Leerjaar 2, periode 2
In contact met ouders
Hoofdstuk 2: De empowermentcyclus
2.1
Het ultieme doel van opvoeden is dat het kind onder begeleiding van zijn ouders zelfstandig wordt.
Ouders bieden deze ruimte door grenzen te stellen en los te laten. De kunst is om de balans te
vinden. Dit geld ook voor de hulpverlener. De hulpverlener moet ouders ruimte bieden maar ook
grenzen stellen.
Individuele/psychologische empowerment: kennis, zelfvertrouwen en vaardigheden.
Collectieve/politieke empowerment: Mensen in de maatschappij, werk, opleidingen en
krachtbronnen.
(Als je de oorzaak van prblemen toeschrijft aan de bovenstaande dingen, dan ontbreken die in je leven. Bijv.
geen werk).
2.2
Empowerment is een proces. Door deze te doorlopen stel je jezelf steeds de vraag: wat kan ik zelf
doen aan de situatie te begrijpen en te veranderen? Hierna reflecteer je. Een reflectie is een
voorwaarden voor empowerment.
Het proces bestaat uit 4
componenten, die met elkaar
samenhangen.
1. Het definiëren of
herdefiniëren van
betekenisvolle,
invloedgerichte doelen
2. Het kiezen of uitvoeren van
acties of handelingen om die
doelen te bereiken.
3. Het vaststellen of reflecteren
op de impact van die acties,
in relatie tot de doelen
4. Contact met de sociale
context, met toegang tot
hulpbronnen op
verschillende niveaus
2.3
Een actie is: zoontje uit bed tillen
Een doel: om hem tot bedaren te brengen
De impact: hij blijft huilen
Context: vraagt om steun
Opvoedingsondersteuning gaat diep en je moet mee bewegen met ouders en situaties. Je moet op
kracht gericht zijn en iets nieuws durven toe te voegen. Door ouders alleen informatie te geven speel
je niet in op hun kracht. Je speelt in op de kracht als je vragen durft te stellen waarmee ouders na
moeten denken. Jij bent de gids en de ouders kiezen de routes en het eindpunt.
Elk veranderingsproces begint met het verkennen van een bestaande situatie, gaat verder met het
benoemen van een gewenste situatie, waarna deze wordt uitgevoerd, en eindigt met het evalueren
van een nieuwe situatie.
In contact met ouders
Hoofdstuk 2: De empowermentcyclus
2.1
Het ultieme doel van opvoeden is dat het kind onder begeleiding van zijn ouders zelfstandig wordt.
Ouders bieden deze ruimte door grenzen te stellen en los te laten. De kunst is om de balans te
vinden. Dit geld ook voor de hulpverlener. De hulpverlener moet ouders ruimte bieden maar ook
grenzen stellen.
Individuele/psychologische empowerment: kennis, zelfvertrouwen en vaardigheden.
Collectieve/politieke empowerment: Mensen in de maatschappij, werk, opleidingen en
krachtbronnen.
(Als je de oorzaak van prblemen toeschrijft aan de bovenstaande dingen, dan ontbreken die in je leven. Bijv.
geen werk).
2.2
Empowerment is een proces. Door deze te doorlopen stel je jezelf steeds de vraag: wat kan ik zelf
doen aan de situatie te begrijpen en te veranderen? Hierna reflecteer je. Een reflectie is een
voorwaarden voor empowerment.
Het proces bestaat uit 4
componenten, die met elkaar
samenhangen.
1. Het definiëren of
herdefiniëren van
betekenisvolle,
invloedgerichte doelen
2. Het kiezen of uitvoeren van
acties of handelingen om die
doelen te bereiken.
3. Het vaststellen of reflecteren
op de impact van die acties,
in relatie tot de doelen
4. Contact met de sociale
context, met toegang tot
hulpbronnen op
verschillende niveaus
2.3
Een actie is: zoontje uit bed tillen
Een doel: om hem tot bedaren te brengen
De impact: hij blijft huilen
Context: vraagt om steun
Opvoedingsondersteuning gaat diep en je moet mee bewegen met ouders en situaties. Je moet op
kracht gericht zijn en iets nieuws durven toe te voegen. Door ouders alleen informatie te geven speel
je niet in op hun kracht. Je speelt in op de kracht als je vragen durft te stellen waarmee ouders na
moeten denken. Jij bent de gids en de ouders kiezen de routes en het eindpunt.
Elk veranderingsproces begint met het verkennen van een bestaande situatie, gaat verder met het
benoemen van een gewenste situatie, waarna deze wordt uitgevoerd, en eindigt met het evalueren
van een nieuwe situatie.