Samenvatting Psychologische Stoornissen en Opvoeding
College 1: Inleiding + gedragsproblemen (ADHD, ODD, CD)
Inhoud PSO
- Diagnostiek en behandeling bij kinderen en jeugdigen met ernstige ontwikkelings-, en
opvoedingsproblemen
- DSM-IV en DSM-5
- Evidence-based hulpverlening
- Rol ouders
Leerdoel van PSO Psychopathologie in relatie met
diagnostiek, behandeling en opvoeding.
Psychopathologie:
- Gedragsstoornissen
- Slaapstoornissen
- ASS
- Hechtingsproblemen
- Angst
- PTSS
- Dwang
- Depressie
- Middelenmisbruik
DSM 5: weten
- Criteria diagnose
- Belangrijkste wijzingen t.o.v. DSM-IV
- Diagnostische instrumenten waarmee kun je een stoornis diagnosticeren?
Behandelingen
- Protocollaire behandelingen:
o Voor hulpverleners een duidelijk handvat
o Voor kinderen en ouders een duidelijk plan
o Effectieve interventies iedereen krijgt dezelfde behandeling basis voor evidence
based werken
- Stapje behandeling (precieze stapjes hoef je niet te weten voor het tentamen, wel globaal de
inhoud) zie boek B&B.
Richtlijnen bij het gebruik van protocollen
- Een zorgvuldig assessment gaat aan de protocollair werken vooraf: voldoet het kind aan
de inclusie maar ook exclusie criteria voldoet. Betrouwbaarste manier is semigestructureerd
interview met het kind zelf en ouders.
- Protocollair werken vereist de nodige expertise: vaak bestaat dit uit aan training van
uitvoerder. Maar ook testen van treatment integrity check (= in hoeverre houdt de therapeut
zich aan het protocol)
- Protocollair werken vereist een goede therapeutische relatie:
- Binnen het protocol moet er ruimte zijn voor individualisering: APA-richtlijnen definiëren
het werken met protocollen als volgt: het is een integratie van alle beschikbare
wetenschappelijke kennis met alle beschikbare klinische expertise, rekening houdende met
cliënt karakteristieken, cultuur en persoonlijke voorkeur
- Protocollaire werken vraagt om participatie in een intervisiegroep: voorkeur voor
monodisciplinaire inter/supervisie. Pas na afloop is het raadzaam om dit multidisciplinaire te
doen om zo te voorkomen dat er tussentijds gestopt wordt omdat het niet direct effectief ‘lijkt’.
Empirical Supported Treatment (EST): Als behandelingsmethodieken voldoen aan alle eisen van
goed onderzoek, leiden tot goede resultaten en de effecten zijn aangetoond door minstens twee
verschillende onderzoeksgroepen. (ook wel evidence-based werken genoemd).
Eisen evidence-based werken: Behandelprocedures moeten duidelijk en repliceerbaar zijn,
duidelijke doelgroep omschrijving, aantal sessies en gebruikte methodieken bevatten.
1
College 1: Inleiding + gedragsproblemen (ADHD, ODD, CD)
Inhoud PSO
- Diagnostiek en behandeling bij kinderen en jeugdigen met ernstige ontwikkelings-, en
opvoedingsproblemen
- DSM-IV en DSM-5
- Evidence-based hulpverlening
- Rol ouders
Leerdoel van PSO Psychopathologie in relatie met
diagnostiek, behandeling en opvoeding.
Psychopathologie:
- Gedragsstoornissen
- Slaapstoornissen
- ASS
- Hechtingsproblemen
- Angst
- PTSS
- Dwang
- Depressie
- Middelenmisbruik
DSM 5: weten
- Criteria diagnose
- Belangrijkste wijzingen t.o.v. DSM-IV
- Diagnostische instrumenten waarmee kun je een stoornis diagnosticeren?
Behandelingen
- Protocollaire behandelingen:
o Voor hulpverleners een duidelijk handvat
o Voor kinderen en ouders een duidelijk plan
o Effectieve interventies iedereen krijgt dezelfde behandeling basis voor evidence
based werken
- Stapje behandeling (precieze stapjes hoef je niet te weten voor het tentamen, wel globaal de
inhoud) zie boek B&B.
Richtlijnen bij het gebruik van protocollen
- Een zorgvuldig assessment gaat aan de protocollair werken vooraf: voldoet het kind aan
de inclusie maar ook exclusie criteria voldoet. Betrouwbaarste manier is semigestructureerd
interview met het kind zelf en ouders.
- Protocollair werken vereist de nodige expertise: vaak bestaat dit uit aan training van
uitvoerder. Maar ook testen van treatment integrity check (= in hoeverre houdt de therapeut
zich aan het protocol)
- Protocollair werken vereist een goede therapeutische relatie:
- Binnen het protocol moet er ruimte zijn voor individualisering: APA-richtlijnen definiëren
het werken met protocollen als volgt: het is een integratie van alle beschikbare
wetenschappelijke kennis met alle beschikbare klinische expertise, rekening houdende met
cliënt karakteristieken, cultuur en persoonlijke voorkeur
- Protocollaire werken vraagt om participatie in een intervisiegroep: voorkeur voor
monodisciplinaire inter/supervisie. Pas na afloop is het raadzaam om dit multidisciplinaire te
doen om zo te voorkomen dat er tussentijds gestopt wordt omdat het niet direct effectief ‘lijkt’.
Empirical Supported Treatment (EST): Als behandelingsmethodieken voldoen aan alle eisen van
goed onderzoek, leiden tot goede resultaten en de effecten zijn aangetoond door minstens twee
verschillende onderzoeksgroepen. (ook wel evidence-based werken genoemd).
Eisen evidence-based werken: Behandelprocedures moeten duidelijk en repliceerbaar zijn,
duidelijke doelgroep omschrijving, aantal sessies en gebruikte methodieken bevatten.
1