Geschiedenis samenvattingen 2.2, 2.3, 3.3, 4.1, 4.2
2.2
Na de eerste wereldoorlog ontstonden totalitaire ideologieën. In Italië kwamen de fascisten aan de
macht. In Rusland probeerde de communisten een nieuwe maatschappij op te bouwen.
Italië had meegevochten in de Eerste wereldoorlog, door vrede leverde dat gebiedsuitbreiding op.
Maar volgens nationalistische oorlogsveteranen te weinig. Werkeloosheid was hoog, veel stakingen
veel vreesde voor een communistische revolutie. Nationalistische oorlogsveteranen vormden
knok ploegen die tegen communistische arbeider vochten. de vechtersbazen noemden zichzelf
vanaf 1919 fascisten.
Mussolini (1883-1945) was voor de oorlog socialist, tijdens werd hij nationalist. In 1919 richtte hij de
fascistische beweging op. Hij had als voorbeeld het romeinse rijk.
Fascisten waren zeer nationalistisch en tegen democratie leverde volgens hun slap geklets op. Ze
vonden dat het land moest worden geleid door 1 leider. veel mensen die zich aansluiten hoopte
dat Mussolini een eind maakte aan politieke en economische chaos.
In oktober 1922 organiseerde Mussolini mars op Rome. Tienduizenden fascisten trokken naar Rome,
ze bedreigde geweld te gebruiken als de regering niet aftrad. Uit angst voor burgeroorlog werd
Mussolini premier. Italië werd een dictatuur.
Hij stelde het belang van Italië voorop. Persvrijheid werd afgeschaft. Kranten, films en radio werden
gebruikt voor fascistische Propaganda. Mensen moesten helemaal doordrenkt raken door de
fascistische ideologie. Was je daar tegen, kreeg je te maken met geheime politie. Italië werd een
totalitaire staat.
Totalitaire staat staat waarin de overheid door indoctrinatie het leven en denken van mensen
beheerst.
Ook de Sovjet-Unie veranderde naar een totalitaire staat. Tijdens Russische revolutie hadden de
communisten alles ingenomen. Maar er was hongersnood ontstaan. Om de economie te herstellen
introduceert Lenin de nieuwe economische politiek (NEP 1921). kleine bedrijven werden weer
toegestaan. Er ontstond direct welvaart.
Na de dood van Lenin (1924) kwam Stalin aan de macht. Hij noemde zichzelf man van staal. De
eerste jaren werkte hij concurrenten uit de partijtop. Toen dat gelukt was in 1928 besloot hij de
Sovjet-Unie een industriële supermacht te maken.
Daarvoor werd de planeconomie opgesteld er werd steeds een doel gesteld voor de komende 5
jaar. De industrie ging daarin voor alles. daardoor was de SU in 10 jaar een industriële
samenleving. Arbeiders werden opgejaagd en verwaarloosd.
Om de snel groeiende stedelijke bevolking te kunnen voeden, moest de landbouw meer opbrengen
vanaf 1928 werd ook de landbouw aangepakt. De boeren moesten hun land afstaan aan
kolchozen (=grote landbouw bedrijven). Op die boerderijen moesten ze gezamenlijk werken. De
opbrengst moest voor vaste prijzen verkocht worden aan de staat. boeren verzetten zich sterkt
tegen de collectivisatie. Stalin greep hard in. Koelakken (=rijke boeren) liet hij vermoorden.
2.2
Na de eerste wereldoorlog ontstonden totalitaire ideologieën. In Italië kwamen de fascisten aan de
macht. In Rusland probeerde de communisten een nieuwe maatschappij op te bouwen.
Italië had meegevochten in de Eerste wereldoorlog, door vrede leverde dat gebiedsuitbreiding op.
Maar volgens nationalistische oorlogsveteranen te weinig. Werkeloosheid was hoog, veel stakingen
veel vreesde voor een communistische revolutie. Nationalistische oorlogsveteranen vormden
knok ploegen die tegen communistische arbeider vochten. de vechtersbazen noemden zichzelf
vanaf 1919 fascisten.
Mussolini (1883-1945) was voor de oorlog socialist, tijdens werd hij nationalist. In 1919 richtte hij de
fascistische beweging op. Hij had als voorbeeld het romeinse rijk.
Fascisten waren zeer nationalistisch en tegen democratie leverde volgens hun slap geklets op. Ze
vonden dat het land moest worden geleid door 1 leider. veel mensen die zich aansluiten hoopte
dat Mussolini een eind maakte aan politieke en economische chaos.
In oktober 1922 organiseerde Mussolini mars op Rome. Tienduizenden fascisten trokken naar Rome,
ze bedreigde geweld te gebruiken als de regering niet aftrad. Uit angst voor burgeroorlog werd
Mussolini premier. Italië werd een dictatuur.
Hij stelde het belang van Italië voorop. Persvrijheid werd afgeschaft. Kranten, films en radio werden
gebruikt voor fascistische Propaganda. Mensen moesten helemaal doordrenkt raken door de
fascistische ideologie. Was je daar tegen, kreeg je te maken met geheime politie. Italië werd een
totalitaire staat.
Totalitaire staat staat waarin de overheid door indoctrinatie het leven en denken van mensen
beheerst.
Ook de Sovjet-Unie veranderde naar een totalitaire staat. Tijdens Russische revolutie hadden de
communisten alles ingenomen. Maar er was hongersnood ontstaan. Om de economie te herstellen
introduceert Lenin de nieuwe economische politiek (NEP 1921). kleine bedrijven werden weer
toegestaan. Er ontstond direct welvaart.
Na de dood van Lenin (1924) kwam Stalin aan de macht. Hij noemde zichzelf man van staal. De
eerste jaren werkte hij concurrenten uit de partijtop. Toen dat gelukt was in 1928 besloot hij de
Sovjet-Unie een industriële supermacht te maken.
Daarvoor werd de planeconomie opgesteld er werd steeds een doel gesteld voor de komende 5
jaar. De industrie ging daarin voor alles. daardoor was de SU in 10 jaar een industriële
samenleving. Arbeiders werden opgejaagd en verwaarloosd.
Om de snel groeiende stedelijke bevolking te kunnen voeden, moest de landbouw meer opbrengen
vanaf 1928 werd ook de landbouw aangepakt. De boeren moesten hun land afstaan aan
kolchozen (=grote landbouw bedrijven). Op die boerderijen moesten ze gezamenlijk werken. De
opbrengst moest voor vaste prijzen verkocht worden aan de staat. boeren verzetten zich sterkt
tegen de collectivisatie. Stalin greep hard in. Koelakken (=rijke boeren) liet hij vermoorden.