Economie hoofdstuk 9
Paragraaf 9.1 Jong geleerd, oud gedaan
Financiële cyclus: overzicht van sparen en lenen over de tijd.
Voorraadgrootheid: een variabele die je meet op een bepaald tijdsstip.
Stroomgrootheid: een variabele die je meet over een tijdsduur.
Een investering met geleend geld is altijd een vorm van intertemporele ruil. Er wordt inkomen
geleend gelegd met het oog op kapitaalvorming.
Soorten kapitaal
- fysieke kapitaalgoederen; goederen waarmee je andere goederen en diensten kan maken.
- geldkapitaal; geld in de vorm van rekeningen of beleggingen.
- sociaal kapitaal; mate waarin mensen participeren in formele en informele netwerken.
- menselijk kapitaal/human capital; resultaat van opvoeding, onderwijs, training en ervaring.
Een investering in human capital betekend in de toekomst vrijwel altijd een hoger inkomen.
Zo is onderwijs een investering die bijna altijd loont. Ook leidt onderwijs tot positieve externe
effecten; scholing zorgt voor een hogere productiviteit, waardoor de welvaart in een land
toeneemt.
Paragraaf 9.2 Sparen en lenen
Soorten rente/interest
1. Enkelvoudige rente; je ontvangt alleen rente over het bedrag dat je op je spaarrekening
hebt gestort en niet over de periodiek uitgekeerde interest
2. Samengestelde rente; je ontvangt niet alleen rent over het bedrag dat je op je
spaarrekening hebt gestort, maar ook rente over de rente.
Nominale rente: het rentebedrag of percentage die met de geldgever overeen is gekomen
Reële rente: de nominale rente gecorrigeerd voor de verandering in het gemiddeld prijspeil.
Index nominale rente
Index reële rente = x 100
Index gemiddeld prijspeil
Intertemporele budgetlijn; geeft alle combinaties van maximale huidige en toekomstige
consumptie weer, gegeven de mogelijkheid van sparen en lenen.
Paragraaf 9.3 Kopen of huren?
Huurwoningen
- Je betaalt een vast bedrag per maand en krijgt recht om in het pand te wonen.
- De huurder kan de overeenkomst altijd stopzetten binnen de voorwaarden.
- Er is geen sprake van 'ruilen over tijd'.
Soorten huurwoningen
1. Sociale huurwoningen; voor mensen met lager loon + aangeboden door wooncoöperaties,
2. Huurwoningen in de vrije sector; aangeboden door particulieren en wooncoöperaties
Huurtoeslag: bedrag dat je elke maand van de belastingdienst ontvangt als de huur in
verhouding tot je inkomen erg hoog is.
Paragraaf 9.1 Jong geleerd, oud gedaan
Financiële cyclus: overzicht van sparen en lenen over de tijd.
Voorraadgrootheid: een variabele die je meet op een bepaald tijdsstip.
Stroomgrootheid: een variabele die je meet over een tijdsduur.
Een investering met geleend geld is altijd een vorm van intertemporele ruil. Er wordt inkomen
geleend gelegd met het oog op kapitaalvorming.
Soorten kapitaal
- fysieke kapitaalgoederen; goederen waarmee je andere goederen en diensten kan maken.
- geldkapitaal; geld in de vorm van rekeningen of beleggingen.
- sociaal kapitaal; mate waarin mensen participeren in formele en informele netwerken.
- menselijk kapitaal/human capital; resultaat van opvoeding, onderwijs, training en ervaring.
Een investering in human capital betekend in de toekomst vrijwel altijd een hoger inkomen.
Zo is onderwijs een investering die bijna altijd loont. Ook leidt onderwijs tot positieve externe
effecten; scholing zorgt voor een hogere productiviteit, waardoor de welvaart in een land
toeneemt.
Paragraaf 9.2 Sparen en lenen
Soorten rente/interest
1. Enkelvoudige rente; je ontvangt alleen rente over het bedrag dat je op je spaarrekening
hebt gestort en niet over de periodiek uitgekeerde interest
2. Samengestelde rente; je ontvangt niet alleen rent over het bedrag dat je op je
spaarrekening hebt gestort, maar ook rente over de rente.
Nominale rente: het rentebedrag of percentage die met de geldgever overeen is gekomen
Reële rente: de nominale rente gecorrigeerd voor de verandering in het gemiddeld prijspeil.
Index nominale rente
Index reële rente = x 100
Index gemiddeld prijspeil
Intertemporele budgetlijn; geeft alle combinaties van maximale huidige en toekomstige
consumptie weer, gegeven de mogelijkheid van sparen en lenen.
Paragraaf 9.3 Kopen of huren?
Huurwoningen
- Je betaalt een vast bedrag per maand en krijgt recht om in het pand te wonen.
- De huurder kan de overeenkomst altijd stopzetten binnen de voorwaarden.
- Er is geen sprake van 'ruilen over tijd'.
Soorten huurwoningen
1. Sociale huurwoningen; voor mensen met lager loon + aangeboden door wooncoöperaties,
2. Huurwoningen in de vrije sector; aangeboden door particulieren en wooncoöperaties
Huurtoeslag: bedrag dat je elke maand van de belastingdienst ontvangt als de huur in
verhouding tot je inkomen erg hoog is.