Hoofdstuk VII : Onderhuur en huuroverdracht
Dat is vrij ingewikkeld, maar de prof gaat het ons op zo’n manier uitleggen dat we het gaan
snappen. Veel makkelijker dan in de cursus, meent hij.
Overdracht is niet altijd hetzelfde!
1. Je hebt overdracht van het gehuurde goed (= verkoop van het huis)
2. Je hebt dan ook huuroverdracht (= overdracht van het huurcontract)
3. Onderverhuring = Huur is geen zakelijk, maar een persoonlijk recht! Huur doet niets
aan de statuut van de zaak. De eigenaar blijft de eigenaar. Huur geeft enkel een
persoonlijk recht aan de huurder van genot. De huurder mag de zaak dus gebruiken.
Hij wordt zelfs geen bezitter. Hij kan geen eigenaar worden door verkrijgende
verjaring, omdat hij geen bezitter te goeder trouw is. Hij is alleen houder van de zaak.
Bij onderverhuring hebben we altijd 3 partijen:
1. De verhuurder (hoeft geen eigenaar te zijn)
2. De hoofdhuurder = Hij heeft perfect het recht om onder te verhuren. Hij kan een deel
of het geheel van de zaak zelf gaan verhuren. Dat kan precies omdat het geen zakelijk
recht is!
3. De onderhuurder = Hij huurt van de hoofdverhuurder.
Je hebt dan 2 contracten:
1. Contract tussen de verhuurder en de hoofdverhuurder
2. Contract tussen de hoofdverhuurder en de onderhuurder
Deze twee contracten staan volledig los van elkaar. Bv: Als de hoofdhuurder niet betaalt aan
de verhuurder. Dan kan de hoofdhuurder de betaling van de huur niet aan de onderhuurder
gaan vragen. Er is geen rechtsband tussen hen.
HET BOVENSTAANDE IS ONDERVERHURING IN HET ALGEMEEN
HUURRECHT, dat staat in art 1717 BW en is helemaal niet moeilijk!
Dat is niet dwingend !!! – Dus onderverhuur en huuroverdracht zijn in het algemeen
huurrecht toegelaten, tenzij de partijen daar contractueel van afwijken.
De prof heeft nooit een contract gezien waar dat niet in verboden zou zijn.
1