Wat is kenmerkend aan oa. de PRINCE2 en IPMA methode?
A1. (p.11) meer detaillering van werkprocessen, standaard tools, minder flexibiliteit,
uitwisselbaarheid teamleden, bewezen betrouwbaarheid.
Welke manieren van werken zijn er? Geef bij elke manier de typische kenmerken.
A2. (p.17): routinematig (regelmatig voorkomend en soortgelijk); projectmatig (doel, team, éénmalig,
faseren); improviserend (ad hoc, onzekerheid). 3)
Wat zijn redenen om projectmatig te werken?
A3. (p.18): projectmatig werken is vooral bedoeld om de voortgang, de kosten en de kwaliteit te
kunnen beheersen.
Welke soorten projecten kennen we?
A4. (p.20): technische, commerciële, sociale, evenementen, gemengde projecten.
Wat zijn de criteria om de methode van projectmatig werken in te zetten?
A5. (p.21): aantal personen in een tijdelijk verband; werkend van grof naar fijn; in een gefaseerde
uitvoering en besluitvorming; vastomlijnd doel en resultaat; eenmalige en unieke opdracht uitvoeren.
Wat zijn de twee belangrijkste bedreigingen voor een project?
A6. (p.28): risico’s en beheersaspecten (kwaliteit, budget en tijd).
Hoe kunnen deze belangrijke bedreigingen het hoofd worden geboden?
A7. (p.28): door oplossingen voor de risico's te zoeken; door controle over de beheersaspecten te
behouden.
Met wie wordt door de projectleider aan het begin van een project een interview gehouden?
A8. (p.29): met de opdrachtgever.
9) Welke zaken worden in het interview zoal besproken? Noem er minstens 6.
A9. (p.29): aanleiding project; precieze doel; projectresultaat; budget; opleverdatum; aantal mensen;
al eerder opgestarte projecten.
A1. (p.11) meer detaillering van werkprocessen, standaard tools, minder flexibiliteit,
uitwisselbaarheid teamleden, bewezen betrouwbaarheid.
Welke manieren van werken zijn er? Geef bij elke manier de typische kenmerken.
A2. (p.17): routinematig (regelmatig voorkomend en soortgelijk); projectmatig (doel, team, éénmalig,
faseren); improviserend (ad hoc, onzekerheid). 3)
Wat zijn redenen om projectmatig te werken?
A3. (p.18): projectmatig werken is vooral bedoeld om de voortgang, de kosten en de kwaliteit te
kunnen beheersen.
Welke soorten projecten kennen we?
A4. (p.20): technische, commerciële, sociale, evenementen, gemengde projecten.
Wat zijn de criteria om de methode van projectmatig werken in te zetten?
A5. (p.21): aantal personen in een tijdelijk verband; werkend van grof naar fijn; in een gefaseerde
uitvoering en besluitvorming; vastomlijnd doel en resultaat; eenmalige en unieke opdracht uitvoeren.
Wat zijn de twee belangrijkste bedreigingen voor een project?
A6. (p.28): risico’s en beheersaspecten (kwaliteit, budget en tijd).
Hoe kunnen deze belangrijke bedreigingen het hoofd worden geboden?
A7. (p.28): door oplossingen voor de risico's te zoeken; door controle over de beheersaspecten te
behouden.
Met wie wordt door de projectleider aan het begin van een project een interview gehouden?
A8. (p.29): met de opdrachtgever.
9) Welke zaken worden in het interview zoal besproken? Noem er minstens 6.
A9. (p.29): aanleiding project; precieze doel; projectresultaat; budget; opleverdatum; aantal mensen;
al eerder opgestarte projecten.