1. Beschrijf twee belangrijke
ontwikkelingen in het vakgebied van
communicatie.
2. Kijk naar afbeelding 1. Is hier sprake
van communicatie als staffunctie of als
lijnfunctie? Motiveer je antwoord.
3. Wat is het verschil tussen encoderen
en decoderen? Afbeelding 1.
4. Je hebt net een krantenartikel gelezen en je bent tot de conclusie gekomen dat er sprake is
van redundantie. Wat betekent dat?
5. Kies twee communicatietheorieën en leg ze uit.
6. Als je het woord 'plofkip' hoort, komen er waarschijnlijk veel negatieve associaties in je op.
Welk begrip past hierbij?
A. Framing
B. Selectieve perceptie
C. Labelling
D. Narrowcasting
7. Wat is het verschil tussen de identiteit en het imago van een organisatie?
8. Het bedrijf Achmea heeft meerdere dochterondernemingen die allen een eigen stijl hebben.
Toch blijft de identiteit van het moederbedrijf zichtbaar. Van welke identiteitsstructuur is
hier sprake?
9. Wat is de reputatie van een organisatie?
10. Uit welke vier huisstijlelementen bestaat de huisstijl?
11. Een issue doorloopt vijf fasen. Welke vijf zijn dat?
12. Issuemanagement wordt gekenmerkt door drie hoofdactiviteiten. Welke zijn dat?
13. Wat is reputatiemanagement?
14. Wat is arbeidsmarktcommunicatie?
15. Wat is het verschil tussen actievisie en intervisie?
16. Wat kun je aflezen van de trap van Quirke?
17. Noem de vijf communicatiestromen en leg ze kort uit.
18. Welke vier soorten interne communicatie ken je? Leg ze kort uit.
19. Welke drie typen veranderingen ken je?
20. Wat zijn de vijf P's?
21. Hiernaast zie je de Ansoff-matrix. Vul
de ontbrekende woorden in.
22. Wat is het voordeel van een goede
positionering?
23. Kijk naar afbeelding 3. Welke
marketingstrategie is hier gekozen?
A. Themacommunicatie
B. Transformationele positionering
C. Adaptiestrategie
D. Actiecommunicatie
Afbeelding 3