Internationaal recht Blok 10 Hanze hogeschool IBL jaar 3
1 = Feiten van het arrest
2 = Juridische problematiek
3 = Uitspraak van het Hof
Van Gend en Loos
1. Een Nederlandse wet verplichtte Van Gend en Loos om invoerrechten over de import van
lijm uit Duitsland te betalen. Het bedrijf ging naar de rechter en stelde dat dit tegen het vrij
verkeer van goederen was, zoals in art. 30 VwEU.
2. Mag een bedrijf als Van Gend en Loos ook gebruik maken van het vrij verkeer van
goederen in het Europees Recht?
3. Ja, dit mag. Het Hof zei dat het juist de bedoeling was van de verdragsluitende partijen (de
lidstaten) om de Europese burgers met het Europees Recht rechten en plichten te geven,
waarvan het huidige art. 30 VwEU deel van is. Dankzij deze uitspraak is het voor iedereen
mogelijk om gebruik te maken van het Europees Recht.
Costa/ENEL
1. De Italiaanse overheid vaardigde een wet uit waarmee de elektriciteitsvoorziening werd
genationaliseerd. Het nieuwe staatsbedrijf ENEL zou deze taak op zich nemen. Meneer Costa
was aandeelhouder van een ander genationaliseerd bedrijf en wilde de nationalisatie van de
elektriciteitsvoorziening ongedaan maken. Costa stelde dat het Italiaans recht in staat was
met het Europees Recht.
2. Welk soort recht (Italiaans of Europees) gaat voor?
3. Het Hof stelde dat het Europees Recht voorrang heeft. Het Europees Recht gaat in alle
gevallen boven het nationale recht, omdat de lidstaten hun soevereiniteit hebben
overgedragen bij het tekenen van het EU-verdrag. Lidstaten kunnen niet zelf kiezen welk
recht het beste uitkomt, omdat op deze manier de werking van de interne markt verstoord
kan worden.
Dassonville
1. Een handelaar in Schotse whisky heeft in Frankrijk een partij whisky gekocht. Deze wil hij
invoeren in Schotland via België, omdat het op deze manier goedkoper is. Bij het invoeren in
België is echter een certificaat van oorsprong vereist, dat is uitgegeven door de Britse
douane om de whisky, vanuit Frankrijk, te importeren. De Schotse handelaar is van mening
dat het vereiste certificaat in strijd is met het EU-recht.
2. Zorgt het vereiste van een certificaat van oorsprong voor een belemmering van de
interstatelijke handel?
3. Ja, volgens het Hof zorgt het certificaat voor belemmering. Iedere handelsregeling van de
lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of
potentieel, kan belemmeren, is als een maatregel van gelijke werking te beschouwen. Deze
rechtsoverweging wordt de Dassonville-formule genoemd.