Geschiedenis kenmerkende aspecten periode B V6
KA 1: De levenswijze van jagers-verzamelaars
De jagers-verzamelaars leefden in de prehistorie. In deze periode waren er nog geen
geschreven bronnen.
Samenleving van jagers-verzamelaars
Economie Jagen en verzamelen
Politiek Kleine nomadische groepen, dus geen georganiseerd bestuur.
Sociaal Weinig sociale verschillen maar wel rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur Jacht- en vruchtbaarheidsrituelen en grafgiften.
KA 2: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
Rond 11 000 voor Christus: begin van de Neolithische revolutie in de vruchtbare halve maan.
Oorzaak: enorm vruchtbaar gebied vanwege het klimaat en de rivieren.
Landbouwsamenleving/agrarische samenleving:
Economie - Landbouw door akkerbouw en veeteelt
Politiek - Dorpen werden waarschijnlijk bestuurd door dorpsoudsten/priesters.
Sociaal - Sedentaire revolutie: vaste woonplaats
- Toename van sociale verschillen
- Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur - Rituelen
- Veel uitvindingen
KA 3: Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Oorzaken - Zelf planten van zaden (akkerbouw)
- Houden van vee (veeteelt)
- Nieuwe uitvindingen
Gevolg: verhoging van voedselproductie --> groei van dorpen door bevolkingstoename
Binnen de dorpen hoefde niet iedereen zich meer bezig te houden met waardoor
ambachten ontstonden.
De handel ontstond door voedseloverschotten en ambachtsgoederen.
,Stedelijke beschaving in Mesopotamië (gebied rond de Eufraat en Tigris)
Economie - Landbouw, ambachten en handel
Politiek - Steden werden bestuurd door koning en priesters
- Steden groeiden uit tot rijken (stadsstaten)
Sociaal - Grote groepen
- Sociale verschillen: hiërarchische opbouw door sociale klassen
Cultuur - Polytheïstische godsdienst
- Magische rituele
- Veel uitvindingen
Stedelijke beschaving in Egypte:
Economie - Landbouw, ambachten en handel
Politiek - Steden werden bestuurd door een koning en priesters.
- Boven- en beneden Egypte vormen natiestaat met farao als leider.
Sociaal - Grote groepen
- Sociale verschillen: hiërarchische opbouw door sociale klassen
Cultuur - Polytheïstische godsdienst
- Magische rituele
- Veel uitvindingen
KA 4: De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap in de
en politiek in de Griekse stadstaat.
Vanaf 850 voor Christus: opkomst van Griekse stadstaten.
Stadstaat (polis)
- Stad met omringend platteland
- Klein in oppervlakte en inwonersaantal
- Autarkisch --> zelfvoorzienend
- Autonoom --> eigen bestuur en regels
Iedere polis had een eigen staatsvorm
Monarchie: staatsvorm waarbij de macht legitiem bij een persoon ligt.
Tirannie: staatsvorm waarbij de macht niet legitiem bij een persoon ligt.
Aristocratie: regering van de adel (aristocraten)
Oligarchie: regering van een kleien groep mensen die niet persé van adel zijn.
Democratie: regering door de bevolking met burgerrecht.
Filosofen proberen de wereld te verklaren op een rationele manier, dat is tevens het begin
van de wetenschap.
, Hellenisme (338-30 voor Christus): verspreiding van de Griekse cultuur naar het oosten vanaf
de tijd van Alexander de Grote.
KA 5: De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
Griek-Romeinse cultuur = klassieke cultuur
Griekse beeldhouwkunst:
• Driedimensionaal
• Anatomisch correct
• Naakt
• Geperfectioneerd
Griekse architectuur:
• Fronton (driehoek bovenop)
• Fries (balk met tekst of versiering)
• Architraaf (nodig voor constructie)
• Zuilen: Dorische, Ionische en Korintische stijl
5e en 4e uur voor Christus: Klassieke Oudheid = Griekse beeldhouwkunst en architectuur
was een voorbeeld voor latere generaties. Bijvoorbeeld voor de Romeinen.
Romeinse beeldhouwkunst:
• Driedimensionaal
• Anatomisch correct
• Gekleed
• Realistisch
Romeinse architectuur:
• Mengeling van Griekse stijlen
• Gebruik van beton zorgt voor meer mogelijkheden, zoals bogen en koepels
KA 6: De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde.
Bestuur van het romeinse rijk
Koningstijd - Monarchie
Republiek - Oligarchie
- Macht werd verdeeld over meerdere functies.
- Belangrijkste functie: consul.
- Senaat heeft de meeste macht.
Keizertijd - Monarchie
- Macht in handen van de keizer
- Senaat en consul bleven bestaan, maar hadden weinig macht.
KA 1: De levenswijze van jagers-verzamelaars
De jagers-verzamelaars leefden in de prehistorie. In deze periode waren er nog geen
geschreven bronnen.
Samenleving van jagers-verzamelaars
Economie Jagen en verzamelen
Politiek Kleine nomadische groepen, dus geen georganiseerd bestuur.
Sociaal Weinig sociale verschillen maar wel rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur Jacht- en vruchtbaarheidsrituelen en grafgiften.
KA 2: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
Rond 11 000 voor Christus: begin van de Neolithische revolutie in de vruchtbare halve maan.
Oorzaak: enorm vruchtbaar gebied vanwege het klimaat en de rivieren.
Landbouwsamenleving/agrarische samenleving:
Economie - Landbouw door akkerbouw en veeteelt
Politiek - Dorpen werden waarschijnlijk bestuurd door dorpsoudsten/priesters.
Sociaal - Sedentaire revolutie: vaste woonplaats
- Toename van sociale verschillen
- Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur - Rituelen
- Veel uitvindingen
KA 3: Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Oorzaken - Zelf planten van zaden (akkerbouw)
- Houden van vee (veeteelt)
- Nieuwe uitvindingen
Gevolg: verhoging van voedselproductie --> groei van dorpen door bevolkingstoename
Binnen de dorpen hoefde niet iedereen zich meer bezig te houden met waardoor
ambachten ontstonden.
De handel ontstond door voedseloverschotten en ambachtsgoederen.
,Stedelijke beschaving in Mesopotamië (gebied rond de Eufraat en Tigris)
Economie - Landbouw, ambachten en handel
Politiek - Steden werden bestuurd door koning en priesters
- Steden groeiden uit tot rijken (stadsstaten)
Sociaal - Grote groepen
- Sociale verschillen: hiërarchische opbouw door sociale klassen
Cultuur - Polytheïstische godsdienst
- Magische rituele
- Veel uitvindingen
Stedelijke beschaving in Egypte:
Economie - Landbouw, ambachten en handel
Politiek - Steden werden bestuurd door een koning en priesters.
- Boven- en beneden Egypte vormen natiestaat met farao als leider.
Sociaal - Grote groepen
- Sociale verschillen: hiërarchische opbouw door sociale klassen
Cultuur - Polytheïstische godsdienst
- Magische rituele
- Veel uitvindingen
KA 4: De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap in de
en politiek in de Griekse stadstaat.
Vanaf 850 voor Christus: opkomst van Griekse stadstaten.
Stadstaat (polis)
- Stad met omringend platteland
- Klein in oppervlakte en inwonersaantal
- Autarkisch --> zelfvoorzienend
- Autonoom --> eigen bestuur en regels
Iedere polis had een eigen staatsvorm
Monarchie: staatsvorm waarbij de macht legitiem bij een persoon ligt.
Tirannie: staatsvorm waarbij de macht niet legitiem bij een persoon ligt.
Aristocratie: regering van de adel (aristocraten)
Oligarchie: regering van een kleien groep mensen die niet persé van adel zijn.
Democratie: regering door de bevolking met burgerrecht.
Filosofen proberen de wereld te verklaren op een rationele manier, dat is tevens het begin
van de wetenschap.
, Hellenisme (338-30 voor Christus): verspreiding van de Griekse cultuur naar het oosten vanaf
de tijd van Alexander de Grote.
KA 5: De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
Griek-Romeinse cultuur = klassieke cultuur
Griekse beeldhouwkunst:
• Driedimensionaal
• Anatomisch correct
• Naakt
• Geperfectioneerd
Griekse architectuur:
• Fronton (driehoek bovenop)
• Fries (balk met tekst of versiering)
• Architraaf (nodig voor constructie)
• Zuilen: Dorische, Ionische en Korintische stijl
5e en 4e uur voor Christus: Klassieke Oudheid = Griekse beeldhouwkunst en architectuur
was een voorbeeld voor latere generaties. Bijvoorbeeld voor de Romeinen.
Romeinse beeldhouwkunst:
• Driedimensionaal
• Anatomisch correct
• Gekleed
• Realistisch
Romeinse architectuur:
• Mengeling van Griekse stijlen
• Gebruik van beton zorgt voor meer mogelijkheden, zoals bogen en koepels
KA 6: De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde.
Bestuur van het romeinse rijk
Koningstijd - Monarchie
Republiek - Oligarchie
- Macht werd verdeeld over meerdere functies.
- Belangrijkste functie: consul.
- Senaat heeft de meeste macht.
Keizertijd - Monarchie
- Macht in handen van de keizer
- Senaat en consul bleven bestaan, maar hadden weinig macht.