Business for creatives
Week 1
Waarom kunnen makers niet ‘maken’?
1. De mens in organisatie (mensen zijn kuddedieren)
2. Samenwerking binnen organisatie (loyaliteit naar manager)
3. Doelgerichtheid binnen de organisatie
4. De continuïteit binnen de organisatie
Doelstellingen piramide:
Sociale media middelen
Sociale media doelstellingen
Marketingdoelstellingen
Bedrijfsdoelstellingen
Wat is geld?
- Hetgeen dat mensen accepteren in ruil voor goederen en diensten
o Ruilmiddel om aankopen te doen
o Rekeneenheid voor prijzen
o Waardeoplsag om te sparen
Guilt vs Debt
Morele schuld vs financiële schuld
Verdienmodellen
- Arbeid
- Iets ontwikkelen
- Handel
- Schaalbaarheid (apps)
- Risico (crypto?)
,Week 2 – bouwstenen van een organisatie
- Organisatie
o Samenwerking van meerdere mensen met een gemeenschappelijk doel
(verkopen geen dingen)
o Bijv.: sportvereniging, non-profit
- Bedrijf
o Een bedrijf is een organisatie die goederen of diensten levert voor een
afzetmarkt.
o Bijv.: Apotheek
- Onderneming
o Wanneer producten/diensten verleent/verkocht worden en het doel is om
winst te maken
o Bijv.: Happy Italy
Bedrijfskunde
- Multidisciplinair
o Meerdere dingen vormen het vak bedrijfskunde
- Interdisciplinair
o Samen werken naar hetzelfde resultaat
- Demografische ontwikkelingen
- Ecologische ontwikkelingen
- Sociale ontwikkelingen
- Technologische ontwikkelingen
- Economische ontwikkelingen
- Politieke ontwikkelingen
Bedrijfsstrategie
- Strategisch – wat?
o Bijv.: College Van Bestuur
- Tactisch – hoe?
o Bijv.: Opleidingsmanager,
opleidingsdirecteur
- Operationeel – Wie?
o Bijv.: Docent
- Macro
o DESTEP-analyse
- Meso
o Vijfkrachtenmodel van Porter (kijk plaatje bij concurrentiekracht)
- Micro
- Nieuwe locatie = nieuwe bedrijfsstrategie
, Concurrentiekracht beoordelen (5 krachten model van Porter)
- Afnemers
o Hoe meer afnemers, hoe onafhankelijker het bedrijf
o Bijv.: als 1 klant klaagt over doosje aardbeien vindt AH dat niet zo interessant.
Zodra je shit op sociale media gaat gooien is dat meer een bedreiging voor
AH want dan kunnen ze sneller klanten verliezen.
- Leveranciers
o Hoe groter je marktaandeel, hoe onafhankelijker je bent
o Bijv.: Als Heineken duurder hun producten wil kopen hebben ze lekker pech,
want AH heeft zo’n groot marktaandeel dat als Heineken zegt ‘ik ga niet meer
in de schappen liggen’, dat Heineken heel veel verlies gaat draaien.
- Concurrenten
o Hoe minder concurrenten hoe gunstiger
- Potentiële toetreders
o In de markt van supermarkten is t heel lastig om een supermarkt te beginnen,
want die 5 supermarkten aan de top hebben zo’n erge machtspositie
- Substituten
o Alternatieven dan supermarkten
o Bijv.: Flink, Gorilla’s, de markt
Organisatiestructurering
- Taken
o Bevoegdheden, verantwoordelijkheden
- Functies
o Bijv.: Accountmanager, verpleegkundige
- Afdelingen
o Bijv.: Verkoop, longgeneeskunde
- Organisatiestructuur
o F-indeling, matrix-structuur
Bedrijfsstructuur
Week 1
Waarom kunnen makers niet ‘maken’?
1. De mens in organisatie (mensen zijn kuddedieren)
2. Samenwerking binnen organisatie (loyaliteit naar manager)
3. Doelgerichtheid binnen de organisatie
4. De continuïteit binnen de organisatie
Doelstellingen piramide:
Sociale media middelen
Sociale media doelstellingen
Marketingdoelstellingen
Bedrijfsdoelstellingen
Wat is geld?
- Hetgeen dat mensen accepteren in ruil voor goederen en diensten
o Ruilmiddel om aankopen te doen
o Rekeneenheid voor prijzen
o Waardeoplsag om te sparen
Guilt vs Debt
Morele schuld vs financiële schuld
Verdienmodellen
- Arbeid
- Iets ontwikkelen
- Handel
- Schaalbaarheid (apps)
- Risico (crypto?)
,Week 2 – bouwstenen van een organisatie
- Organisatie
o Samenwerking van meerdere mensen met een gemeenschappelijk doel
(verkopen geen dingen)
o Bijv.: sportvereniging, non-profit
- Bedrijf
o Een bedrijf is een organisatie die goederen of diensten levert voor een
afzetmarkt.
o Bijv.: Apotheek
- Onderneming
o Wanneer producten/diensten verleent/verkocht worden en het doel is om
winst te maken
o Bijv.: Happy Italy
Bedrijfskunde
- Multidisciplinair
o Meerdere dingen vormen het vak bedrijfskunde
- Interdisciplinair
o Samen werken naar hetzelfde resultaat
- Demografische ontwikkelingen
- Ecologische ontwikkelingen
- Sociale ontwikkelingen
- Technologische ontwikkelingen
- Economische ontwikkelingen
- Politieke ontwikkelingen
Bedrijfsstrategie
- Strategisch – wat?
o Bijv.: College Van Bestuur
- Tactisch – hoe?
o Bijv.: Opleidingsmanager,
opleidingsdirecteur
- Operationeel – Wie?
o Bijv.: Docent
- Macro
o DESTEP-analyse
- Meso
o Vijfkrachtenmodel van Porter (kijk plaatje bij concurrentiekracht)
- Micro
- Nieuwe locatie = nieuwe bedrijfsstrategie
, Concurrentiekracht beoordelen (5 krachten model van Porter)
- Afnemers
o Hoe meer afnemers, hoe onafhankelijker het bedrijf
o Bijv.: als 1 klant klaagt over doosje aardbeien vindt AH dat niet zo interessant.
Zodra je shit op sociale media gaat gooien is dat meer een bedreiging voor
AH want dan kunnen ze sneller klanten verliezen.
- Leveranciers
o Hoe groter je marktaandeel, hoe onafhankelijker je bent
o Bijv.: Als Heineken duurder hun producten wil kopen hebben ze lekker pech,
want AH heeft zo’n groot marktaandeel dat als Heineken zegt ‘ik ga niet meer
in de schappen liggen’, dat Heineken heel veel verlies gaat draaien.
- Concurrenten
o Hoe minder concurrenten hoe gunstiger
- Potentiële toetreders
o In de markt van supermarkten is t heel lastig om een supermarkt te beginnen,
want die 5 supermarkten aan de top hebben zo’n erge machtspositie
- Substituten
o Alternatieven dan supermarkten
o Bijv.: Flink, Gorilla’s, de markt
Organisatiestructurering
- Taken
o Bevoegdheden, verantwoordelijkheden
- Functies
o Bijv.: Accountmanager, verpleegkundige
- Afdelingen
o Bijv.: Verkoop, longgeneeskunde
- Organisatiestructuur
o F-indeling, matrix-structuur
Bedrijfsstructuur