H9: JAARLIJKSE VAKANTIE
KB
1. Toepassingsgebied
Van toepassing op personen die onderworpen zijn aan de
socialezekerheidsregeling voor werknemers.
Bepaalde categorieën van personen zijn onderworpen aan een specifieke
vakantieregeling, bv: NMBS-personeel.
Ondanks het eenheidsstatuut blijven arbeiders en bedienden onderworpen
aan een onderscheiden juridische regeling inzake de jaarlijkse vakantie.
2. Duur van de jaarlijkse vakantie
2.1. Algemene regel
Voor werknemers wordt het aantal vakantiedagen bepaald op basis v/h aantal
effectief gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen in het vakantiedienstjaar.
Vakantiedienstjaar = het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de
vakantie toegekend wordt.
Vakantiejaar = het kalenderjaar waarin de vakantie effectief genomen wordt.
Gelijkgestelde dagen = dagen die met effectief gewerkte dagen gelijkgesteld
worden.
De inactiviteitsdagen die gelijkgesteld worden voor de berekening v/d
vakantieduur komen niet allemaal in aanmerking voor de berekening v/h
bedrag aan vakantiegeld.
Het maximum aantal wettelijke vakantiedagen waarop een WN recht heeft
bedraagt 4 weken per vakantiejaar. Dit is:
- bij voltijdse tewerkstelling:
- 24 arbeidsdagen in een zesdagenstelsel
- 20 arbeidsdagen in een vijfdagenstelsel
- bij deeltijdse tewerkstelling: een aantal arbeidsdagen in verhouding tot
de deeltijdse prestaties in de loop v/h vakantiedienstjaar
Nisa Sen 1
, Deel 5: Sociale zekerheid Topic 6
2.2. Wijziging van werkregime
Verandering van werkregime in het vakantiejaar heeft invloed op de duur v/d
vakantie. De algemene regel van maximum 4 weken blijft wel.
Volgende situaties kunnen zich voordoen:
A. Van een voltijdse naar een deeltijdse tewerkstelling
Het aantal wettelijke vakantiedagen in het vakantiejaar wordt beïnvloed
door de wijziging v/h werkregime in dat jaar.
B. Van een deeltijdse naar een voltijdse tewerkstelling
Het aantal wettelijke vakantiedagen in het kalenderjaar wordt bepaald
op basis v/d deeltijdse tewerkstelling in het vakantiedienstjaar.
(De verandering heeft dus geen invloed op de vakantiedagen
gedurende dat jaar)
C. Van een deeltijdse naar een andere deeltijdse tewerkstelling met
minder uren
Het aantal wettelijke vakantiedagen in het vakantiejaar wordt beïnvloed
door de vermindering v/h aantal uren in dat jaar op een wijze die
vergelijkbaar is met geval A.
3. Tijdstip van de jaarlijkse vakantie
Het vastleggen v/d jaarlijkse vakantiedata gebeurt volgens 1 v/d procedures:
- paritaire comités (PC)
- ondernemingsraad (OR)
- tussen de WG en de syndicale afvaardiging (SA) of de werknemers
- WG en WN kunnen een individuele arbeidsovereenkomst (AO) sluiten
Bij gebrek aan een overeenkomst over de datum v/d vakantie en de verdeling
ervan, wordt het geschil beslecht door de arbeidsrechtbanken.
4. Recht op jaarlijkse vakantie
De WN kan geen afstand doen v/d vakantie waarop hij recht heeft.
De WG moet er over waken dat de WN zijn vakantiedagen opneemt binnen
de vastgestelde termijn.
Nisa Sen 2