Invloeden op de levensloop –
theorieën
2022-2023
Inhoudsopgave
Theorie over psychosociale ontwikkeling – Erikson................................................................................2
Stadium 1 – vertrouwen versus wantrouwen.....................................................................................3
Stadium 2 – autonomie versus schaamte en twijfel...........................................................................3
Stadium 3 – initiatief versus schuld....................................................................................................3
Stadium 4 – vlijt versus minderwaardigheid.......................................................................................4
Stadium 5 – identiteit versus identiteitsverwarring............................................................................4
Stadium 6 – intimiteit versus isolement..............................................................................................5
Stadium 7 – generativiteit versus stagnatie........................................................................................5
Stadium 8 – integriteit versus wanhoop.............................................................................................5
Theorie over cognitieve ontwikkeling – Piaget.......................................................................................6
Stadium 1 – sensomotorische stadium...............................................................................................7
Stadium 2 – preoperationele stadium................................................................................................8
Stadium 3 – concreet operationele stadium.......................................................................................9
Stadium 4 – formeel operationele stadium......................................................................................10
Informatieverwerkingstheorie..............................................................................................................11
De babytijd.......................................................................................................................................12
De peuter- en kleutertijd..................................................................................................................12
De schooltijd.....................................................................................................................................13
De adolescentie................................................................................................................................13
Taalontwikkeling...................................................................................................................................14
De babytijd.......................................................................................................................................15
De peuter- en kleutertijd..................................................................................................................15
De schooltijd.....................................................................................................................................16
Problemen met de taalontwikkeling.................................................................................................17
,Theorie over psychosociale ontwikkeling – Erikson
Erik Erikson (1902-1994)
Psychoanalyticus
Hij raakte geïnspireerd door Sigmund en Freud
Psychodynamische visie op de psychosociale ontwikkeling van de mens.
Psychosociale ontwikkeling =
veranderingen in de manier waarop we aankijken:
Tegen onze interacties met anderen
Tegen het gedrag van anderen
Tegen onszelf als leden van de maatschappij
De manier van kijken verandert voortdurend gedurende ons leven.
Belangrijk uitgangspunt in deze theorie: ‘’’Mensen worden zowel gevormd als belemmerd
door hun samenleving en hun cultuur’’
Bij elke levensfase hoort een nieuwe
levensvaardigheid om te leren.
Levensfase
Om dit te leren beland je in een soort
crisis en moet je leren met de tegen-
strijdigheden van het conflict om te Crisis
gaan.
Uitkomt:
lukt het voldoende dan
sluit je de fase positief Negatief
Positief
af.
Lukt dit onvoldoende
dan negatief.
, 8 stadia in onze psychosociale ontwikkeling:
Bij iedere levensfase is een andere tegenstrijdigheid/conflict waar we mee moeten dealen:
Stadium 1 – vertrouwen versus wantrouwen
Geboorte tot 12-18 maanden
Het kind is in dit eerste stadium volledig afhankelijk van zijn ouders, vooral moeder speelt hier een
belangrijke rol. Het kind moet leren dat er aan zijn behoefte voldaan wordt en dat hij andere om zich
heen kan vertrouwen.
Komt hij … uit deze crisis dan:
Positief, dan zul je zien dat het later ook een kind is wat vertrouwen heeft in andere.
Negatief, dan zal het iemand zijn die op latere leeftijd veel wantrouwen kan laten zien.
Stadium 2 – autonomie versus schaamte en twijfel
12-18 maanden tot 3 jaar
In deze leeftijd spelen zowel vader als moeder een belangrijke rol. Het is de fase waarin het kind gaat
ontdekken dat het een persoon op zichzelf is, een autonoom persoon, die zelf dingen in gang kan
zetten. Zo moet een kind in deze fase ook leren dat hij zelf naar de wc kan en dat hij daar controle
over kan uitoefenen.
Komt hij … uit deze crisis dan:
Positief, op het moment dat het kind hier positief door zijn ouders in gestimuleerd wordt en
ervaart dat hij dus inderdaad zelf controle kan pakken. Zal iemand op latere leeftijd zich veel
meer gaan ontwikkelen als autonoom persoon met zelfvertrouwen
Negatief, op het moment dat een kind hier negatief in wordt gestimuleerd door zijn ouders,
je kan het toch allemaal niet, zul je zien dat het op latere leeftijd onzekere kinderen worden
die zich makkelijk schamen en twijfelen.
Stadium 3 – initiatief versus schuld
3 jaar tot 5-6 jaar
theorieën
2022-2023
Inhoudsopgave
Theorie over psychosociale ontwikkeling – Erikson................................................................................2
Stadium 1 – vertrouwen versus wantrouwen.....................................................................................3
Stadium 2 – autonomie versus schaamte en twijfel...........................................................................3
Stadium 3 – initiatief versus schuld....................................................................................................3
Stadium 4 – vlijt versus minderwaardigheid.......................................................................................4
Stadium 5 – identiteit versus identiteitsverwarring............................................................................4
Stadium 6 – intimiteit versus isolement..............................................................................................5
Stadium 7 – generativiteit versus stagnatie........................................................................................5
Stadium 8 – integriteit versus wanhoop.............................................................................................5
Theorie over cognitieve ontwikkeling – Piaget.......................................................................................6
Stadium 1 – sensomotorische stadium...............................................................................................7
Stadium 2 – preoperationele stadium................................................................................................8
Stadium 3 – concreet operationele stadium.......................................................................................9
Stadium 4 – formeel operationele stadium......................................................................................10
Informatieverwerkingstheorie..............................................................................................................11
De babytijd.......................................................................................................................................12
De peuter- en kleutertijd..................................................................................................................12
De schooltijd.....................................................................................................................................13
De adolescentie................................................................................................................................13
Taalontwikkeling...................................................................................................................................14
De babytijd.......................................................................................................................................15
De peuter- en kleutertijd..................................................................................................................15
De schooltijd.....................................................................................................................................16
Problemen met de taalontwikkeling.................................................................................................17
,Theorie over psychosociale ontwikkeling – Erikson
Erik Erikson (1902-1994)
Psychoanalyticus
Hij raakte geïnspireerd door Sigmund en Freud
Psychodynamische visie op de psychosociale ontwikkeling van de mens.
Psychosociale ontwikkeling =
veranderingen in de manier waarop we aankijken:
Tegen onze interacties met anderen
Tegen het gedrag van anderen
Tegen onszelf als leden van de maatschappij
De manier van kijken verandert voortdurend gedurende ons leven.
Belangrijk uitgangspunt in deze theorie: ‘’’Mensen worden zowel gevormd als belemmerd
door hun samenleving en hun cultuur’’
Bij elke levensfase hoort een nieuwe
levensvaardigheid om te leren.
Levensfase
Om dit te leren beland je in een soort
crisis en moet je leren met de tegen-
strijdigheden van het conflict om te Crisis
gaan.
Uitkomt:
lukt het voldoende dan
sluit je de fase positief Negatief
Positief
af.
Lukt dit onvoldoende
dan negatief.
, 8 stadia in onze psychosociale ontwikkeling:
Bij iedere levensfase is een andere tegenstrijdigheid/conflict waar we mee moeten dealen:
Stadium 1 – vertrouwen versus wantrouwen
Geboorte tot 12-18 maanden
Het kind is in dit eerste stadium volledig afhankelijk van zijn ouders, vooral moeder speelt hier een
belangrijke rol. Het kind moet leren dat er aan zijn behoefte voldaan wordt en dat hij andere om zich
heen kan vertrouwen.
Komt hij … uit deze crisis dan:
Positief, dan zul je zien dat het later ook een kind is wat vertrouwen heeft in andere.
Negatief, dan zal het iemand zijn die op latere leeftijd veel wantrouwen kan laten zien.
Stadium 2 – autonomie versus schaamte en twijfel
12-18 maanden tot 3 jaar
In deze leeftijd spelen zowel vader als moeder een belangrijke rol. Het is de fase waarin het kind gaat
ontdekken dat het een persoon op zichzelf is, een autonoom persoon, die zelf dingen in gang kan
zetten. Zo moet een kind in deze fase ook leren dat hij zelf naar de wc kan en dat hij daar controle
over kan uitoefenen.
Komt hij … uit deze crisis dan:
Positief, op het moment dat het kind hier positief door zijn ouders in gestimuleerd wordt en
ervaart dat hij dus inderdaad zelf controle kan pakken. Zal iemand op latere leeftijd zich veel
meer gaan ontwikkelen als autonoom persoon met zelfvertrouwen
Negatief, op het moment dat een kind hier negatief in wordt gestimuleerd door zijn ouders,
je kan het toch allemaal niet, zul je zien dat het op latere leeftijd onzekere kinderen worden
die zich makkelijk schamen en twijfelen.
Stadium 3 – initiatief versus schuld
3 jaar tot 5-6 jaar