100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Biologie VWO 4 - Nectar Hoofdstuk 5

Rating
-
Sold
-
Pages
8
Uploaded on
28-06-2023
Written in
2022/2023

Dit is een samenvatting van VWO 4, Biologie, van het boek Nectar Hoofdstuk 5

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
4

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
5
Uploaded on
June 28, 2023
Number of pages
8
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

H5
5.1
De eigenschappen die ons tot mens maken, hebben hun basis in het DNA in de
chromosomen. Iedereen is anders door de variatie in het DNA.
Hoe je eruit ziet, bepaalt niet alleen je DNA, ook het milieu en de leefstijl spelen een
rol. Veel eigenschappen hebben erfelijke basis en ontwikkelen zich onder invloed
van omstandigheden en leefstijl.

Cholesterol; Cholesterol is een vetachtige stof, het is een essentiële bouwsteen van
celmembranen. Het komt via voedsel in je bloed, en dus zelf in de hand.
Stijgt de cholesterol, dan stijgt de risico van een hartinfarct.
Het bloed vervoert de cholesterol verpakt in blaasjes, voor het opnemen van die
blaasjes gebruiken de cellen de speciale receptoren. Die maken de endocytose
mogelijk.

Tweelingen
 Eeneiige tweeling; een eicel
Ze hebben hetzelfde geslacht, door dezelfde DNA, zelfde eicel en
spermacel. Ze kunnen na een tijd verschillen krijgen.
 Tweeiige tweeling; uit 2 eicellen en 2 zaadcellen, dus is verschillend
van elkaar qua DNA.

Verschillende soorten eigenschappen;
 Genotype (GT); de "handleiding" voor het vormen van die
eigenschappen bevindt zich in de genen op je DNA. De erfelijke informatie
van een organisme, opgeslagen in zijn chromosomen
 Fenotype (FT); waarneembare/meetbare en de eigenschappen die te
maken hebben met het functioneren van het lichaam.
Fenotype = genotype + omgevingsfactoren

Genen zijn stukjes DNA met een code voor een eiwit. Samen met de rest van het
DNA en het DNA in de mitochondriën vormen ze het genoom; de volledige erfelijke
informatie van een organisme, het DNA in de kern en in de mitochondriën en bij
planten ook in de chloroplasten.
Het DNA in je chromosomen bevat genen voor bloedeiwitten en enzymen.
Ieder mens heeft een eigen genoom, met ook grote overeenkomsten met andere
mensen, zoals hart en longen. Sommige eigenschappen bepaalt uitsluitend het
genotype, de eigenschap, zoals de bloedgroep.
 DNA: drager van erfelijke informatie
 Gen: stuk van een DNA-molecuul met informatie voor het maken van
eiwitten


DNA (genen) –> mRNA (codon) –> eiwit (aminozuren)
Transcriptie (RNA-polymerase) Translatie (ribosoom)

Genoommutatie; een wijziging in het aantal chromosomen


Eiwit = een keten van aminozuren, link tussen “het DNA” en “eigenschappen”

, Nodig voor de opbouw van organen, maar ook aan enzymen


Een gen is een stukje DNA, elk gen beschrijft de code van een kenmerk, die
(mee)bepaalt hoe iemand eruit ziet. Normaal gesproken bevat iedere lichaamscel 46
chromosomen, verdeeld over 23 paren. Van elk paar chromosomen is 1
chromosoom afkomstig van de vader en 1 van de moeder.


Allel = variant van een gen, van elk gen komen allelen voor.
Samen met omgevingsfactoren leiden allelen tot een grote variatie tussen mensen.
Andere allelen, leidt tot andere eigenschappen (bijv. oogkleur, enzymactiviteit,
metabolisme etc.) Het aantal allelen leidt tot receptoren die vrijwel normaal werken;
ze zijn niet schadelijk. Maar een identieke tweeling is 100% gelijk.
 Haplotype = de combinatie waarin de allelen samen op één
chromosoom voorkomen




5.2
Homologe chromosomen; chromosomen die twee aan elkaar gelijk zijn, qua vorm
en grootte, en informatie bevatten over dezelfde informatie.

Autosomen; chromosomenparen 1 t/m 22. Dus niet de geslachtschromosomen.

Geslachtschromosomen; de laatste paar, dus paar 23, X- en Y-chromosoom.
Het X chromosoom bevat, net als de autosomen, informatie over tal van
eigenschappen. Meisjes; XX
Op het Y chromosoom zitten slechts 50 genen, waaronder het SRY-gen; een gen op
de Y-chromosoom, dit zorgt voor mannelijke ontwikkeling. Jongens; XY

Karyogram; chromosomen portret
Het heeft 23 paar homologe chromosomen; 22 autosomen en 1
geslachtchromosomen, van lang naar kort gerangschikt.

Karyotype (formule) – 46,XX of 46,XY of 47, XX, +21
Een weergave van het aantal chromosomen in een kern; een reeksje

Soort Weergave Hoe Homo-/heterozygoot
Dominant RR Beheersend, Homozygoot
komt tot uiting met dezelfde allelen op de
homologe chromosomen
Recessief rr Niet dominant, Homozygoot
komt niet tot uiting, met dezelfde allelen op de
behalve bij een homologe chromosomen
homozygoot
Codominant Allebei beheersend Heterozygoot;
IRIW


met verschillende allelen op de
homologe chromosomen
$7.16
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
ceroyokus

Get to know the seller

Seller avatar
ceroyokus
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions