De kracht van mensen met een beperking – Artikel MEE, LVB bij migranten-jongeren
Rotterdam participeert sinds 2013 in een landelijk project wat als doel heeft GGZ problematiek en
lichtverstandelijke beperking (LVB) bij migrantenjeugd eerder te signaleren. Het project richt zich hee specifiek
op de doelgroep van het Europees Integratie Fonds (EIF). Dit zijn de zogenaamde ‘derdelanders’: mensen uit
een niet EU-land die niet de Nederlandse nationaliteit of die van een ander EU-land hebben.
Mensen met een LVB van allochtone afkomst maken minder gebruik van zorg dan LVB’ers van autochtone
afkomst. Als oorzaak wordt genoemd dat er bij ouders een taboe rust op het hebben van een verstandelijke
beperking, onder andere omdat dit in het land van herkomst niet wordt herkend. Hierdoor ontstaan er in veel
gevallen problemen. Wanneer deze in de omgeving niet worden herkend, is de kans op overvraging van de
LVB’er groot. Wanneer de problemen wel door de omgeving worden herkend, komt het soms voor dat de
LVB’er wordt misbruikt (op wat voor manier dan ook).
Vroegtijdige herkenning is van groot belang, zeker als het gaat om migranten met een LVB. Daarnaast is er
meer training nodig voor het bespreekbaar maken van een LVB met de jongere, zijn familie en/of andere
personen in zijn omgeving. De training wordt gegeven door ervaren trainers, werkzaam bij MEE. Ze verzorgen
de training van de hand van praktijkervaring en casuïstiek van LVB-jongeren uit de EIF-doelgroep en door
middel van kennisoverdracht.
Iemand met een verstandelijke beperking heeft een lager IQ dan een normaal begaafd persoon. Het IQ geeft
aan hoe je scoort op een intelligentietest, vergeleken met het deel van de bevolking van jouw leeftijd.
Mate van beperking IQ Leeftijdsfase Cognitieve fase (Piaget)
Diep verstandelijk gehandicapt 0-20 Tot 2 jaar Sensori-motorisch
(nadruk op motorische reacties
en zintuigelijke waarneming)
Ernstig verstandelijk gehandicapt 20-40 2-4 jaar Pre-operationeel
Matig verstandelijk gehandicapt 35-55 4-7 jaar (de denkontwikkeling zet voort)
Licht verstandelijk gehandicapt 50-70 7-11 jaar Concreet-operationeel
(leggen van logische
verbanden)
Volgens Piaget bevindt je je in de formeel-operationele fase als je 11 jaar en ouder bent. Je ontwikkelt dan het
abstract-logisch denken.
Van de hulpverlener wordt verwacht dat hij of zij een jongere met een LVB en/of het gezin begeleidt om tot
positieve verandering van het gedrag te komen. Echter de meeste hulpverleners zijn verbaal ingesteld en
gebruiken de verbale communicatie als voornaamste middel om doelen te bereiken. Dit sluit niet altijd aan bij
de taalontwikkeling van de betreffende jongere of het betreffende gezin.
De kenmerken van een LVB zijn onder andere:
- Een kloof tussen het verbale en performale IQ: verbaal kunnen benoemen, maar niet kunnen
toepassen.
- Een didactisch plafond halverwege de basisschool, groep 5/6, leeftijdsniveau 8/9 jaar: een LVB-jongere
komt niet verder dan het concrete hier-en-nu-denken.
- Gezinsproblematiek.
- Psychische problematiek (kans op).
Door de combinatie van kenmerken hebben lVB-jongeren een lage emotionele intelligentie (EQ). Dit heeft
invloed op de uitvoering van cognitieve vaardigheden. Het EQ bevat vijf aspecten:
Rotterdam participeert sinds 2013 in een landelijk project wat als doel heeft GGZ problematiek en
lichtverstandelijke beperking (LVB) bij migrantenjeugd eerder te signaleren. Het project richt zich hee specifiek
op de doelgroep van het Europees Integratie Fonds (EIF). Dit zijn de zogenaamde ‘derdelanders’: mensen uit
een niet EU-land die niet de Nederlandse nationaliteit of die van een ander EU-land hebben.
Mensen met een LVB van allochtone afkomst maken minder gebruik van zorg dan LVB’ers van autochtone
afkomst. Als oorzaak wordt genoemd dat er bij ouders een taboe rust op het hebben van een verstandelijke
beperking, onder andere omdat dit in het land van herkomst niet wordt herkend. Hierdoor ontstaan er in veel
gevallen problemen. Wanneer deze in de omgeving niet worden herkend, is de kans op overvraging van de
LVB’er groot. Wanneer de problemen wel door de omgeving worden herkend, komt het soms voor dat de
LVB’er wordt misbruikt (op wat voor manier dan ook).
Vroegtijdige herkenning is van groot belang, zeker als het gaat om migranten met een LVB. Daarnaast is er
meer training nodig voor het bespreekbaar maken van een LVB met de jongere, zijn familie en/of andere
personen in zijn omgeving. De training wordt gegeven door ervaren trainers, werkzaam bij MEE. Ze verzorgen
de training van de hand van praktijkervaring en casuïstiek van LVB-jongeren uit de EIF-doelgroep en door
middel van kennisoverdracht.
Iemand met een verstandelijke beperking heeft een lager IQ dan een normaal begaafd persoon. Het IQ geeft
aan hoe je scoort op een intelligentietest, vergeleken met het deel van de bevolking van jouw leeftijd.
Mate van beperking IQ Leeftijdsfase Cognitieve fase (Piaget)
Diep verstandelijk gehandicapt 0-20 Tot 2 jaar Sensori-motorisch
(nadruk op motorische reacties
en zintuigelijke waarneming)
Ernstig verstandelijk gehandicapt 20-40 2-4 jaar Pre-operationeel
Matig verstandelijk gehandicapt 35-55 4-7 jaar (de denkontwikkeling zet voort)
Licht verstandelijk gehandicapt 50-70 7-11 jaar Concreet-operationeel
(leggen van logische
verbanden)
Volgens Piaget bevindt je je in de formeel-operationele fase als je 11 jaar en ouder bent. Je ontwikkelt dan het
abstract-logisch denken.
Van de hulpverlener wordt verwacht dat hij of zij een jongere met een LVB en/of het gezin begeleidt om tot
positieve verandering van het gedrag te komen. Echter de meeste hulpverleners zijn verbaal ingesteld en
gebruiken de verbale communicatie als voornaamste middel om doelen te bereiken. Dit sluit niet altijd aan bij
de taalontwikkeling van de betreffende jongere of het betreffende gezin.
De kenmerken van een LVB zijn onder andere:
- Een kloof tussen het verbale en performale IQ: verbaal kunnen benoemen, maar niet kunnen
toepassen.
- Een didactisch plafond halverwege de basisschool, groep 5/6, leeftijdsniveau 8/9 jaar: een LVB-jongere
komt niet verder dan het concrete hier-en-nu-denken.
- Gezinsproblematiek.
- Psychische problematiek (kans op).
Door de combinatie van kenmerken hebben lVB-jongeren een lage emotionele intelligentie (EQ). Dit heeft
invloed op de uitvoering van cognitieve vaardigheden. Het EQ bevat vijf aspecten: