Alina Chabin
Levenslooppsychologie
3 Kleutertijd: 3-6 jaar
3.1 Lichamelijke en motorische ontwikkeling
3.1.1 Lichamelijke veranderingen
♥ Individuele verschillen nemen toe met leeftijd
♥ Verdere sterke groei
♥ Verhoudingen veranderen
♥ Sterke uitbouw van de hersenen
♥ Handvoorkeur
3.1.2 Motorische ontwikkeling
♥ Grove motoriek
o Lopen als volwassene
o Inschatten bewegingen
o Evenwichtsbeheersing
♥ Fijne motoriek
o Zelfredzaamheid – alledaagse taken
o Favoriete spelactiviteiten
o Oog-handcoördinatie
3.2 Ontwikkeling in waarneming en mentaal functioneren
3.2.1 Preoperationeel denken (Piaget)
-
♥ Kleuterperiode: overgang
o Preconcepten vervangen door meer afgelijnde begrippen
▪ Beter opmerken gelijkenissen en verschillen (meer nauwkeurige waarneming en
leren van volwassenen)
▪ Rol van taalontwikkeling: aparte woorden,
o Logisch denken echter nog niet ok – oordelen op het zicht (intuïtief)
o Dit leidt tot typische oordeelsfouten
Einde door:
♥ 1. het nauwkeuriger waarnemen + commentaren van volwassenen, hierdoor merken ze beter
gelijkenissen en verschillen.
o Preconcepten → meer afgelijnde categorieën/ concepten vb. koe is geen paard
♥ 2. Taalontwikkeling: meer aparte woorden
o Vb. verschil woord ‘kip’ en ‘haan’
Maar concreet aanwijsbare zaken vb. lichaamsdelen!
1
, Alina Chabin
♥ = Preconcepten worden echte begrippen/concepten
♥ in de tuin staan zes tulpen en twee rozen. Mama vraagt aan Lieve (4 jaar) of er meer tulpen of meer
bloemen zijn. Lieve antwoordt ‘meer tulpen’. → kleuters zijn in staat om parallelle categorieën naast elkaar
te zetten maar kunnen hier nog geen hiërarchie in steken (KLASSENINCLUSIE). Er zijn bvb mensen en dieren, maar ook
honden en katten – kleuters begrijpen nog niet dat honden en katten deel uit maken van de categorie dieren.
♥ Deze begrippen/concepten nog niet kunnen onderbrengen in hiërarchische structuren
♥ Zaken ordenen in parallelle categorieën, maar zonder klasseninclusie
o Ze kunnen niet dat dat bv een zoogdier is
♥ 1 van de typische oordeelsfouten van de volgende deelfase ‘het intuïtief denken’
Op de tafel staat een plattegrond met 3 bergen van groot naar klein. Je vraagt wat zie je aan het kindje en
ze zegt: bergen, auto’s,... De volgende vraag is wat denk je dat ik zie en de kleuter zegt het zelfde, maar je
ziet andere dingen. Dus het kind is egocentrisch, maar daar kan het kind niet aandoen omdat ze het niet
weet.
♥ Kinderen maken oordeelsfouten
♥ Reageren op het direct waarneembare wat zij zien voor hun neus)
♥ Moeite met inleven – vanuit hun standpunt bekijken = egocentrisme – geen perceptuele
rolneming
♥ Missen het logisch denken!
Statisch denken
-
♥ Typische oordeelsfouten door afwezigheid van logisch denken = oordelen op zicht (=intuïtieve)
o Egocentrisme
▪ Ervan uitgaan dat andere hetzelfde zien of jij of beoordelen -> driebergentest.
▪ Onvermogen om ander standpunt in te nemen
o Gecentreerd denken
▪ Ze zien iets opvallends en houden daar verder rekening mee
▪ Houden dus rekening met slechts 1 eigenschap tegelijk en dat is het meest
opvallends
o Statisch denken
▪ Vooral oog voor toestanden en niet voor verandering, enkel begin en einde
▪ Vb. Je laat een kind een filmpje zien en ze zal gewoon het begin en einde vertellen en
niets daar tussen
o Onomkeerbaarheid van het denken
▪ Kunnen gebeurtenissen niet terugdenken in tijd
▪ De sleutel tot operationeel denken→ ze kunnen checken of de conclusie klopt
▪ Vb. wat kregen ze van de sint vorig jaar
♥ ook te zien in CONSERVATIETAKEN: uiterlijke verandering in vorm impliceert geen verandering in
hoeveelheid of volume
2
Levenslooppsychologie
3 Kleutertijd: 3-6 jaar
3.1 Lichamelijke en motorische ontwikkeling
3.1.1 Lichamelijke veranderingen
♥ Individuele verschillen nemen toe met leeftijd
♥ Verdere sterke groei
♥ Verhoudingen veranderen
♥ Sterke uitbouw van de hersenen
♥ Handvoorkeur
3.1.2 Motorische ontwikkeling
♥ Grove motoriek
o Lopen als volwassene
o Inschatten bewegingen
o Evenwichtsbeheersing
♥ Fijne motoriek
o Zelfredzaamheid – alledaagse taken
o Favoriete spelactiviteiten
o Oog-handcoördinatie
3.2 Ontwikkeling in waarneming en mentaal functioneren
3.2.1 Preoperationeel denken (Piaget)
-
♥ Kleuterperiode: overgang
o Preconcepten vervangen door meer afgelijnde begrippen
▪ Beter opmerken gelijkenissen en verschillen (meer nauwkeurige waarneming en
leren van volwassenen)
▪ Rol van taalontwikkeling: aparte woorden,
o Logisch denken echter nog niet ok – oordelen op het zicht (intuïtief)
o Dit leidt tot typische oordeelsfouten
Einde door:
♥ 1. het nauwkeuriger waarnemen + commentaren van volwassenen, hierdoor merken ze beter
gelijkenissen en verschillen.
o Preconcepten → meer afgelijnde categorieën/ concepten vb. koe is geen paard
♥ 2. Taalontwikkeling: meer aparte woorden
o Vb. verschil woord ‘kip’ en ‘haan’
Maar concreet aanwijsbare zaken vb. lichaamsdelen!
1
, Alina Chabin
♥ = Preconcepten worden echte begrippen/concepten
♥ in de tuin staan zes tulpen en twee rozen. Mama vraagt aan Lieve (4 jaar) of er meer tulpen of meer
bloemen zijn. Lieve antwoordt ‘meer tulpen’. → kleuters zijn in staat om parallelle categorieën naast elkaar
te zetten maar kunnen hier nog geen hiërarchie in steken (KLASSENINCLUSIE). Er zijn bvb mensen en dieren, maar ook
honden en katten – kleuters begrijpen nog niet dat honden en katten deel uit maken van de categorie dieren.
♥ Deze begrippen/concepten nog niet kunnen onderbrengen in hiërarchische structuren
♥ Zaken ordenen in parallelle categorieën, maar zonder klasseninclusie
o Ze kunnen niet dat dat bv een zoogdier is
♥ 1 van de typische oordeelsfouten van de volgende deelfase ‘het intuïtief denken’
Op de tafel staat een plattegrond met 3 bergen van groot naar klein. Je vraagt wat zie je aan het kindje en
ze zegt: bergen, auto’s,... De volgende vraag is wat denk je dat ik zie en de kleuter zegt het zelfde, maar je
ziet andere dingen. Dus het kind is egocentrisch, maar daar kan het kind niet aandoen omdat ze het niet
weet.
♥ Kinderen maken oordeelsfouten
♥ Reageren op het direct waarneembare wat zij zien voor hun neus)
♥ Moeite met inleven – vanuit hun standpunt bekijken = egocentrisme – geen perceptuele
rolneming
♥ Missen het logisch denken!
Statisch denken
-
♥ Typische oordeelsfouten door afwezigheid van logisch denken = oordelen op zicht (=intuïtieve)
o Egocentrisme
▪ Ervan uitgaan dat andere hetzelfde zien of jij of beoordelen -> driebergentest.
▪ Onvermogen om ander standpunt in te nemen
o Gecentreerd denken
▪ Ze zien iets opvallends en houden daar verder rekening mee
▪ Houden dus rekening met slechts 1 eigenschap tegelijk en dat is het meest
opvallends
o Statisch denken
▪ Vooral oog voor toestanden en niet voor verandering, enkel begin en einde
▪ Vb. Je laat een kind een filmpje zien en ze zal gewoon het begin en einde vertellen en
niets daar tussen
o Onomkeerbaarheid van het denken
▪ Kunnen gebeurtenissen niet terugdenken in tijd
▪ De sleutel tot operationeel denken→ ze kunnen checken of de conclusie klopt
▪ Vb. wat kregen ze van de sint vorig jaar
♥ ook te zien in CONSERVATIETAKEN: uiterlijke verandering in vorm impliceert geen verandering in
hoeveelheid of volume
2