Consumentengedrag
CSR= Corporate Social Responsibility
Hedonistische behoeften= Producten die niet zozeer nuttig zijn maar wel plezier of
genieten. Gericht op een ervaring of beleving.
Paradox= Hoe meer info over alternatieven de consument te verwerken krijgt, hoe
slechter de genomen beslissing.
Crowdsourcing = Gebruikers v/e bepaald product ondervragen en hun ideeën
verzamelen. 'Wisdom of the crowds'; de macht van de consument.
Acculturatie= aanleren van een andere cultuur.
Benefit segmentatie= voorkeuren hebben bepaalde producteigenschappen.
vb:Vakantiegangers zouden we kunnen indelen in sportievelingen, zonzoekers,
cultuurliefhebbers,...
Prosumenten= consumenten die invloed hebben op de totstandkoming van het
product dat hij consumeert. (Consument & producten zijn dezelfde)
Tribalisme= zo goed mogelijke een lokale burger zijn. (globalisme: contact met
andere, grootschalig)
Koopgedrag= nadruk op interactie tussen koper en verkoper. (wnr, hoe, waar, ?)
Consumentengedrag= meerdere partijen betrokken, aantal activiteiten in werking
treden zoals informeren, vergelijken, onderhandelen & aanschaffen van een
product.
Consumentengedrag= De dynamische interactie tussen affect & cognitie, gedrag &
omgeving, waarmee mensen de uitwisselingsaspecten van hun leven regelen.
Afdankgedrag= Het weggooien, recycleren of verkopen van reeds gebruikte
producten.
Marketing= rendabel afstemmen van vraag & aanbod
Levensstijl= een samenhangend patroon van gedragskeuzen en smaakuitingen
Persoonlijkheid= Aantal eigenschappen die kenmerkend zijn voor een individu en
die het gedrag van deze persoon grotendeels voorspellen.
Motivatie= Geactiveerde behoefte die leidt tot een toestand van spanning die de
consu'mens' wil verminderen of wegnemen. Innerlijke drang om een bepaald doel te
bereiken.
Perceptie= Selectieve attentie wat jezelf wilt horen, zien. (hoe kijkt u naar zaken)
Consumentengedrag 1
CSR= Corporate Social Responsibility
Hedonistische behoeften= Producten die niet zozeer nuttig zijn maar wel plezier of
genieten. Gericht op een ervaring of beleving.
Paradox= Hoe meer info over alternatieven de consument te verwerken krijgt, hoe
slechter de genomen beslissing.
Crowdsourcing = Gebruikers v/e bepaald product ondervragen en hun ideeën
verzamelen. 'Wisdom of the crowds'; de macht van de consument.
Acculturatie= aanleren van een andere cultuur.
Benefit segmentatie= voorkeuren hebben bepaalde producteigenschappen.
vb:Vakantiegangers zouden we kunnen indelen in sportievelingen, zonzoekers,
cultuurliefhebbers,...
Prosumenten= consumenten die invloed hebben op de totstandkoming van het
product dat hij consumeert. (Consument & producten zijn dezelfde)
Tribalisme= zo goed mogelijke een lokale burger zijn. (globalisme: contact met
andere, grootschalig)
Koopgedrag= nadruk op interactie tussen koper en verkoper. (wnr, hoe, waar, ?)
Consumentengedrag= meerdere partijen betrokken, aantal activiteiten in werking
treden zoals informeren, vergelijken, onderhandelen & aanschaffen van een
product.
Consumentengedrag= De dynamische interactie tussen affect & cognitie, gedrag &
omgeving, waarmee mensen de uitwisselingsaspecten van hun leven regelen.
Afdankgedrag= Het weggooien, recycleren of verkopen van reeds gebruikte
producten.
Marketing= rendabel afstemmen van vraag & aanbod
Levensstijl= een samenhangend patroon van gedragskeuzen en smaakuitingen
Persoonlijkheid= Aantal eigenschappen die kenmerkend zijn voor een individu en
die het gedrag van deze persoon grotendeels voorspellen.
Motivatie= Geactiveerde behoefte die leidt tot een toestand van spanning die de
consu'mens' wil verminderen of wegnemen. Innerlijke drang om een bepaald doel te
bereiken.
Perceptie= Selectieve attentie wat jezelf wilt horen, zien. (hoe kijkt u naar zaken)
Consumentengedrag 1