100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Aantekeningen hoorcolleges GBO

Rating
-
Sold
5
Pages
67
Uploaded on
18-05-2023
Written in
2021/2022

Document bevat aantekeningen van de hoorcolleges van GBO, ik heb de colleges zelf 2 keer gekeken en op basis daarvan de aantekeningen gemaakt.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 18, 2023
Number of pages
67
Written in
2021/2022
Type
Class notes
Professor(s)
Van kempen en essers
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Grondslagen belastingheffing ondernemingen

Hoorcollege 1: algemeen, ondernemersbegrip en winstgenieters

Winst uit onderneming
Activiteiten toets: eerst kijken of er een objectieve (materiele) onderneming is. Is er een
objectieve onderneming, en kan ik deze aan een natuurlijk persoon toerekenen (subjectieve
onderneming).

2 voorwaarden voor winst uit onderneming:
l. Objectieve onderneming (activiteit)
ll. Subjectieve onderneming (geeft de winstgerechtigdheid van natuurlijke persoon bij
activiteit weer)

In duidelijke gevallen hoef je deze toets niet te doen, alleen bij randgevallen moet je dit
doen.

Bij een eenmanszaak is de objectieve onderneming ook tevens de subjectieve onderneming.
Bij bijvoorbeeld een VOF is dat niet zo, je hebt een objectieve onderneming en meerdere
subjectieve ondernemingen. Er wordt fiscaal gedaan alsof er meerdere ondernemingen zijn.
Je wordt belast voor jouw eigen deel  eigen subjectieve onderneming.

Objectieve onderneming/materiele onderneming
Hiermee beginnen: dit is de toegangsdeur naar het winstregime (alleen in randgevallen):
Essers
Dit hoeft alleen te worden getoetst in randgevallen, waarin niet zeker is of er wel sprake is
van een objectieve onderneming.
NB. Dit zijn cumulatieve vereisten
 Zelfstandig: je moet niet ondergeschikt aan iemand zijn. Er is geen gezagsverhouding.
(Er hoeft geen hele organisatie te zijn.)
 Duurzaam bedoelde activiteiten: BNB 2001/88: je moet de intentie hebben om het
duurzaam te doen, anders is het geen objectieve onderneming
 Gericht op risicodragende deelname (er moet een bepaalde mate van
ondernemingsrisico zijn in de activiteit)
o (Geen kapitaal nodig BNB 1992/370)
 Aan het economische verkeer (ook een verboden handeling zoals stelen, kan
deelname in het economische verkeer hebben)

Afbakeningsproblemen
 Loon  hierbij gaat het vooral over het zelfstandigheidcriterium, gezagsverhouding
o Vb BNB 1989/199  hoe is het juridisch vormgegeven
 Resultaat uit overige werkzaamheden  dit is een grijs gebied
o Vb BNB 1984/72 & BNB 1993/185 & BNB 1997/398
 Inkomen uit sparen en beleggen
Hier moet je een afweging tussen maken. Het gaat hierbij vooral om de motivering



1

,Bij loon kan je geen kosten aftrekken, bij winst kan je heel veel kosten aftrekken en bij ROW
kan je wel kosten aftrekken maar heb je geen faciliteiten.
Resultaat stel je op dezelfde manier vast als winst maar heb je geen faciliteiten.

Afbakening t.o.v. box 3
Je moet hierbij kijken naar de arbeid  afzetten tegenover het vermogen wat je investeert
 HR BNB 1981/299
Is arbeid naar aard en relatieve omvang gericht op behalen van een hoger rendement
dan bij normaal vermogensbeheer. Bij de vraag of er bij vermogensbeheer sprake is
van box 3 of winst, kijken naar de arbeid en de aard van de arbeid.
 HR BNB 2010/244 (windturbine-arrest)
Uitzondering op het eerdere arrest
Deelname aan het economische verkeer met productie-inrichting
Soms is arbeid niet belangrijk en kan er zonder arbeid een onderneming zijn  dit is
wanneer je investeert in een productie-inrichting.
Het verhuren tegen een vast bedrag is GEEN onderneming, het verkopen van energie
is wel een onderneming.

Als er sprake is van een objectieve onderneming, dan moet er worden gekeken of deze
objectieve onderneming kan worden toegerekend aan een natuurlijk persoon (subjectieve
onderneming: hetgeen belast wordt in box 1). Dit moet worden getoetst op het niveau van
de activiteit.

Belangrijkste subjectieve ondernemingen
 Eenmanszaak
 Deelgerechtigheid vennoot in een personenvennootschap 
samenwerkingsovereenkomst

Voorbeeld:
Een personenvennootschap is een
vennootschap tussen ten minste 2
personen. Dit kunnen natuurlijke
personen zijn, maar dit kunnen ook
rechtspersonen zijn.

Iedere vennoot moet met iets
inbrengen: iets ter beschikking
stellen ten behoeve van het
samenwerkingsverband.
Bijvoorbeeld: arbeid, geld,
goederen.

Je begint een activiteit. Die
activiteit levert een voordeel op.
Dat voordeel moet je met elkaar
delen. Het klusbedrijf is hier de objectieve onderneming. Ieder winstaandeel vormt de
subjectieve onderneming (de halve VOF). Ieder wordt belast voor zijn eigen winstaandeel.

2

,Dit is een inbreuk op de materiele werkelijkheid want er is eigenlijk maar één bedrijf, maar
fiscaal doen we alsof ze beide een eigen bedrijf zijn.

Personenvennootschappen (fiscaal transparant)

Stille personen vennootschappen Openbare personen vennootschappen
 Stille maatschap Openbaar beroep:
 Openbare maatschap
(dienstverlening waarbij de persoonlijke
vakbekwaamheid, persoonlijke kwaliteiten
voorop staan). Bv advocaat, notaris, escort

Openbaar bedrijf:
 VOF
 CV


Aansprakelijkheid:
 Stil:
o Stille maatschap  je handelt op naam van een van de vennoten, alleen hij is
aansprakelijk
 Openbaar beroep (beroep: dienstverlening waarbij persoonlijke kwaliteiten voorop
staan)
o Openbare maatschap  ieder heeft een eigen subjectieve onderneming
o Alle maten zijn afzonderlijk aansprakelijk (voor een gelijk deel)
 Openbaar bedrijf (samenwerkingsverband)
o VOF  je bent als vennoot hoofdelijk aansprakelijk (risicovol)
o CV 

Stappenplan:
1. kijken of er een objectieve
onderneming is

2. natuurlijk persoon met een
subjectieve onderneming

3. vaststellen of de natuurlijk
personen fiscaal ondernemer zijn.
De niet ondernemer krijgt
namelijk een ander etiket 
medegerechtigde

Alleen de ONDERNEMERS hebben
recht op de ondernemersfaciliteiten en niet de medegerechtigden.




3

, Iedere term in de wet gebruikt belastingplichtige dan wel ondernemer. Ondernemer: alleen
ondernemers. Belastingplichtige: ook medegerechtigden, iedereen met een subjectieve
onderneming.


1. vanuit de objectieve
onderneming, naar de subjectieve
onderneming. Hier zit ook de KIA in
(3.2.23 CB)

2. er kunnen meerdere subjectieve
ondernemingen zijn  alles
afzonderlijk vaststellen

3. ondernemersaftrek  nakijken
in boek

4. MKB-winstvrijstelling (14%)



Ondernemer
Ben je ondernemer  art. 3.4 Wet IB

Twee voorwaarden:
- De objectieve onderneming moet ‘voor rekening van’ de belastingplichtige worden
gedreven
o Twee deel voorwaarden:
 Onbeperkte winstgerechtigdheid in objectieve onderneming. Alle
vennoten (behalve de commandiet) zijn per definitie onbeperkt
winstgerechtigd  dit hoef je op tt niet uit te werken.
 Intentie om winst te genieten (vb. BNB 1954/9 niet echtgenote en
BNB 1990/134 niet erfgenaam)
- De belastingplichtige is rechtstreeks verbonden voor verbintenissen betreffende die
onderneming.




4
$8.14
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
fiscalist120915

Get to know the seller

Seller avatar
fiscalist120915 Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
8 year
Number of followers
5
Documents
2
Last sold
1 month ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions