CBL3: Moderne oncologie & supportive care & pijn
Casus 3, tijdens bijeenkomst
Tijdens een dagdienst in de ziekenhuisapotheek krijg je de volgende spiegels te zien:
A) Erlotinib (1x daags 100mg), dalspiegel: 392 ng/mL
Geen duidelijke correlatie tussen blootstelling en effect, want er is een grote intra en
intervariabiliteit. Er is geen correlatie, dus heeft geen zin om dosering te verhogen. Niet op
basis van spiegel in ieder geval. Kijken of er andere oorzaken zijn.
B) Imatinib (1x daags 400mg), dalspiegel: 675 ng/mL
Farmacokinetiek:
BB = gemiddeld 98%, vetrijke maaltijd geeft vermindering van AUC ongeveer 7%
Verschillende onderzoeken naar imatinib bij CML laten correlatie zien tussen blootstelling en
effectiviteit/toxiciteit. Er is duidelijke correlatie in verschillende ondezoeken tussen dalspiegels
van imatinib en effectiviteit van de behandeling, met minimale streefwaarden van
1000microgram/liter. Geen relatie met harde eindpunten (PFS, OS), wel met hogere incidentie
van major molecular respons en complete cytogenetic respose.
TDM bij GIST is minder overtuigend dan bij CML, maar minimale streefwaarde is op 1100
microgram/liter gehouden.
lineaire kinetiek.
1dd 400mg 1000 microgram/liter?
Lineaire kinetiek je mag de dosering rustig verdubbelen, je mag er ruim boven zitten.
C) Enzalutamide (1x daags 160mg), dalspiegel: 4,1 mg/L
5 mg/L is referentiewaarde.
Enzalutamide is tablet: je hebt rationale gevonden.
PSA: prostaatspecifek antigeen, het gaat om prostaatkanker.d it is goede tumormarker. Kan
ook verhoogd zijn door ontsteking. Maar over algemeen goede marker om te kijken of
therapie aanslaat.
D) Endoxifen (Tamoxifen 1x daags 20 mg), dalspiegel: 8 nmol/L
Veel vrouwen na behandeling met tamoxifen kregen opnieuw borstkanker en overlijden.
Mogelijke factoren:
- Interindividuele variatie
- Studies hebben aangetoond dat farmacologische effect van deze metabolieten
afhankelijk is van de concentratie. Individueler behandelen op basis van concentraties
van actieve metabolieten.
16 nmol/l is je streef. Dosering verhogen.
Doseringsverhoging naar 40 mg is prima.
Geef voor elk van deze spiegels aan:
- Is er een goede rationale voor het uitvoeren van TDM? Betrek hierbij de
farmacokinetische parameters en bewijslast die hieraan ten grondslag ligt.
- Wat is je concreet doseeradvies?
Een patiënt staat enkele maanden op erlotinib (1x daags 100mg) i.v.m. een EGFR-positieve
NSCLC. Er is nog altijd geen ziekteprogressie waargenomen. Na een lelijke val is haar heup
gebroken en heeft zij een nieuwe heup gekregen. Een tijd later blijkt deze geïnfecteerd te zijn,
waardoor langdurig met onder andere rifampicine behandeld moet worden. Een alternatief is niet
voor handen.
E) Geef aan hoe je deze interactie zou afhandelen en of spiegelbepaling hierbij een rol zou
Casus 3, tijdens bijeenkomst
Tijdens een dagdienst in de ziekenhuisapotheek krijg je de volgende spiegels te zien:
A) Erlotinib (1x daags 100mg), dalspiegel: 392 ng/mL
Geen duidelijke correlatie tussen blootstelling en effect, want er is een grote intra en
intervariabiliteit. Er is geen correlatie, dus heeft geen zin om dosering te verhogen. Niet op
basis van spiegel in ieder geval. Kijken of er andere oorzaken zijn.
B) Imatinib (1x daags 400mg), dalspiegel: 675 ng/mL
Farmacokinetiek:
BB = gemiddeld 98%, vetrijke maaltijd geeft vermindering van AUC ongeveer 7%
Verschillende onderzoeken naar imatinib bij CML laten correlatie zien tussen blootstelling en
effectiviteit/toxiciteit. Er is duidelijke correlatie in verschillende ondezoeken tussen dalspiegels
van imatinib en effectiviteit van de behandeling, met minimale streefwaarden van
1000microgram/liter. Geen relatie met harde eindpunten (PFS, OS), wel met hogere incidentie
van major molecular respons en complete cytogenetic respose.
TDM bij GIST is minder overtuigend dan bij CML, maar minimale streefwaarde is op 1100
microgram/liter gehouden.
lineaire kinetiek.
1dd 400mg 1000 microgram/liter?
Lineaire kinetiek je mag de dosering rustig verdubbelen, je mag er ruim boven zitten.
C) Enzalutamide (1x daags 160mg), dalspiegel: 4,1 mg/L
5 mg/L is referentiewaarde.
Enzalutamide is tablet: je hebt rationale gevonden.
PSA: prostaatspecifek antigeen, het gaat om prostaatkanker.d it is goede tumormarker. Kan
ook verhoogd zijn door ontsteking. Maar over algemeen goede marker om te kijken of
therapie aanslaat.
D) Endoxifen (Tamoxifen 1x daags 20 mg), dalspiegel: 8 nmol/L
Veel vrouwen na behandeling met tamoxifen kregen opnieuw borstkanker en overlijden.
Mogelijke factoren:
- Interindividuele variatie
- Studies hebben aangetoond dat farmacologische effect van deze metabolieten
afhankelijk is van de concentratie. Individueler behandelen op basis van concentraties
van actieve metabolieten.
16 nmol/l is je streef. Dosering verhogen.
Doseringsverhoging naar 40 mg is prima.
Geef voor elk van deze spiegels aan:
- Is er een goede rationale voor het uitvoeren van TDM? Betrek hierbij de
farmacokinetische parameters en bewijslast die hieraan ten grondslag ligt.
- Wat is je concreet doseeradvies?
Een patiënt staat enkele maanden op erlotinib (1x daags 100mg) i.v.m. een EGFR-positieve
NSCLC. Er is nog altijd geen ziekteprogressie waargenomen. Na een lelijke val is haar heup
gebroken en heeft zij een nieuwe heup gekregen. Een tijd later blijkt deze geïnfecteerd te zijn,
waardoor langdurig met onder andere rifampicine behandeld moet worden. Een alternatief is niet
voor handen.
E) Geef aan hoe je deze interactie zou afhandelen en of spiegelbepaling hierbij een rol zou