijnen van de gedaagde hierop van invloed en
kan de rechter ambtshalve bepalen of een dagvaarding nietig is? In de dagvaarding moet eiser
duidelijk omschrijven wat hij van gedaagde vordert en op welke grondslag. Meerdere eisen
kunnen in een dagvaarding worden opgenomen.
Na het uitbrengen van de dagvaarding wordt gedaagde in de gelegenheid gesteld tot het
voeren van verweren. Hierna volgt in beginsel een mondelinge behandeling. Na de
mondelinge behandeling heeft de rechter diverse mogelijkheden om het geding voort te
zetten. Hieronder vallen het bevelen van nieuwe schriftelijke rondes, het bevelen van een
pleidooi of het wijzen van een vonnis.
De procedure voor de kantonrechter wijkt op een aantal punten af van de gewone
rechtbankprocedure. De belangrijkste verschillen zijn dat er geen verplichte
procesvertegenwoordiging is en dat conclusies in de procedure mondeling genomen kunnen
worden.
Leerdoelen
Van u wordt verwacht dat u na bestudering van de stof onder meer inzicht hebt in:
Doel, functie en kenmerken van het burgerlijk procesrecht;
Welke regelingen in het burgerlijk procesrecht een rol spelen;
Wanneer het procederen in het burgerlijk procesrecht verstandig is;
Start van de procedure bij de burgerlijke rechter;
Verloop van de procedure in eerste aanleg (sector civiel en kamer voor kantonzaken).
Verplichte literatuur
Compendium: hoofdstuk 1.1-1.12, hoofdstuk 3.1, 3.2 tot aan 3.2.1, 3.5-3.8, hoofdstuk
4.3- 4.3.1, hoofdstuk 5, hoofdstuk 6.1-6.10 en hoofdstuk 11.
I. Giesen, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk
Recht. Procesrecht. 1. Beginselen van burgerlijk procesrecht, Deventer: Wolters
Kluwer 2015, nrs. 9-14. [Deze literatuur dient u zelf op te zoeken]
Introductie
Het burgerlijk procesrecht regelt de wijze waarop burgers en rechtspersonen hun civiele
geschillen aan de rechter kunnen voorleggen en laten beslissen. Een belangrijk doel van het
burgerlijk procesrecht is eigenrichting tegen te gaan. Het praktische belang van procesregels
ligt met name in het feit dat vorderingen gebaseerd op het materiële recht vaak slechts
verwezenlijkt kunnen worden via een procedure voor de rechter. Centraal staat deze week de
dagvaarding en het verloop van de dagvaardingsprocedure in eerste aanleg bij de rechtbank
sector civiel en kamer voor kantonzaken.
De procedure begint met een dagvaarding. In deze week wordt onder meer aandacht besteed
aan de wettelijke vereisten waaraan de dagvaarding moet voldoen. De meeste bepalingen over
de dagvaarding zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid. Maar levert een fout in de
dagvaarding altijd nietigheid op? Is het verschijnen van de gedaagde hierop van invloed en
kan de rechter ambtshalve bepalen of een dagvaarding nietig is? In de dagvaarding moet eiser
duidelijk omschrijven wat hij van gedaagde vordert en op welke grondslag. Meerdere eisen
kunnen in een dagvaarding worden opgenomen.
Na het uitbrengen van de dagvaarding wordt gedaagde in de gelegenheid gesteld tot het
voeren van verweren. Hierna volgt in beginsel een mondelinge behandeling. Na de
mondelinge behandeling heeft de rechter diverse mogelijkheden om het geding voort te
zetten. Hieronder vallen het bevelen van nieuwe schriftelijke rondes, het bevelen van een
pleidooi of het wijzen van een vonnis.
De procedure voor de kantonrechter wijkt op een aantal punten af van de gewone
rechtbankprocedure. De belangrijkste verschillen zijn dat er geen verplichte
procesvertegenwoordiging is en dat conclusies in de procedure mondeling genomen kunnen
worden.
Leerdoelen
Van u wordt verwacht dat u na bestudering van de stof onder meer inzicht hebt in:
Doel, functie en kenmerken van het burgerlijk procesrecht;
Welke regelingen in het burgerlijk procesrecht een rol spelen;
Wanneer het procederen in het burgerlijk procesrecht verstandig is;
Start van de procedure bij de burgerlijke rechter;
Verloop van de procedure in eerste aanleg (sector civiel en kamer voor kantonzaken).
Verplichte literatuur
Compendium: hoofdstuk 1.1-1.12, hoofdstuk 3.1, 3.2 tot aan 3.2.1, 3.5-3.8, hoofdstuk
4.3- 4.3.1, hoofdstuk 5, hoofdstuk 6.1-6.10 en hoofdstuk 11.
I. Giesen, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk
Recht. Procesrecht. 1. Beginselen van burgerlijk procesrecht, Deventer: Wolters
Kluwer 2015, nrs. 9-14. [Deze literatuur dient u zelf op te zoeken]