Drogreden Onjuiste argumenten die bewust of onbewust worden gebruikt in een redenering.
1) Onjuiste oorzaak-gevolg relatie/ onjuist beroep op causaliteit
2 gegevens gebruiken voor een oorzaak maar er is geen verband tussen deze 2 dingen.
~ Sinds er meer kikkers in de vijver zitten is het water schoner. Dat moet dus wel aan de kikkers
liggen.
~ Dit hoeft niet maar kan ook aan iets anders liggen.
2) Verkeerde vergelijking
Er wordt een vergelijking gemaakt van twee dingen die van elkaar verschillen.
~ Het proefwerk Nederlands zal wel weer makkelijk worden, dat was het de vorige keer namelijk ook.
~ Dit hoeft niet, het proefwerk kan helemaal anders zijn.
3) Overhaaste generalisatie
Op basis van een of enkele waarneming(en) wordt er een conclusie genomen voor de hele groep.
~ Zie je wat dat blonde meisje geantwoord heeft? Zie je wel, alle blonden vrouwen zijn dom.
4) Cirkelredenering
Standpunt en argument zijn gelijk het standpunt is het argument en andersom.
~ Ik heb geen zin in eten want ik heb geen trek.
5) Persoonlijke aanval
Je wordt persoonlijk aangevallen, er wordt geen enkel inhoudelijk argument gegeven.
~ Wat weet een dronkenlap als jij van de politiek.
6) Het ontdekken van de bewijslast
Er wordt geen argument gegeven, maar je vraagt aan de persoon die het er niet mee eens is om het
tegenargument te geven. Er wordt om bewijs gevraagd.
~ Geef mij één goede reden waarom ik tegen abortus zou zijn.
7) Het vertekenen van het standpunt
Woorden in de mond leggen je verdraait de uitspraak van iemand anders.
~ Ward gaat niet naar het popfestival. Hij houdt niet van popmuziek en gezelligheid.
Hij houdt misschien wel van popmuziek en gezelligheid.
8) Bespelen van het publiek
Hierbij formuleert iemand zijn standpunt zo dat het moeilijk wordt om er tegenin te gaan.
~ Ik heb overduidelijk gelijk, alleen domme en achterlijke mensen zullen het met je eens zijn.
Er ontbreekt een argument
9) Onjuist beroep op autoriteit
Argument beroept zich op een autoriteit, soms ook op uitkomst van een onderzoek.
~ Die nieuwe film blijkt heel goed te zijn, want koning Willem-Alexander vindt het ook een goede
film.
10) Een onjuist beroep op een kenmerk of eigenschap
Er wordt extra nadruk gelegd op minder relevante kenmerken of eigenschappen, terwijl wél
relevante eigenschappen worden genegeerd.
~ Dat meisje draagt alleen maar grijze kleren, zij is vast totaal niet creatief.
11) Het overdrijven van de voor- of nadelen
Voordelen worden overdreven en nadelen worden niet genoemd.
~ Scholen zouden een uur eerder moeten beginnen, omdat zowel de leerlingen als docenten in de
middag langer kunnen genieten. [Er wordt niets gezegd over slaaptekort]
12) Een vals dilemma
Er wordt gedaan alsof er slechts keuze is tussen twee mogelijkheden, terwijl in werkelijkheid veel
meer mogelijkheden zijn.
~ De wetenschap kan het ontstaan van graancirkels niet goed verklaren, dus graancirkels zijn het
werk van aliëns.
1) Onjuiste oorzaak-gevolg relatie/ onjuist beroep op causaliteit
2 gegevens gebruiken voor een oorzaak maar er is geen verband tussen deze 2 dingen.
~ Sinds er meer kikkers in de vijver zitten is het water schoner. Dat moet dus wel aan de kikkers
liggen.
~ Dit hoeft niet maar kan ook aan iets anders liggen.
2) Verkeerde vergelijking
Er wordt een vergelijking gemaakt van twee dingen die van elkaar verschillen.
~ Het proefwerk Nederlands zal wel weer makkelijk worden, dat was het de vorige keer namelijk ook.
~ Dit hoeft niet, het proefwerk kan helemaal anders zijn.
3) Overhaaste generalisatie
Op basis van een of enkele waarneming(en) wordt er een conclusie genomen voor de hele groep.
~ Zie je wat dat blonde meisje geantwoord heeft? Zie je wel, alle blonden vrouwen zijn dom.
4) Cirkelredenering
Standpunt en argument zijn gelijk het standpunt is het argument en andersom.
~ Ik heb geen zin in eten want ik heb geen trek.
5) Persoonlijke aanval
Je wordt persoonlijk aangevallen, er wordt geen enkel inhoudelijk argument gegeven.
~ Wat weet een dronkenlap als jij van de politiek.
6) Het ontdekken van de bewijslast
Er wordt geen argument gegeven, maar je vraagt aan de persoon die het er niet mee eens is om het
tegenargument te geven. Er wordt om bewijs gevraagd.
~ Geef mij één goede reden waarom ik tegen abortus zou zijn.
7) Het vertekenen van het standpunt
Woorden in de mond leggen je verdraait de uitspraak van iemand anders.
~ Ward gaat niet naar het popfestival. Hij houdt niet van popmuziek en gezelligheid.
Hij houdt misschien wel van popmuziek en gezelligheid.
8) Bespelen van het publiek
Hierbij formuleert iemand zijn standpunt zo dat het moeilijk wordt om er tegenin te gaan.
~ Ik heb overduidelijk gelijk, alleen domme en achterlijke mensen zullen het met je eens zijn.
Er ontbreekt een argument
9) Onjuist beroep op autoriteit
Argument beroept zich op een autoriteit, soms ook op uitkomst van een onderzoek.
~ Die nieuwe film blijkt heel goed te zijn, want koning Willem-Alexander vindt het ook een goede
film.
10) Een onjuist beroep op een kenmerk of eigenschap
Er wordt extra nadruk gelegd op minder relevante kenmerken of eigenschappen, terwijl wél
relevante eigenschappen worden genegeerd.
~ Dat meisje draagt alleen maar grijze kleren, zij is vast totaal niet creatief.
11) Het overdrijven van de voor- of nadelen
Voordelen worden overdreven en nadelen worden niet genoemd.
~ Scholen zouden een uur eerder moeten beginnen, omdat zowel de leerlingen als docenten in de
middag langer kunnen genieten. [Er wordt niets gezegd over slaaptekort]
12) Een vals dilemma
Er wordt gedaan alsof er slechts keuze is tussen twee mogelijkheden, terwijl in werkelijkheid veel
meer mogelijkheden zijn.
~ De wetenschap kan het ontstaan van graancirkels niet goed verklaren, dus graancirkels zijn het
werk van aliëns.