Strategisch management in het MKB
Samenvatting hoofdstuk 1: Over ondernemers.
Ondernemer: Je bent een ondernemer als je voor eigen rekening en risico een activiteit ontplooit. Je
dient beslissingen te nemen over schaarse bronnen en innovatief te zijn.
Psychologische aspecten voor het ondernemerschap:
- Een ondernemer heeft psychologische behoeftes, een niet-ondernemer niet
- Een ondernemer wilt steeds sterker bewijzen dan niet-ondernemers
- Een ondernemer wilt de situatie beter in de hand houden dan niet-ondernemers
- Een ondernemer is minder terughoudend in het nemen van risico’s dan een niet-ondernemer
Sociologische aspecten:
- Er dient een incident te hebben plaatsgevonden van de ondernemer (pushstarter: als je
vlucht vanuit loondienst naar het ondernemerschap)
Latent ondernemerschap: wel ondernemer willen of kunnen zijn, maar er nooit aan hebben gedacht
dit te worden gezien het in loondienst werken meer voor de hand ligt.
- Ondernemers weten wat ondernemen betekent, gezien ze het aan den lijve hebben
ondervonden. (Het zit bijvoorbeeld in de familie of in de nabije omgeving zijn meerdere
ondernemers actief, dit worden ook wel de pullstarters genoemd)
- De ondernemer dient een goed idee te hebben en beschikken over adequate middelen
- De ondernemer heeft een neiging naar grote zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
Bedrijfskundige aspecten:
- Een kleine onderneming maakt in het begin minder uren dan een grote onderneming, echter
kan een kleine onderneming het werken niet loslaten doordat het op hem alleen aankomt en
de druk en verantwoordelijkheden bij een grote onderneming verdeeld kunnen worden.
- Stafmanco: het ontbreken van een eigen ondersteunende staf.
- Een ondernemer is vaak eenzijdig. Ze zijn grofweg te verdelen in:
* de verkoper of de koopman: sterke externe organisatie
* de techneut of de vakman: sterke interne organisatie
Persoonlijke onderneming: er is sprake van maximaal 10 werknemers en het bedrijfsbeleid is het
grootst.
Span of control: het aantal mensen aan wie men zelf direct effectief leiding kan geven.
Onpersoonlijke organisatie: als er specialisten, procedures en taakomschrijvingen hun intrede doen
binnen de onderneming.
Indien er staffuncties worden opgezet binnen de onderneming, komt er een verbeterde verdeling
tussen het koopman zijn en een vakman zijn. Er is dus minder sprake van eenzijdigheid.
Jonge, dynamische bedrijven en hoger opgeleide ondernemers maken gebruik van informele
netwerken.
Ondernemers kunnen te weinig delegeren om de volgende redenen:
- De ondernemer is te sterk van zijn eigen kunnen overtuigd
- Er is een gebrek aan te weinig goed opgeleid en gekwalificeerd personeel
- De ondernemer is te achterdochtig en geeft te weinig vertrouwen aan zijn medewerkers
- De medewerker kan een bedreiging zijn voor de ondernemer, door over goede kwaliteiten te
beschikken en de ondernemer ‘’onder de kroon te willen steken’’
- Ondernemers informeren de medewerkers maar gedeeltelijk, terwijl de medewerkers juist
een goede band hebben met de cliënten en een belangrijk netwerk vormen om aan
informatie te komen.
Samenvatting hoofdstuk 1: Over ondernemers.
Ondernemer: Je bent een ondernemer als je voor eigen rekening en risico een activiteit ontplooit. Je
dient beslissingen te nemen over schaarse bronnen en innovatief te zijn.
Psychologische aspecten voor het ondernemerschap:
- Een ondernemer heeft psychologische behoeftes, een niet-ondernemer niet
- Een ondernemer wilt steeds sterker bewijzen dan niet-ondernemers
- Een ondernemer wilt de situatie beter in de hand houden dan niet-ondernemers
- Een ondernemer is minder terughoudend in het nemen van risico’s dan een niet-ondernemer
Sociologische aspecten:
- Er dient een incident te hebben plaatsgevonden van de ondernemer (pushstarter: als je
vlucht vanuit loondienst naar het ondernemerschap)
Latent ondernemerschap: wel ondernemer willen of kunnen zijn, maar er nooit aan hebben gedacht
dit te worden gezien het in loondienst werken meer voor de hand ligt.
- Ondernemers weten wat ondernemen betekent, gezien ze het aan den lijve hebben
ondervonden. (Het zit bijvoorbeeld in de familie of in de nabije omgeving zijn meerdere
ondernemers actief, dit worden ook wel de pullstarters genoemd)
- De ondernemer dient een goed idee te hebben en beschikken over adequate middelen
- De ondernemer heeft een neiging naar grote zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
Bedrijfskundige aspecten:
- Een kleine onderneming maakt in het begin minder uren dan een grote onderneming, echter
kan een kleine onderneming het werken niet loslaten doordat het op hem alleen aankomt en
de druk en verantwoordelijkheden bij een grote onderneming verdeeld kunnen worden.
- Stafmanco: het ontbreken van een eigen ondersteunende staf.
- Een ondernemer is vaak eenzijdig. Ze zijn grofweg te verdelen in:
* de verkoper of de koopman: sterke externe organisatie
* de techneut of de vakman: sterke interne organisatie
Persoonlijke onderneming: er is sprake van maximaal 10 werknemers en het bedrijfsbeleid is het
grootst.
Span of control: het aantal mensen aan wie men zelf direct effectief leiding kan geven.
Onpersoonlijke organisatie: als er specialisten, procedures en taakomschrijvingen hun intrede doen
binnen de onderneming.
Indien er staffuncties worden opgezet binnen de onderneming, komt er een verbeterde verdeling
tussen het koopman zijn en een vakman zijn. Er is dus minder sprake van eenzijdigheid.
Jonge, dynamische bedrijven en hoger opgeleide ondernemers maken gebruik van informele
netwerken.
Ondernemers kunnen te weinig delegeren om de volgende redenen:
- De ondernemer is te sterk van zijn eigen kunnen overtuigd
- Er is een gebrek aan te weinig goed opgeleid en gekwalificeerd personeel
- De ondernemer is te achterdochtig en geeft te weinig vertrouwen aan zijn medewerkers
- De medewerker kan een bedreiging zijn voor de ondernemer, door over goede kwaliteiten te
beschikken en de ondernemer ‘’onder de kroon te willen steken’’
- Ondernemers informeren de medewerkers maar gedeeltelijk, terwijl de medewerkers juist
een goede band hebben met de cliënten en een belangrijk netwerk vormen om aan
informatie te komen.