Vraag 1
Provincie heeft als voorwaarde gesteld dat er sprake moet zijn van een rechtspersoon.
Het doel van het samenwerkingsverband is dus rechtspersoonlijkheid vergaren, zodat de subsidie kan
worden afgegeven. Hierom vallen de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire
vennootschap af, doordat deze vennootschappen geen rechtspersoonlijkheid bezitten.
Het doel van de organisatie is de mogelijkheid om subsidies aan te trekken. Hier is dus geen sprake
van een winstoogmerk ten behoeven van de deelnemers. De organisatie geschiedt bij bestuur die in de
vorm van een algemene vergadering van leden jaarlijks bijeen zullen komen om verslag uit te brengen.
De stichting valt hier dus af, aangezien de stichting een ledenverbod heeft conform art. 2:285 lid 1 BW
en in casu blijkt dat vrijwilligers lid zijn van het samenwerkingsverband.
Uit de casus is dus gebleken dat Gerard, Bart en Miranda het bestuur vormen en dat de vrijwilligers lid
worden van het samenwerkingsverband, waarbij de leden jaarlijks een kleine bijdrage toeleveren. Dit
samenwerkingsverband valt te kwalificeren als een informele vereniging, aangezien het een
samenwerkingsverband met leden kent, dat gericht is op de verwezenlijking van een bepaald doel dat
niet-coöperatief van aard is, namelijk promotie van het strand langs de kustlijn van Kennemerland
conform art. 2:26 lid 1 jo. 2:53 lid 1 of 2 BW.
Verder dient de vereniging opgericht te zijn bij meerzijdige rechtshandeling volgens art. 2:26 lid 2 BW
en mag er geen winst onder de leden verdelen o.g.v. art. 2:26 lid 3 BW.
Hieraan is voldaan, want er is sprake van een interne organisatie, aangezien 3 leden het voortouw
nemen en er een bestuur wordt aangemerkt. Wel moet de interne organisatie bestaan zijn uit een
bestuur en een AV. De meerzijdige rechtshandeling komt indirect tot stand door de vergadering. En bij
een informele vereniging is een notariële akte niet vereist. Dus aan alle voorwaarden zijn voldaan.
Tevens is dit samenwerkingsverband niet ingeschreven in het handelsregister. Hierdoor is er sprake
van een informele vereniging. De informele vereniging heeft beperkte rechtspersoonlijkheid o.g.v. art.
2:30 lid 1 BW: het kan geen registergoederen hebben en kan geen erfgenaam zijn.
Conclusie: het samenwerkingsverband valt aan te merken als een informele vereniging en er is
voldaan aan de voorwaarde van de provincie en dit samenwerkingsverband dus tegemoet komt voor
een dergelijke subsidie.
Ter informatie
Informele vereniging hoeft niet te worden ingeschreven, het voordeel is als het wordt ingeschreven dat
derden dit kunnen raadplegen. Volgens art. 2:30 lid 3 en lid 4 BW zijn bestuurders die de vereniging
kunnen inschrijven.
Hoofdelijk aansprakelijkheid van bestuurders:
Hoofdregel aansprakelijkheid van bestuurders zie 2:30 lid 2 BW. Als ze gaan inschrijven in de
zin van 2:30 lid 3 dan is er sprake van een beperking in de hoofdelijk aansprakelijkheid van
bestuurders volgens 2:30 lid 4 BW en dan is bestuurder alleen aansprakelijk als de wederpartij
aannemelijk kan maken dat de vereniging niet betaald. Conclusie: het samenwerkingsverband
valt aan te merken als een informele vereniging en er is voldaan aan de voorwaarde van de
provincie en dit samenwerkingsverband dus tegemoet komt voor een dergelijke subsidie.