Samenvatting proactief beveiligen:
Hoofdstuk 1:
De NAVI onderscheidt deze dadergroepen:
1. Een crimineel: een lichte crimineel pleegt strafbare feiten met een lichte straf. Een
zware crimineel is vaak al een georganiseerde misdaad met hogere straffen. Een
recidivist is iemand die vaak hetzelfde soort strafbare feit pleegt.
2. Een medewerker: kan door ontslag wraak gevoelens opwekken en leiden tot grote
schade.
3. Een bezoeker: kan de cover van een dader hebben.
4. Een vandaal: met opzet andermans eigendom vernielen.
5. Een hacker: iemand die je computer binnendringt door de beveiliging te omzeilen. Dit
kan voor de lol of al sport. Dit kan ook voor criminele doeleinden.
6. Een activist: actie voeren om zaken onder de aandacht te brengen.
7. Een terrorist: deze persoon pleegt een terroristische aanval, het heeft een motief en
vaak kijken ze toe.
8. Een verward persoon: deze mensen zijn in verwarring en hebben hulp nodig. Ze zijn
de grip op hun leven kwijt.
De stappen in de planningscyclus:
1. Het selecteren van doelen.
2. Het verzamelen van informatie.
3. Het surveilleren.
4. Het plannen van een aanval.
5. Het verzamelen van middelen.
6. Oefenen/dry run.
7. Uitvoeren.
8. Vluchten.
Social engineering:
Dan wordt iemand misleid dingen te doen die hij normaal nooit zou doen voor een vreemde,
met als gevolg schade voor die persoon of werkgever. Het hacken van mensen i.p.v.
computers.
Een coverstory:
Een cover story houdt in het zich in een andere functie/beroep/activiteit voordoen dan waar
is, het is een dekmantel.
De 3 elementen zijn: voor de identiteit, missie en tijdstip en locatie.
Hoofdstuk 1:
De NAVI onderscheidt deze dadergroepen:
1. Een crimineel: een lichte crimineel pleegt strafbare feiten met een lichte straf. Een
zware crimineel is vaak al een georganiseerde misdaad met hogere straffen. Een
recidivist is iemand die vaak hetzelfde soort strafbare feit pleegt.
2. Een medewerker: kan door ontslag wraak gevoelens opwekken en leiden tot grote
schade.
3. Een bezoeker: kan de cover van een dader hebben.
4. Een vandaal: met opzet andermans eigendom vernielen.
5. Een hacker: iemand die je computer binnendringt door de beveiliging te omzeilen. Dit
kan voor de lol of al sport. Dit kan ook voor criminele doeleinden.
6. Een activist: actie voeren om zaken onder de aandacht te brengen.
7. Een terrorist: deze persoon pleegt een terroristische aanval, het heeft een motief en
vaak kijken ze toe.
8. Een verward persoon: deze mensen zijn in verwarring en hebben hulp nodig. Ze zijn
de grip op hun leven kwijt.
De stappen in de planningscyclus:
1. Het selecteren van doelen.
2. Het verzamelen van informatie.
3. Het surveilleren.
4. Het plannen van een aanval.
5. Het verzamelen van middelen.
6. Oefenen/dry run.
7. Uitvoeren.
8. Vluchten.
Social engineering:
Dan wordt iemand misleid dingen te doen die hij normaal nooit zou doen voor een vreemde,
met als gevolg schade voor die persoon of werkgever. Het hacken van mensen i.p.v.
computers.
Een coverstory:
Een cover story houdt in het zich in een andere functie/beroep/activiteit voordoen dan waar
is, het is een dekmantel.
De 3 elementen zijn: voor de identiteit, missie en tijdstip en locatie.