Inhoudsopgave
Hoofdstuk 6, Leidinggeven en macht................................................................................................................ 2
Hoofdstuk 7, motiveren van medewerkers ...................................................................................................... 7
Hoofdstuk 8, plannen en doelen stellen ......................................................................................................... 11
Hoofdstuk 9, teams aansturen ....................................................................................................................... 15
Hoofstuk 10, diversiteit managen................................................................................................................... 22
Hoofdstuk 11, effectief problemen oplossen.................................................................................................. 24
1
,Hoofdstuk 6, Leidinggeven en macht
Transactioneel leiderschap
- Soepel en efficiënt maken
- Managementactiviteiten: budgetteren, plannen, supervisie, controleren
en resultaten bepalen.
Transformationeel leiderschap
- Meer visie
- Formuleren graag een missie en een richting
Gezag
- Recht om beslissingen te nemen
- Middelen van de organisatie inzetten
Eigenschappen van leiders
- Stuwende kracht
- Leiderschapsmotivatie
- Eerlijkheid en integriteit
- Zelfvertrouwen
- Cognitieve vaardigheden
- Kennis van het bedrijf
Taakgedrag
- Het indelen en definiëren van rollen
- Toelichten activiteiten
- Vastleggen organisatiestructuur, communicatiekanalen en werkwijze
Relatiegedrag
- Onderhouden van persoonlijke relaties met werknemers
- Sociale emotionele ondersteuning bieden
Functierijpheid bij werknemers
- Het vermogen om bepaalde taken uit te voeren
- Afhankelijk van de mate waarin ze over een opleiding/ervaring
beschikken
Psychologische rijpheid bij werknemers
- De bereidheid om de vereiste taken zelfstandig uit te voeren
- Afhankelijk van de motivatie
Taakgericht gedrag
- Zorgvuldige supervisie van groepsleden
- Er worden structuren gecreëerd om relaties, communicatiekanalen en
procedures tot stand te brengen
2
, Werknemersgericht gedrag
- Inlevingsvermogen van groot belang
- Sociale en emotionele behoeften te bevredigen
Autocratische besluitvormingsstijl
- De leider neemt eenzijdig de macht en geeft anderen opdrachten
Democratische besluitvormingsstijl
- Er worden suggesties en aanmoedigingen gebruikt om tot en consensus
te komen
Laissez-faire besluitvormingsstijl
- De leider is passief en gemakkelijk, andere kunnen zelfstandig
beslissingen nemen
Participerende besluitvormingsstijl
- Betrokkenen worden geraadpleegd voordat het tot een beslissing komt
Situationeel leiderschap
- Hierbij wordt een verschillende leiderschapsstijl gehanteerd op basis
van de taakvolwassenheid van de medewerkers
Pad-doel theorie
- De manier waarop een leider de motivatie van werknemers kan
vergroten om organisatiedoelen te behalen.
- Medewerkers aanvullen en hun tekorten compenseren
Richtinggevend leiderschap
- Wordt duidelijk gemaakt wat er verwacht wordt van de medewerkers.
Wat er moet gebeuren en hoe. Aandacht gevestigd op werkprocedures.
- Hoge mate taakgericht
Prestatiegericht leiderschap
- Uitdagende doelen vastgesteld, streven naar prestatieverbetering,
vertrouwen op het uiterste best doen van de medewerker
- Hoge mate taak- en relatiegericht
Participerend leiderschap
- Andere worden betrokken bij het besluitvormingsproces en het
ondernemen van actie
- Matig taakgericht
- Hoge mate relatiegericht
Ondersteunend leiderschap
3
Hoofdstuk 6, Leidinggeven en macht................................................................................................................ 2
Hoofdstuk 7, motiveren van medewerkers ...................................................................................................... 7
Hoofdstuk 8, plannen en doelen stellen ......................................................................................................... 11
Hoofdstuk 9, teams aansturen ....................................................................................................................... 15
Hoofstuk 10, diversiteit managen................................................................................................................... 22
Hoofdstuk 11, effectief problemen oplossen.................................................................................................. 24
1
,Hoofdstuk 6, Leidinggeven en macht
Transactioneel leiderschap
- Soepel en efficiënt maken
- Managementactiviteiten: budgetteren, plannen, supervisie, controleren
en resultaten bepalen.
Transformationeel leiderschap
- Meer visie
- Formuleren graag een missie en een richting
Gezag
- Recht om beslissingen te nemen
- Middelen van de organisatie inzetten
Eigenschappen van leiders
- Stuwende kracht
- Leiderschapsmotivatie
- Eerlijkheid en integriteit
- Zelfvertrouwen
- Cognitieve vaardigheden
- Kennis van het bedrijf
Taakgedrag
- Het indelen en definiëren van rollen
- Toelichten activiteiten
- Vastleggen organisatiestructuur, communicatiekanalen en werkwijze
Relatiegedrag
- Onderhouden van persoonlijke relaties met werknemers
- Sociale emotionele ondersteuning bieden
Functierijpheid bij werknemers
- Het vermogen om bepaalde taken uit te voeren
- Afhankelijk van de mate waarin ze over een opleiding/ervaring
beschikken
Psychologische rijpheid bij werknemers
- De bereidheid om de vereiste taken zelfstandig uit te voeren
- Afhankelijk van de motivatie
Taakgericht gedrag
- Zorgvuldige supervisie van groepsleden
- Er worden structuren gecreëerd om relaties, communicatiekanalen en
procedures tot stand te brengen
2
, Werknemersgericht gedrag
- Inlevingsvermogen van groot belang
- Sociale en emotionele behoeften te bevredigen
Autocratische besluitvormingsstijl
- De leider neemt eenzijdig de macht en geeft anderen opdrachten
Democratische besluitvormingsstijl
- Er worden suggesties en aanmoedigingen gebruikt om tot en consensus
te komen
Laissez-faire besluitvormingsstijl
- De leider is passief en gemakkelijk, andere kunnen zelfstandig
beslissingen nemen
Participerende besluitvormingsstijl
- Betrokkenen worden geraadpleegd voordat het tot een beslissing komt
Situationeel leiderschap
- Hierbij wordt een verschillende leiderschapsstijl gehanteerd op basis
van de taakvolwassenheid van de medewerkers
Pad-doel theorie
- De manier waarop een leider de motivatie van werknemers kan
vergroten om organisatiedoelen te behalen.
- Medewerkers aanvullen en hun tekorten compenseren
Richtinggevend leiderschap
- Wordt duidelijk gemaakt wat er verwacht wordt van de medewerkers.
Wat er moet gebeuren en hoe. Aandacht gevestigd op werkprocedures.
- Hoge mate taakgericht
Prestatiegericht leiderschap
- Uitdagende doelen vastgesteld, streven naar prestatieverbetering,
vertrouwen op het uiterste best doen van de medewerker
- Hoge mate taak- en relatiegericht
Participerend leiderschap
- Andere worden betrokken bij het besluitvormingsproces en het
ondernemen van actie
- Matig taakgericht
- Hoge mate relatiegericht
Ondersteunend leiderschap
3