Leerdoelen AVV blok 2
Inhoud
1.1 - Deel 2 (AVV): Kwalitatief onderzoek...............................................................................................2
1.4 Tutorgroep (AVV) Kwalitatieve onderzoeksvragen...........................................................................4
2.5 Tutorgroep (AVV) Leren kijken naar pijn..........................................................................................5
3.5 Tutorgroep (AVV) Interviewen en topiclijst......................................................................................6
4.5 Tutorgroep (AVV) Interviewen met acteurs......................................................................................8
5.6 College (AVV) Kwalitatieve analyse en Responsiecollege.................................................................9
5.8 Tutorgroep (AVV) Kwalitatieve analyse..........................................................................................11
, 1.1 - Deel 2 (AVV): Kwalitatief onderzoek
Leerdoelen:
- de kenmerken van kwalitatieve onderzoeksmethoden beschrijven;
Aspect Kwalitatief onderzoek
Doel Betekenissen onderzoeken (exploratief)
Onderzoeksvraag Wat? Hoe?
Rol van theorie (meestal) inductief
Hypothesen (meestal niet
Data Focus op woorden
Instrument Onderzoeker zelf
Analyse Thema’s
Rapportage Focus op getallen
Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
1. Directe waarneming in de natuurlijke situatie: onderzoeker is geïnteresseerd in natuurlijke
omgeving van respondenten, verblijft daar zo mogelijk voor langere tijd, bevindt zich onder
en tussen hen, staat in direct contact met hen. GEEN laboratorium situatie.
2. Onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling: onderzoeker verblijft in het
veld, kijkt rond, interviewt respondenten, bepaal de duur van verblijf, aantal interviews,
maakt keuze voor respondenten en bepaalt het onderwerp van het interview. Gaat NIET om
hoeveelheid data maar leert, begrijpt en treedt nieuw terrein toe.
3. Inductieve werkwijze prevaleert meestal: informatie uit het veld vormt de belangrijkste
databron: is uitgangspint voor de analyse die tot de bevindingen of resultaten leidt. Analyse
op transparante wijze vormt een overzichtelijk beeld en interpretatie van werkelijkheid.
Onderzoeker kan tot nieuwe indeling van data komen wat kan leiden tot ‘theorie’.
4. Perspectief van respondenten staat centraal: onderzoeker is geïnteresseerd in
‘binnenwereld’ en de eigen betekenissen van respondenten, hiervoor plaatst onderzoeker
eigen perspectief tussen haakjes.
5. Holistische of contextuele benadering: onderzoeker is geïnteresseerd in hele context van de
respondent, zoals die zich in het veld voordoet. Het gehele leven van patiënt.
Holisme = wat speelt mee hoe iemand betekenis geeft aan zijn/haar leven
Context = interactie in de klas: hoe verhouden we tot elkaar, hoe laat, hoeveel mensen
6. Onderzoeksresultaten vaak in verhalende vorm: onderzoeker legt in weergave van het
verhaal (resultaten) nadruk op patronen begrippen, thema’s, betekenissen, perspectieven of
strategieën van respondenten. Vaak worden citaten uit interviews gebruikt. De resultaten
geven detailleert en overzichtelijk beeld van de werkelijkheid.
- een keuze voor kwalitatieve onderzoeksmethoden onderbouwen;
Doelstelling:
- Verkennen van een onderzoeksveld waar nog weinig over bekend is;
- Beschrijven van emoties, perspectieven en sociale relaties (betekenisgeving en
machtsverhoudingen);
- Begrijpen van menselijk handelen in een bepaalde context;
2
Inhoud
1.1 - Deel 2 (AVV): Kwalitatief onderzoek...............................................................................................2
1.4 Tutorgroep (AVV) Kwalitatieve onderzoeksvragen...........................................................................4
2.5 Tutorgroep (AVV) Leren kijken naar pijn..........................................................................................5
3.5 Tutorgroep (AVV) Interviewen en topiclijst......................................................................................6
4.5 Tutorgroep (AVV) Interviewen met acteurs......................................................................................8
5.6 College (AVV) Kwalitatieve analyse en Responsiecollege.................................................................9
5.8 Tutorgroep (AVV) Kwalitatieve analyse..........................................................................................11
, 1.1 - Deel 2 (AVV): Kwalitatief onderzoek
Leerdoelen:
- de kenmerken van kwalitatieve onderzoeksmethoden beschrijven;
Aspect Kwalitatief onderzoek
Doel Betekenissen onderzoeken (exploratief)
Onderzoeksvraag Wat? Hoe?
Rol van theorie (meestal) inductief
Hypothesen (meestal niet
Data Focus op woorden
Instrument Onderzoeker zelf
Analyse Thema’s
Rapportage Focus op getallen
Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
1. Directe waarneming in de natuurlijke situatie: onderzoeker is geïnteresseerd in natuurlijke
omgeving van respondenten, verblijft daar zo mogelijk voor langere tijd, bevindt zich onder
en tussen hen, staat in direct contact met hen. GEEN laboratorium situatie.
2. Onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling: onderzoeker verblijft in het
veld, kijkt rond, interviewt respondenten, bepaal de duur van verblijf, aantal interviews,
maakt keuze voor respondenten en bepaalt het onderwerp van het interview. Gaat NIET om
hoeveelheid data maar leert, begrijpt en treedt nieuw terrein toe.
3. Inductieve werkwijze prevaleert meestal: informatie uit het veld vormt de belangrijkste
databron: is uitgangspint voor de analyse die tot de bevindingen of resultaten leidt. Analyse
op transparante wijze vormt een overzichtelijk beeld en interpretatie van werkelijkheid.
Onderzoeker kan tot nieuwe indeling van data komen wat kan leiden tot ‘theorie’.
4. Perspectief van respondenten staat centraal: onderzoeker is geïnteresseerd in
‘binnenwereld’ en de eigen betekenissen van respondenten, hiervoor plaatst onderzoeker
eigen perspectief tussen haakjes.
5. Holistische of contextuele benadering: onderzoeker is geïnteresseerd in hele context van de
respondent, zoals die zich in het veld voordoet. Het gehele leven van patiënt.
Holisme = wat speelt mee hoe iemand betekenis geeft aan zijn/haar leven
Context = interactie in de klas: hoe verhouden we tot elkaar, hoe laat, hoeveel mensen
6. Onderzoeksresultaten vaak in verhalende vorm: onderzoeker legt in weergave van het
verhaal (resultaten) nadruk op patronen begrippen, thema’s, betekenissen, perspectieven of
strategieën van respondenten. Vaak worden citaten uit interviews gebruikt. De resultaten
geven detailleert en overzichtelijk beeld van de werkelijkheid.
- een keuze voor kwalitatieve onderzoeksmethoden onderbouwen;
Doelstelling:
- Verkennen van een onderzoeksveld waar nog weinig over bekend is;
- Beschrijven van emoties, perspectieven en sociale relaties (betekenisgeving en
machtsverhoudingen);
- Begrijpen van menselijk handelen in een bepaalde context;
2