100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Psychopathologie Jeugd

Rating
-
Sold
-
Pages
46
Grade
A+
Uploaded on
19-06-2023
Written in
2022/2023

Psychopathologie Jeugd Hoofdstuk 1: Introductie. Inzichten van verschillende disciplines bij ontwikkelingspsychopathologie - Ontwikkelingspsychologie (normale ontwikkeling) - Klinische psychologie (afwijkende ontwikkeling) - Pedagogie (opvoeding) - Kinderpsychiatrie (psychische stoornissen) - Biologie - Sociologie (maatschappelijke processen) - Antropologie (culturele normen en waarden) - Epidemiologie (voorkomen van ziekten onder de bevolking) Volgens de oude Grieken - Psyche -> geest - Pathos -> pijn - De ziekte betreft vooral de persoon zelf, het lijden kan zowel betrekking hebben op de persoon als de omgeving Verschillende leeftijden - 0-2 jaar: baby - 2-4 jaar: peuters - 4-6 jaar: kleuters - 6-12 jaar: schoolkind - 11-13 jaar: puber - 12 + jaar : adolescenten Verschil puber en adolescenten Puber is verandering in puberteit dus lagere stem, borsten etc. Lichamelijke verandering. Adolescent is je algemene verandering dus ook mentale verandering. Belangrijke thema’s uit ontwikkelingspsychopathologie - Vroeger en nu - Dynamisch gezichtspunt - Wat beïnvloedt gedrag?  Kindgebonden factoren  Ouders- en gezinsgebonden factoren  Maatschappij- en omgevingsgebonden factoren Normaal vs abnormaal Drie voorwaarden om te kunnen spreken van een psychische stoornis: - Abnormaal verschijnsel in de zin dat het afwijkt van een (sociale) norm. -> lastig bij kinderen vast te stellen omdat ze nog in ontwikkeling zijn - Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de betrokkene en/of omgeving - Gedrag moet passen binnen een psychopathologisch begrippenkader. Is er sprake van een stoornis? - Is het abnormaal? Wat dan? - Is er lijdensdruk? - Is er sprake van een psychopathologisch begrippenkader? Hoe komt een stoornis tot stand? - Het biopsychosociale model Hoofdstuk 2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie - Classificatie -> Orderen - Diagnostiek -> Verklaren - Epidemiologie -> Hoe vaak komt het voor? De essentie - We zijn geprogrammeerd om gebeurtenissen, objecten en mensen in te delen - Over het algemeen een zeer nuttige strategie - Maar je kunt er fouten mee maken - Houd jezelf voor: het gaat om een persoon met een stoornis, niet een stoornis met een persoon. DSM 5 - Emil Kraepelin - Grondlegger van het moderne classificatiesysteem - Pas in 1980 -> DSM 3 -> kijken naar waarneembare kenmerken van gedrag. - DSM gebaseerd op afspraken die specialisten maken voor elke groep stoornissen DSM Verschillen - DSM 1: 1952.  Uitgangspunt: psychoanalyse  Ook oog voor minder ernstige psychische stoornissen - DSM 2 - DSM 3  Waarneembare kenmerken van het gedrag  Wereldwijd werden vanaf dat moment dezelfde criteria gebruikt om stoornissen te categoriseren - DSM 4 - DSM 5 Uitgangspunten DSM - Welke gedragssymptomen kenmerken een stoornis? -> Observeerbaar gedrag en innerlijke kenmerken - Symptomen beschrijven de stoornis, maar verklaren die niet. Het gaat om:  Soort symptomen  Aantal symptomen  Hoelang zijn de symptomen aanwezig? - De DSM classificeert dus voornamelijk! Verschil DSM 4 en 5 - Er worden 300 stoornissen beschreven - Er is geen aparte categorie (meer) voor stoornissen die vooral bij kinderen en adolescenten voorkomen - Er kan sprake zijn van comorbiditeit Kritiek DSM 5 - Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de ontwikkelingscontext - Er wordt onvoldoende rekening gehouden met culturele context. Als DSM 5 alleen classificeert, waarom diagnosticeren we dan? - Met de waaromvraag? - Heeft dit kind deze klachten op dit moment gekregen? - Blijven juist deze problemen en klachten bestaan? - Zijn deze problemen ontstaan en blijven ze bestaan? Wat zegt dat over het kind en zijn gezin? Diagnostiek Hierbij gaat het om drie ‘waarom’ vragen: 1. Waarom heeft dit kind deze klachten op dit moment gekregen? 2. Waarom blijven juist deze problemen en klachten bestaan? 3. Wat zegt het over dit kind en zijn gezin dat deze problemen zijn ontstaan en blijven bestaan? Diagnostiek is een aanzet om te kunnen verklaren en begrijpen wat hulpverleners zien bij een kind. Verschil diagnostiek en classificatie Classificatie is wat (wat is er aan de hand?) en diagnostiek is hoe (hoe is het zo gekomen?) Vier diagnostische methoden - Diagnostisch gesprek:  Luisteren  Vragen stellen  Observeren - Observeren:  Doelgericht  Opzettelijk  Systematisch - Psychodiagnostiek:  Functietesten  Zelf-invul lijsten  Projectieve testen - Lichamelijk onderzoek Betrouwbaarheid - Interbeoordelaars betrouwbaarheid (verschillende onderzoekers zijn het met elkaar eens) - Test-hertest betrouwbaarheid (1 hulpverlener doet een uitspraak en deze blijkt gedurende een bepaalde periode geldig) Validiteit - Komt men tot de juiste diagnose? Comorbiditeit Meerdere stoornissen tegelijkertijd. Epidemiologie Een hulpverlener gebruikt bij zijn werk kennis over wat we ‘normaal’ en ‘abnormaal’ vinden gezien de leeftijd van het kind. Deze kennis wordt verzameld met behulp van epidemiologisch onderzoek. Daarin komen de volgende acht vragen aan de orde: 1. Hoeveel kinderen hebben stoornis A of probleem B? 2. Hoe kunnen zij worden geindentificeerd? 3. Komen stoornis A en probleem B net zoveel voor als bijvoorbeeld dertig jaar geleden? 4. Welke factoren vergroten het risico dat een kind stoornis A of probleem B krijgt? 5. Welke factoren beschermen een kind tegen de kans dat het stoornis A of probleem B ontwikkelt? 6. Hoeveel kinderen hebben professionele hulp nodig? 7. Hoe is het beloop van stoornis A of probleem B van kindertijd tot volwassenheid? 8. Welke factoren zijn van invloed op dit beloop? Drie factoren die kans vergroten dat er beroep gedaan wordt op hulpverlening 1. Ernst van de problemen (hoe ernstiger, hoe eerder) 2. De leeftijd van het kind (hoe ouder, hoe eerder) 3. De combinatie van kindproblemen en gezinsproblemen. Hoofdstuk 3: Theorieën over ontwikkeling Verschillende theorieën - Bio-ecologische systeemtheorie - Theorie van de ontwikkelingsopgaven - Theorie over risico- en beschermende factoren - Theorie van het ontwikkelingstraject Uitgangspunten bio-ecologische systeemtheorie - Oorzaak en gevolg zijn circulair - Ontwikkeling vindt plaats op alle niveaus - Interpretatie verschilt per individu - Kinderen geven actief vorm aan hun ontwikkeling - Ouders fungeren als bemiddelaars - Kinderen internaliseren normen en waarden - Verschillende factoren versterken elkaar Uitgangspunten theorie van de ontwikkelingsopgaven Drie vooronderstellingen 1. Een bepaalde ontwikkelingsopgave verschijnt in een bepaalde periode 2. Sommige van deze opgaven zijn cultureel bepaald 3. Het wel of niet adequaat volbrengen van deze opgaven beïnvloed het gedrag van kinderen in een latere periode van hun leven. Wat is een ontwikkelingsopgave? Een opgave die het kind in zijn ontwikkeling moet volbrengen -> lukt dit niet (goed) -> vergrootte kans op problemen in de latere ontwikkeling. Voorbeelden zijn: - Omgang met autoriteiten - Omgang met leeftijdsgenoten - Omgang met ouders - Functioneren in dagelijks leven - Zelfregulatie van gedrag. Uitgangspunten van risico- en beschermende factoren Risicofactoren Maken de kans op het ontwikkelen van stoornissen statistisch gezien groter Beschermende factoren Als er een risico aanwezig is, verminderen deze factoren de kans op het krijgen van een stoornis Risico factoren bij een kind - Biologische factoren  Genetische aanleg  Prenatale programmering  Sekse - Gedragskenmerken  Temperament  Gehechtsheidtype - Overige factoren  Echtscheiding  Bepaalde overgangsfasen  Langdurig gescheiden worden van ouders  Mishandeling, verwaarlozing en misbruik  Ingrijpende en angstaanjagende gebeurtenissen. Opvoedingsstijlen - Warmte + & controle + = Autoritatief - Warmte – & controle + = Autoritair - Warmte + & controle - = toegeeflijk - Warmte – & controle - = verwaarlozend Beschermende factoren kind - Hoog IQ - Goede emotieregulatie - Gemakkelijk temperament - Interne locus of control - Genetische bescherming - Positief gezinsklimaat - Ouderlijk toezicht - Broertjes/zusjes met goede relatie - Sociale steun - Positieve ervaringen Theorie van het ontwikkelingstraject - Elk kind doorloopt een ander traject (is dus uniek) - Het begrip traject slaat op de invloed van vroegere ervaringen - Dezelfde start kan tot verschillende eindpunten leiden - Hetzelfde eindpunt kan bereikt worden via verschillende startpositief - Voorspellen van individuele ontwikkeling is vrijwel onmogelijk. Preventie Primair Nieuwe gevallen voorkomen Secundair Lichte problemen terugdringen Tertiair Voorkomen dat de stoornis erger wordt Universeel Gericht op alle kinderen Selectief Gericht op kinderen met een verhoogd risico op symptomen Geïndiceerd Gericht op kinderen met milde symptomen, die een verhoogd risico hebben om een stoornis te ontwikkelen. Hoofdstuk 4: Invloed van zwangerschap en geboorte op ontwikkeling van het kind Prenatale programmering Prenatale factoren die de postnatale ontwikkeling van het kind beïnvloeden Fase tijdens de zwangerschap Germinale fase (week 1) - Bevruchting en innesteling - De bevruchte eicel begint zich te delen Embryonale fase (week 2 t/m 8) - Onderscheid tussen cellen die zich ontwikkelen tot extra-embryonaal materiaal en cellen die zich gaan ontwikkelen tot embryo - Als het embryo 3,5 week is, worden er 225.000 zenuwcellen per minuut aangemaakt Foetus (week 8 tot einde zwangerschap) - Specialisatie en groei van organen en zintuigen DNA - DNA = erfelijke code van eicel moeder en zaalcel vader - Ligt op chromosomen (23 paar) - DNA wordt gevormd door basen (Adenine, Guanine, Cytosine, Thymine) - Combinatie van basen vormt een aminozuur - Combinatie van aminozuren vormt een eiwit - Eiwitten zorgen voor aanmaak van hormonen, neurotransmitters en gespecialiseerde lichaamscellen - Het stukje DNA (gen) dat in een cel actief is, hangt af van de omgeving (zowel celomgeving als sociale omgeving) -> epigenese Genotype, fenotype en endofenotype - Genotype: erfelijke code, het DNA - Fenotype: uitdrukking van erfelijke code; zichtbaar uiterlijk (zowel qua lichaam als qua gedrag) - Endofenotypen: iemands cognitieve, neurologische of hormonale kenmerken: objectief meetbare kenmerken die erfelijk zin bepaald en stoornissen kunnen veroorzaken. Hersenontwikkeling - Verbindingen worden sterker als je ze vaker gebruikt - Hersenen zijn uitgerijpt op ons 23e levensjaar - Hersenen blijven zich echter levenslang ontwikkelen Aspecten die de ontwikkeling van het kind kunnen beïnvloeden - Kwaliteit van de ei- en zaadcel - Ondervoeding - Middelen gebruik - Ziekte of stoornis bij aanstaande moeder - Leeftijd van ongeboren kind - Combinatie van risicofactoren

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Course

Document information

Uploaded on
June 19, 2023
Number of pages
46
Written in
2022/2023
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

Content preview

Psychopathologie
Jeugd Hoofdstuk 1:
Introductie

,Psychopathologie Jeugd
Hoofdstuk 1: Introductie
Ontwikkelingspsychopathologie
De wetenschappelijke discipline die onderzoekt hoe psychische stoornissen ontstaan en
zich ontwikkelen. Het is anders dan psychiatrie. Psychiatrie is een medische discipline
die zich bezighoudt met onderzoek, diagnose en behandeling van psychische
stoornissen.

Inzichten van verschillende disciplines bij ontwikkelingspsychopathologie
- Ontwikkelingspsychologie (normale ontwikkeling)
- Klinische psychologie (afwijkende ontwikkeling)
- Pedagogie (opvoeding)
- Kinderpsychiatrie (psychische stoornissen)
- Biologie
- Sociologie (maatschappelijke processen)
- Antropologie (culturele normen en waarden)
- Epidemiologie (voorkomen van ziekten onder de bevolking)

Volgens de oude Grieken
- Psyche -> geest
- Pathos -> pijn
- De ziekte betreft vooral de persoon zelf, het lijden kan zowel betrekking hebben op
de persoon als de omgeving

Verschillende leeftijden
- 0-2 jaar: baby
- 2-4 jaar: peuters
- 4-6 jaar: kleuters
- 6-12 jaar: schoolkind
- 11-13 jaar: puber
- 12 + jaar : adolescenten

Verschil puber en adolescenten
Puber is verandering in puberteit dus lagere stem, borsten etc. Lichamelijke
verandering. Adolescent is je algemene verandering dus ook mentale verandering.

Belangrijke thema’s uit ontwikkelingspsychopathologie
- Vroeger en nu
- Dynamisch gezichtspunt
- Wat beïnvloedt gedrag?
 Kindgebonden factoren
 Ouders- en gezinsgebonden factoren
 Maatschappij- en omgevingsgebonden factoren

Normaal vs abnormaal
Drie voorwaarden om te kunnen spreken van een psychische stoornis:
- Abnormaal verschijnsel in de zin dat het afwijkt van een (sociale) norm. -> lastig bij
kinderen vast te stellen omdat ze nog in ontwikkeling zijn
- Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de betrokkene en/of omgeving

,- Gedrag moet passen binnen een psychopathologisch begrippenkader.

Is er sprake van een stoornis?
- Is het abnormaal? Wat dan?
- Is er lijdensdruk?
- Is er sprake van een psychopathologisch begrippenkader?

Hoe komt een stoornis tot stand?
- Het biopsychosociale model

Hoofdstuk 2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie
- Classificatie -> Orderen
- Diagnostiek -> Verklaren
- Epidemiologie -> Hoe vaak komt het voor?

De essentie
- We zijn geprogrammeerd om gebeurtenissen, objecten en mensen in te delen
- Over het algemeen een zeer nuttige strategie
- Maar je kunt er fouten mee maken
- Houd jezelf voor: het gaat om een persoon met een stoornis, niet een stoornis met
een persoon.

DSM 5
- Emil Kraepelin
- Grondlegger van het moderne classificatiesysteem
- Pas in 1980 -> DSM 3 -> kijken naar waarneembare kenmerken van gedrag.
- DSM gebaseerd op afspraken die specialisten maken voor elke groep stoornissen

DSM Verschillen
- DSM 1: 1952.
 Uitgangspunt: psychoanalyse
 Ook oog voor minder ernstige psychische stoornissen
- DSM 2
- DSM 3
 Waarneembare kenmerken van het gedrag
 Wereldwijd werden vanaf dat moment dezelfde criteria gebruikt om stoornissen
te categoriseren
- DSM 4
- DSM 5

Uitgangspunten DSM
- Welke gedragssymptomen kenmerken een stoornis? -> Observeerbaar gedrag en
innerlijke kenmerken
- Symptomen beschrijven de stoornis, maar verklaren die niet. Het gaat om:
 Soort symptomen
 Aantal symptomen
 Hoelang zijn de symptomen aanwezig?
- De DSM classificeert dus voornamelijk!

, Verschil DSM 4 en 5
- Er worden 300 stoornissen beschreven
- Er is geen aparte categorie (meer) voor stoornissen die vooral bij kinderen en
adolescenten voorkomen
- Er kan sprake zijn van comorbiditeit

Kritiek DSM 5
- Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de ontwikkelingscontext
- Er wordt onvoldoende rekening gehouden met culturele context.

Als DSM 5 alleen classificeert, waarom diagnosticeren we dan?
- Met de waaromvraag?
- Heeft dit kind deze klachten op dit moment gekregen?
- Blijven juist deze problemen en klachten bestaan?
- Zijn deze problemen ontstaan en blijven ze bestaan? Wat zegt dat over het kind en
zijn gezin?

Diagnostiek
Hierbij gaat het om drie ‘waarom’ vragen:
1. Waarom heeft dit kind deze klachten op dit moment gekregen?
2. Waarom blijven juist deze problemen en klachten bestaan?
3. Wat zegt het over dit kind en zijn gezin dat deze problemen zijn ontstaan en
blijven bestaan?
Diagnostiek is een aanzet om te kunnen verklaren en begrijpen wat hulpverleners zien
bij een kind.

Verschil diagnostiek en classificatie
Classificatie is wat (wat is er aan de hand?) en diagnostiek is hoe (hoe is het zo
gekomen?)

Vier diagnostische methoden
- Diagnostisch gesprek:
 Luisteren
 Vragen stellen
 Observeren
- Observeren:
 Doelgericht
 Opzettelijk
 Systematisch
- Psychodiagnostiek:
 Functietesten
 Zelf-invul lijsten
 Projectieve testen
- Lichamelijk onderzoek

Betrouwbaarheid
- Interbeoordelaars betrouwbaarheid (verschillende onderzoekers zijn het met elkaar
eens)

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
SOLUTIONS2024 Chamberlain College Of Nursing
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
912
Member since
3 year
Number of followers
696
Documents
5454
Last sold
4 days ago
ALPHA STUDY CENTRE.

Alpha Academy is a dedicated study centre where you will find QUALITY & RELIABLE study resources that will help you prepare, revise and pass your examinations for all majors and modules in real TIME.. Good Luck from ALPHA ACADEMY.

3.7

181 reviews

5
92
4
26
3
19
2
7
1
37

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions