Mentimeter:
1. Een MS patient heeft moeite bij het opstaan uit de stoel. Dit ga je met de patient
herhaaldelijk oefenen. Vraag: Wat is het beste moment om feedback te geven in de
vorm van knowledge of result?
a) Voor de activiteit
b) Tijdens de activiteit
c) Na de activiteit
Knowledge of performance doe jij tijdens de activiteit.
2. Waar treden de plaques ten gevolge van MS op in het zenuwstelsel?
a) De hersenen, ruggenmerg en N. Opticus
b) De hersenen, ruggenmerg en de hersenzenuwen
c) De hersenen, ruggenmerg en perifere zenuwen
N. Opticus doet bijna altijd mee bij MS (dubbelzien, wazig zien)
3. Patiënten met MS kunnen, indien hun lichaamstemperatuur stijgt, last krijgen van hun
visus (zoals zwarte vlekken). Dit wordt het fenomeen van Uhthoff genoemd. Vraag:
hoe wordt dit fenomeen verklaard?
a) De warmte kan niet voldoende afgevoerd worden door stuwing centraal
b) De geleiding van de zenuw vermindert door opwarming van omliggend weefsel
c) De zwarte vlekken ontstaan door verwarming van het netvlies.
4. Het cerebellum bestaat uit verschillende onderdelen. Een onderdeel hiervan is het
spinocerebellum. Wat is de hoofdfunctie van het spinocerebellum?
a) Evenwicht
b) Locomotie (beweging)
c) Manipulatie
5. Wanneer wordt er gesproken over een positieve Babinsky? (CVA, MS en dwarsleasie)
a) Tenen gaan in plantairflexie en abductie
b) De hallux gaat in dorsaalflexie
c) De hallux gaat in plantairflexie
6. Wat is dyspraxie of apraxie?
a) Onvermogen om doelgericht te bewegen
b) Onvermogen om juiste woorden uit te spreken (afasie; spreken of woordbegrip)
c) Onvermogen om sensaties waar te nemen (agnosie)
7. Bij een patient is apraxie gediagnosticeerd. Vraag: Wat is de lokalisatie van de CVA in
het brein?
a) Linker hemisfeer, frontale kwab
b) Linker hemisfeer, occiputale kwab
c) Linker hemisfeer, pariëtale kwab
Apraxie: stoornis om doelgericht te bewegen (planning en volgorde)