Hoofdstuk 1: Het locomotorisch stelsel
1. Het skelet
1.1. Basisbegrippen anatomie & gewrichtsbeweging
Het 'framework’ = skelet + kraakbeen + bindweefsel
- Axiale skelet: beenderen rondom lichaams-as (schedel + wervelkolom + borstbeen + ribben)
- Appendiculair skelet: ledematen verbonden met axiale skelet (via spieren vnl.)
Beschrijving bewegingen tov 3 vlakken rond 3 assen
» Frontale vlak (breedte) --> ventrodorsale as
o Abductie = weg van middellijn
o Adductie = naar middellijn toe
» Sagittale vlak (diepte) --> laterolaterale as
o Flexie = buigen : hoek kleiner
o Extensie = strekken : hoek groter
» Transversale vlak (horizontale) --> craniocaudale as
o Endorotatie = inwendige rotatie
o Exorotatie = uitwendige rotatie
» Circumductie: beweging ve lichaamsdeel in een cirkelbeweging
» Pronatie: beweging waarbij onderarm nr binnen & enkelgewricht nr buiten draait
» Supinatie: beweging waarbij onderarm nr buiten & enkelgewricht nr binnen draait
, 2
1.2. Functies v de skeletelementen
Botweefsel
o 60% anorg. kristallen (mineralen) → Ca-zouten
o 30% organische component → collageenvezels
o 10 % water
- Hard, onelastische => stabiele & rigide indruk : ↑conc. v mineralen (Ca) botmatrix
- Flexibiliteit => aanpassen aan veranderende belastingen
- Doorbloeding => uitwisseling voedings- & afvalstoffen : sterk verspreid vatensysteem
- Levend cellulair weefsel => metabool actief hele leven + continu geremodelleerd
Functies botten:
» Dragende functie → tgn zwaartekracht in bewegen
& staande te houden
o Wervelkolom = S-curvatuur → ++ schokken, ++ verdeling organen, ++ evenwicht
» Beschermende functie
o Thorax, ribben → interne organen & schedel, wervelkolom → zenuwstelsel
▪ ++ flexibeler → mogh. Uit te zetten dr aanhechting mbv hyalien kraakbeen
» Vormgevende functie
o Thorax, bekken, schouders & schedel bepalen vorm
» Aanhechtingsplaats vr spieren & ligamenten
o Lokal stabilisers: dicht tegen gewrichten → stabiliseren
o Prime movers → grote bewegingen
» Producerende functie → vormen in hun beenmerg bloedcellen
o Rood beenmerg (1e levensjaren) → Hemotopoëse: rode/witte + plaatjes
o Geel beenmerg (ouderen) → opslag v vet als E-bron
» Opslagfunctie vr Ca & P → mineralen op vele plaatsen vh lichaam nodig
o Contractiekracht hart correleert met calciumspiegel in weefselvloeistof
o rol bloedstollingsproces na verwondingen.
o Beslissende rol functioneren veel enzymen
o ++ rol impulstransport zenuwen & prikkelbaarheid
1.3. Het metabolisme v Calcium
Bot = afh fysiologische prikkels:
- Belasting: veroorzaakt in diafyse (schacht) => buig- & rotatiekrachten
- Ontlasting/compressie in epifysen => vervorming vh vezelnet
=> Voortdurende afwisseling v belasting & ontlasting nodig vr ≠ taken
1.3.1. De huishouding v calcium
Belastingprikkels:
- Belasting die op het bot inwerkt => buigkrachten in het bot
- Veranderingen in collagene netwerk & grondsubstantie
o Leidt tot buigen => verandering in de elektrische spanning: piëzo-elektrisch effect
▪ - - neg. Deeltjes → osteoclasten tot botafbraak gestimuleerd
▪ ++ neg. Deeltjes → osteoblasten zorgen vr botopbouw
- Ook de mechanische vervorming vd cellen zelf = stimulerend effect op hun activiteit
o Verhoogde belasting => ↑stabiliteit & ↑mineralisering vh bot
, 3
Vitaminen & hormonen:
- Calcium → 99% in skelet opgeslagen (vnl. Als hydroxy-apatietkristallen)
o restant vnl. In geïoniseerde vorm aanwezig → oa. Aan EW in bloed gebonden
o ↓hvlh. → in niet-geïoniseerde vorm te vinden
o Via voeding opgenomen Ca →in bot opgeslagen of verlaat via stoelgang/urine
- De regulering geïoniseerd calcium
o Vitamine D hormoon → maakt opname v Ca uit voeding of uit bot nr bloed mogelijk
o Calcitonine → verantw. opslag v Ca in bot
o Parathormoon → ontrekken Ca aan bot & ↑resorptie v Ca voorurine
- Calciëmie = regulering concentratie geïoniseerd Ca in plasma
o ↓ calciëmie (hypocalciëmie) → destabiliseert rustpotentiaal v zenuwcellen
=> ontstaan onwillekeurige contracties vd skeletspieren
1.3.2. Regeling v plasma Ca2+-spiegels
Parathormoon
» Gevormd in bijschildklier (glandula parathyroidea) → zeer korte levensduur ve half uur
o Gevormd dr 4 kliertjes (+/- erwt) → aan achterkant vd schildklier
o Levensnoodzakelijk → aka de cellen = gevoelig vr Δ calciëmie
▪ Hvlh parathormoon afgegeven → afh. Calciumconcentratie in bloed
• Een ↓calciëmie → stimuleert synthese & secretie v parathormoon
• Een ↑calciëmie → daalt synthese & secretie v parathormoon
» ≠ mechanismen invloed op verhogen vd Ca-concentratie:
o osteocyten stimuleren om Ca & P af te geven
▪ Osteoclasten afbreken v bot => afgifte v Ca geactiveerd
▪ Osteoblasten in activiteit geremd
=> Ca uit botten gemobiliseerd
o ↑resorptie v Ca uit de voorurine & excretie v Pten
▪ Vr vermijden v ++ afgegeven Ca → uitgescheiden via de urine
o Stimulatie vd synthese v 1,25-dihydroxy-vitamine D in de nieren
! Parathyroïdectomie → hvlh PTH onvoldoende => calciëmie & tetantie
o Spierspasmen: laryngospasmen => verstikking (asfyxie)
! Hyperparathyroïdie (tumor) → Hvlh Ca↑ = gevaar vr calcificatie weke organen + nierstenen
Vitamine D
» niet direct via voeding opgenomen → via voorstadium als 7- dehydrocholesterol
o dierlijke eiwitproducten : eieren, melk, melkproducten, lever & vis
» Oiv UV-stralen in huid → 7- dehydrocholesterol in colecalciferol (Vitamine D3) omgezet
o In lever & nieren verder gemetaboliseerd
▪ Lever: hydroxylgroep gebonden --> 25-OH-D3 aangeduid
▪ Nier: aanvullende hydroxylering --> 1,25-dihydroxy-vitamine D (calcitriol)
» Vitamine D hormoon → nr darmcellen getransporteerd
o Stimuleert hier de productie v eiwitten → opname v Ca uit voeding
» Waarborgt de resorptie v Ca uit de voorurine in de nier.
o Het 1,25-dihyroxy-vitamine D = sterke invloed heeft op het Ca-metabolisme
=> Vorming ervan dient ++ nauwkeurig geregeld te worden
, 4
! Chronisch nierlijden => onvoldoende activiteit vh 1-hydroxylase => tekort vitamine D horm.
=> hypocalciëmie & demineralisatie
o Verholpen dr toediening v 1,25- dihydroxy-vitamine D of 1-hydroxy-vitamine D
! tekort aan vitamine D aanvoer → soms bij baby's & ouderen
o Vitamine D → dient dan als supplement (colecalciferol) aan voeding toegevoegd
o Bij kinderen in groeifase => tot onvoldoende verkalking vd beenderen
= gemakkelijk vervormen (rachitis)
o Bij volwassenen => hypocaliëmie & demineralisatie
Calcitonine = thyreocalcitonine
» Geproduceerd dr parafolliculaire cellen (C-cellen) vd schildklier
» Secretie = ↑calciëmie
» ↓activiteit v osteoclasten & resorptie v Ca uit botten
» Stimuleert osteoblasten tot botopbouw
» ↑excretie v Ca via de urine
! Farmacologisch: hypercalciëmie & v osteïtis deformans (ziekte v Paget)
» Skeletziekten: reorganisatie vd structuur vd beenderen => makkelijk breken
» Gebruik biotechnologisch aangemaakt calcitonine
o Zowel humaan calcitonine als calcitonine v de zalm
▪ Salcatonine = 20x actiever dan humaan calcitonine
1.4. Gewrichten
Gewrichten = plaatsen wr 2 naburige beenderen of kraakbeenelementen => in contact komen
- 2 epifysaire delen v 2 botten die op elkaar rusten & kn draaien
- Bevatten kraakbeen => opgebouwd uit kraakbeencellen & kraakbeengrondstof
o Vezelachtig netwerk v collageendraden => trekvastheid
o Mazen = gevuld met proteoglycanen (waterhoudend) => drukvastheid
=> Gelijkmatige verdeling vd krachten => schokdemping & veerkracht
1.4.1. Classificatie v gewrichten
Op basis v: aan- of afwezigheid ve gewrichtsholte & gewrichtsvocht & soort steunweefsel
» Fibreuze, kraakbeen- of synoviale gewrichten
o Fibreus & kraakbeen = synarthrodiaal => geen gewrichtsholte/vocht aanwezig
o Synoviale = Diarthrodiaal => wel aanwezig
- Sommigen kunnen tijdelijk of permanent zijn
Fibreuze gewrichten (synarthrosen)
- Niet echt gewrichtsholte => aan elkaar gehouden dr dicht bindweefsel
o Indien stevige verbinding = ‘sutura’
- Syndesmosen → laten gedeeltelijk beweging toe
o ++ fibreus bindweefsel tsn botgedeelten → bv. Radius (spaakbeen) & ulna (ellepijp)