Reorganisatie: de afspraken in een organisatie worden herzien
Expliciete organisatie: De formele indeling binnen een bedrijf, is zichtbaar van buitenaf
Impliciete organisatie: De ongeschreven regels binnen een organisatie, onzichtbaar van
buitenaf
Verborgen regels: onbewuste drijfveren in het handelen van mensen
Functionele kant van verborgen regels: Zorgen voor stabiliteit en voorspelbaarheid in relaties
Disfunctionele kant van verborgen regels: Ze perken onze gedragsvrijheid, belemmeren
onszelf te zijn en durven niet te zeggen wat we echt vinden
Het ondertussen: Hetgeen wat parallel aan ons kijken en handelen elders gebeurt, zonder
dat we dat opmerken
Informatieve model: het Shannon en Weever model
Relationele model: het betere communicatiemodel
Smeerfunctie: Interne communicatie zorgt ervoor dat de werkzaamheden efficiënt worden
uitgevoerd
Bindfunctie: Management wil met communicatie medewerkers binden aan de organisatie
Interpetatiefunctie: Communicatie als een uitwisseling tussen mensen zorgt ervoor dat je
kunt ontdekken dat je op verschillende manieren naar een onderwerp of gebeurtenis kunt
kijken.
Internal branding: Via campagnes ervoor zorgen dat medewerkers zich verbonden voelen
met de bedrijfsdoelen en de missie en trots zijn op het bedrijf
Taakinformatie: Informatie over het werk wat iemand doet. Werkinstructies, afspraken over
verdeling van het werk etc.
Beleidsinformatie: informatie over het beleid van de organisatie
Beheerinformatie: Informatie over de voortgang, oftewel managementinformatie
Sociale informatie: Informatie over personeelsthema’s en sociaal beleid zoals
ziekmeldprocedure, vacatures, huisregels, etc.
Contaminatie effect: medewerkers hebben weerstand tegen het onderwerp, ze vinden het
dan moeilijk om de communicatie daarover positief te waarderen
Actievisie: De bedoeling dat mensen beïnvloed worden, het is het efficiënt en effectief
overbrengen van informatie aan doelgroepen
Strategisch alignment: Iedereen denkt hetzelfde, iedereen staat achter het bedrijf
Engagement: Betrokkenheid, kom je veel tegen binnen strategisch alignment
Parallelle communicatie: De directie communiceert rechtstreeks naar de medewerkers en de
hiërarchische niveaus worden overgeslagen.
Interactievisie: Communicatie tussen mensen
Lobbyen: Iemand benaderen in de organisatie om diens mening te beïnvloeden
Storytelling: Storytelling is een communicatiemiddel waarbij er gebruik gemaakt wordt van
krachtige verhalen.
Corporate stories: Heeft als doel het imago positief te beïnvloeden
Bovenstroomverhalen: Onpersoonlijke wensverhalen waar weinig emotie en worstelingen in
voorkomen en waar de organisatie eenzijdig goed voor de dag komt
Tegenverhalen: Medewerkers bedenken eigen verhalen die een sceptische reactie zijn op de
corporate story omdat ze zich hierin niet herkennen
Organizational stories: Authentieke verhalen die er gewoon zijn, en die ook minder positieve
kanten van een organisatie belichten
Communicatieve organisatie: een organisatie waarin alle spelers communicatief en
betrokken samenwerken aan het realiseren van de organisatiedoelen
Expliciete organisatie: De formele indeling binnen een bedrijf, is zichtbaar van buitenaf
Impliciete organisatie: De ongeschreven regels binnen een organisatie, onzichtbaar van
buitenaf
Verborgen regels: onbewuste drijfveren in het handelen van mensen
Functionele kant van verborgen regels: Zorgen voor stabiliteit en voorspelbaarheid in relaties
Disfunctionele kant van verborgen regels: Ze perken onze gedragsvrijheid, belemmeren
onszelf te zijn en durven niet te zeggen wat we echt vinden
Het ondertussen: Hetgeen wat parallel aan ons kijken en handelen elders gebeurt, zonder
dat we dat opmerken
Informatieve model: het Shannon en Weever model
Relationele model: het betere communicatiemodel
Smeerfunctie: Interne communicatie zorgt ervoor dat de werkzaamheden efficiënt worden
uitgevoerd
Bindfunctie: Management wil met communicatie medewerkers binden aan de organisatie
Interpetatiefunctie: Communicatie als een uitwisseling tussen mensen zorgt ervoor dat je
kunt ontdekken dat je op verschillende manieren naar een onderwerp of gebeurtenis kunt
kijken.
Internal branding: Via campagnes ervoor zorgen dat medewerkers zich verbonden voelen
met de bedrijfsdoelen en de missie en trots zijn op het bedrijf
Taakinformatie: Informatie over het werk wat iemand doet. Werkinstructies, afspraken over
verdeling van het werk etc.
Beleidsinformatie: informatie over het beleid van de organisatie
Beheerinformatie: Informatie over de voortgang, oftewel managementinformatie
Sociale informatie: Informatie over personeelsthema’s en sociaal beleid zoals
ziekmeldprocedure, vacatures, huisregels, etc.
Contaminatie effect: medewerkers hebben weerstand tegen het onderwerp, ze vinden het
dan moeilijk om de communicatie daarover positief te waarderen
Actievisie: De bedoeling dat mensen beïnvloed worden, het is het efficiënt en effectief
overbrengen van informatie aan doelgroepen
Strategisch alignment: Iedereen denkt hetzelfde, iedereen staat achter het bedrijf
Engagement: Betrokkenheid, kom je veel tegen binnen strategisch alignment
Parallelle communicatie: De directie communiceert rechtstreeks naar de medewerkers en de
hiërarchische niveaus worden overgeslagen.
Interactievisie: Communicatie tussen mensen
Lobbyen: Iemand benaderen in de organisatie om diens mening te beïnvloeden
Storytelling: Storytelling is een communicatiemiddel waarbij er gebruik gemaakt wordt van
krachtige verhalen.
Corporate stories: Heeft als doel het imago positief te beïnvloeden
Bovenstroomverhalen: Onpersoonlijke wensverhalen waar weinig emotie en worstelingen in
voorkomen en waar de organisatie eenzijdig goed voor de dag komt
Tegenverhalen: Medewerkers bedenken eigen verhalen die een sceptische reactie zijn op de
corporate story omdat ze zich hierin niet herkennen
Organizational stories: Authentieke verhalen die er gewoon zijn, en die ook minder positieve
kanten van een organisatie belichten
Communicatieve organisatie: een organisatie waarin alle spelers communicatief en
betrokken samenwerken aan het realiseren van de organisatiedoelen