VIROLOGIE
HERPESVIRIDAE (HHV)
Eens het Herpesvirus in het lichaam zit, blijft het er
voor altijd in aanwezig.
Het bevat een capside met daarrond een lipidelaag met
spikes
o Tussen de capside en het membraan bevinden zich
eiwitten
Grieks: Herpein = kruipen
Latijn: Serpes = sluipen
Vrijwel iedere diersoort heeft een eigen herpesvirus
, Dubbelstrengig DNA
~160 genen
Rechterfoto: viruspartikels die
landen op de cel
, Er zijn receptoren aanwezig om het virus te
ontvangen
→ De 2 membranen versmelten
→ diffusie
→ tegument komt samen met capside in
cytoplasma v/d cel terecht
→ capsside gaat a.h.w. landen t.h.v. de
kern
→ ontmanteling van capside
→ DsDNA gaat binnen in de kern
→ vermenigvuldiging in de kern
DNA gaat circulariseren
→ episoom (stabiel DNA cirkeltje)
→ RNA polymerasen gaan o.b.v. episoom
een 1ste generatie van vroeg mRNA
aanmaken
→ gaat nr cytoplasma
→ w vertaald nr direct vroege eiwitten (vb.
virale DNA polymerase) t.h.v. ribosoom
→ gaan terug nr de kern
→ kopiëren nr veel kopieën van dat dsDNA
→ opgeknipt door bepaald enzym
Ondertussen:
O.b.v. circulair DNA w late mRNA gemaakt
→ gaan nr cytoplasma terug
→ vertaald nr late eiwitten, structurele
eiwitten (vormen vb. het capside, zijn o.a.
de spikes)
→ gaan opnieuw nr de kern
→ gaan met een streng van dsDNA assembleren tot een nieuw capside
→ sommige late eiwitten hebben zich opgebouwd in de membraan v/d kern en er gaat zo
een nieuw gevormd capside via knopvorming via kernmembraan een nieuw partikel
vormen met een lipidelaag van herpesvirus
→ alle nieuwe partikels gaan via vesikels nr het oppervlak en komen vrij aan de
buitenkant v/d cel
, Het Herpes DNA polymerase is geen laat eiwit in de replicatiecyclus.
HERPES (HSV-1) GINGIVOSTOMATITIS
Virus gaat zich
repliceren en dan
terugtrekken in het
ganglion trigeminale
Een bepaalde
trigger kan het virus
terug doen
ontsnappen
→ heel typisch is dan
de koortslip
→ verdwijnt over een
paar dagen
Latentie en reactivatie
HERPESVIRIDAE (HHV)
Eens het Herpesvirus in het lichaam zit, blijft het er
voor altijd in aanwezig.
Het bevat een capside met daarrond een lipidelaag met
spikes
o Tussen de capside en het membraan bevinden zich
eiwitten
Grieks: Herpein = kruipen
Latijn: Serpes = sluipen
Vrijwel iedere diersoort heeft een eigen herpesvirus
, Dubbelstrengig DNA
~160 genen
Rechterfoto: viruspartikels die
landen op de cel
, Er zijn receptoren aanwezig om het virus te
ontvangen
→ De 2 membranen versmelten
→ diffusie
→ tegument komt samen met capside in
cytoplasma v/d cel terecht
→ capsside gaat a.h.w. landen t.h.v. de
kern
→ ontmanteling van capside
→ DsDNA gaat binnen in de kern
→ vermenigvuldiging in de kern
DNA gaat circulariseren
→ episoom (stabiel DNA cirkeltje)
→ RNA polymerasen gaan o.b.v. episoom
een 1ste generatie van vroeg mRNA
aanmaken
→ gaat nr cytoplasma
→ w vertaald nr direct vroege eiwitten (vb.
virale DNA polymerase) t.h.v. ribosoom
→ gaan terug nr de kern
→ kopiëren nr veel kopieën van dat dsDNA
→ opgeknipt door bepaald enzym
Ondertussen:
O.b.v. circulair DNA w late mRNA gemaakt
→ gaan nr cytoplasma terug
→ vertaald nr late eiwitten, structurele
eiwitten (vormen vb. het capside, zijn o.a.
de spikes)
→ gaan opnieuw nr de kern
→ gaan met een streng van dsDNA assembleren tot een nieuw capside
→ sommige late eiwitten hebben zich opgebouwd in de membraan v/d kern en er gaat zo
een nieuw gevormd capside via knopvorming via kernmembraan een nieuw partikel
vormen met een lipidelaag van herpesvirus
→ alle nieuwe partikels gaan via vesikels nr het oppervlak en komen vrij aan de
buitenkant v/d cel
, Het Herpes DNA polymerase is geen laat eiwit in de replicatiecyclus.
HERPES (HSV-1) GINGIVOSTOMATITIS
Virus gaat zich
repliceren en dan
terugtrekken in het
ganglion trigeminale
Een bepaalde
trigger kan het virus
terug doen
ontsnappen
→ heel typisch is dan
de koortslip
→ verdwijnt over een
paar dagen
Latentie en reactivatie